Dossier: Publicaties
Dossier: NIVRA

Commentaar van Leo Verhoef bij 'Naschrift NIVRA'

Het NIVRA kon het, ondanks mijn verzoek om dat niet te doen, niet nalaten om toch commentaar te plaatsen bij mijn verhaal. Een mistig commentaar vol met niet relevante, dus afleidende, informatie en verwijzingen naar situaties waar de (meeste) lezers geen flauwe notie van hebben; een commentaar waar de meeste lezers (dus) weinig van zullen begrijpen. Dus blijft de lezer zitten met de vragen: Heeft Leo Verhoef nu wel of niet gelijk met zijn beweringen over misleidende jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies, ja zelfs boekhoudfraude? Heeft Leo Verhoef nu wel of niet gelijk met zijn beweringen over volop foute accountantsverklaringen bij al die misleidende jaarrekeningen?

Het naschrift spreekt over een pleidooi van Leo Verhoef voor "verbetering van de (toepassing van de) verslaggeving van gemeente en provincie". Fout! Leo Verhoef houdt geen pleidooi voor "verbetering van de verslaggeving van gemeente en provincie", hoewel dat zeker geen kwaad zou kunnen, maar Leo Verhoef stelt de misstand aan de kaak dat veel gemeenten en provincies met ronduit misleidende jaarrekeningen naar buiten komen en dat daar (dus) volkomen ten onrechte allemaal goedkeurende accountantsverklaringen bij staan. Dat is iets heel anders!

Dan vervolgt het NIVRA met een vaag verhaal over wat de accountansverklaring zegt. Buitenstaanders begrijpen hier ook helemaal niets van. Voor hen is het duidelijk: een goedkeurende accountantsverklaring betekent dat het volgens de accountant waar is wat er in de jaarrekening staat. Als er in de jaarrekening 2005 van Amsterdam een goedkeurende accountantsverklaring staat bij een saldo van baten en lasten van € 45 miljoen gaat de lezer ervan uit dat met € 45 miljoen bedoeld wordt: € 45 miljoen, en niet € 208 miljoen wat het saldo in werkelijkheid is.
Leo Verhoef wijst in zijn verhaal erop dat in een accountantsverklaring de beweringen 'geeft een betrouwbaar beeld' en 'voldoet aan wettelijke bepalingen' twee geheel verschillende beweringen zijn met alle consequenties van dien. Het naschrift van het NIVRA gaat daar heel listig aan voorbij en omheen. Stel je voor dat we Leo Verhoef eens ronduit in duidelijk Nederlands gelijk zouden geven; de ellende zou niet te overzien zijn.
Alweer suggereert het NIVRA dat al die foute jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies uiteindelijk terecht van goedkeurende accountantsverklaringen zijn voorzien. Of toch niet? NIVRA, zeg dat dan eens overduidelijk!

Het naschrift van het NIVRA verwijst naar de Amsterdamse situatie, waar "de Rekenkamer Amsterdam de bezwaren van Verhoef op onderdelen deelt". Welke onderdelen wel en welke niet? Daar laat het NIVRA zich heel listig niet over uit. En dat het "op onderdelen" is, zegt meer over het gebrek aan deskundigheid bij die Rekenkamer dan over het (on)gelijk van Leo Verhoef op die onderdelen.

Het NIVRA verwijst naar "een stelsel" en een evaluatie van dat "stelsel". Welk stelsel? Er is geen "stelsel"! Er zijn wel misleidende jaarrekeningen van heel veel gemeenten en provincies, en er zijn dus heel veel volkomen ten onrechte gegeven goedkeurende accountantsverklaringen. Dat is iets heel anders dan een "stelsel"!

Het NIVRA verwijst naar een of andere "Commissie BBV". Wat zegt dat over het (on)gelijk van Leo Verhoef?
Wat is dat voor een commissie? En wat mag de lezer verwachten van die commissie? Is dat misschien een commissie bestaande uit die accountants die al die onterechte goedkeurende accountantsverklaringen geven? Gaat die commssie nu zeggen dat Leo Verhoef al die jaren helemaal gelijk had? De lezer zij gezegend met die commissie!

Het NIVRA zegt in het naschrift dat Rekenkamer (wie, wat, waar?), gemeenteraad (wie, wat, waar?), en Raad van Tucht "adequaat functionerende instanties" zijn in deze kwestie van de op grote schaal zich voordoende boekhoudfraude bij menige gemeente en provincie. Hoe komt het NIVRA aan die wijsheid? Welk onderzoek heeft dat uitgewezen? In ieder geval niet het onderzoek van Leo Verhoef! Op deze website is overvloedige informatie aan te treffen waaruit onomstotelijk blijkt dat juist veel van deze instanties (de meeste gemeentelijke en provinciale rekenkamers, alle gemeenteraden en alle Provinciale Staten, en de Raad van Tucht en ook het College van Beroep) ongelofelijk falen.

Het bestuur van het NIVRA zou er verstandig aan doen eens te bezien wat voor een dramatisch broddelwerk er onder zijn verantwoordelijkheid geleverd wordt in de sector "Overheidsaccountantcy" (zoiets als "overheidsaccountantcy" bestaat overigens niet, er bestaan wel incompetente knoeiende accountants!),  waarvan dit naschrift alweer een voorbeeld is.