Dossier: Persberichten
Dossier: Rotterdam
Persbericht dd. 1 september 2004

Boekhoudfraude in jaarrekening Rotterdam vanwege niet gemelde garantstellingen

Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 24 juni 2004 welbewust de gemeenteraad een onjuiste jaarrekening 2003 laten vaststellen. Al vóór 1 juni 2004 was het College ervan op de hoogte dat er in de jaarrekening 2003 van Rotterdam ten onrechte geen melding was gemaakt van de door de gemeente verstrekte borgstellingen terzake van aan RDM verstrekte bankleningen. Volgens de voor gemeenten geldende wettelijke voorschriften (de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften) moeten door de gemeente verleende borgstellingen in de jaarrekening worden opgenomen. Dat was niet het geval met de betreffende borgstellingen. Volgens de Gemeentewet moet het College de gemeenteraad voorafgaande aan de vaststelling van de jaarrekening informeren als vóór de vaststelling van de jaarrekening tekortkomingen in de ontwerp-jaarrekening blijken. Dat heeft het College opzettelijk nagelaten. Boekhoudfraude dus. Opvallend is dat de betreffende wethouder registeraccountant is. Opvallend is ook dat de gemeentelijke accountant, hoewel wetend van de tekortkoming in de jaarrekening, niet zijn goedkeurende verklaring heeft ingetrokken en de gemeenteraad niet heeft gewaarschuwd.

Enkele opmerkelijke feiten:
Met brief van 4 mei 2004 maakt de Commerzbank aan het gemeentebestuur melding van een gemeentelijke garantstelling van 25 miljoen euro ten behoeve van RDM waarvan het gemeentebestuur geen weet had. Deze brief was voor Burgemeester en Wethouders blijkbaar geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Deze brief was voor Burgemeester en Wethouders blijkbaar geen reden tot het treffen van disciplinaire maatregelen tegen de algemeen directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf. Disciplinaire maatregelen werden pas getroffen toen het duidelijk werd dat het niet om 25 miljoen euro maar om 100 miljoen euro ging.
Nog op 30 augustus 2004 laten Burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad weten dat zij op dat moment nog slechts beschikken over uitsluitend mondelinge informatie afkomstig van de algemeen directeur van het Havenbedrijf.
Van de verstrekte 100 miljoen garantstelling ten behoeve van RDM is ten minste een garantstelling van 25 miljoen euro al op 5 november 2003 afgegeven. Deze garantstelling had volgens de Comptabiliteitsvoorschriften onverkort in de jaarrekening 2003 van gemeente Rotterdam gemeld moeten worden.
Volgens mededeling van Burgemeester en wethouders op 30 augustus 2004 gaat het om "in de afgelopen jaren verstrekte garanties". Hieruit kan afgeleid worden dat de overige 75 miljoen euro aan borgstellingen al geruime tijd geleden en zeker vóór 31 december 2003 zijn verstrekt. Hieruit kan ook worden afgeleid dat Burgemeester en Wethouders het op 30 augustus 2004 nog steeds niet nodig vonden de gemeenteraad volledig te informeren over de exacte periode van het bestaan van de andere borgstellingen.
Deze boekhoudfraude is niet de enige boekhoudfraude in de jaarrekening van Rotterdam. In de afgelopen jaren zijn op zeer grote schaal opbrengsten en kosten buiten de winst- en verliesrekening gehouden. Het gaat inmiddels over de periode vanaf 1998 om een boekhoudfraude van ruim 550 miljoen euro. Verhogingen van de onroerendezaakbelastingen komen daarmee in een merkwaardig daglicht te staan.

Meer informatie bij:
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
tel. 0343-572055 / 06-20815670