Dossier: In de media


In
Katholiek Nieuwsblad van 7 oktober 2005 verscheen op het interview van Leo Verhoef in Katholiek Nieuwsblad van 23 september 2005 een reactie van dr. A. Schilder, werkzaam bij het ministerie van Financiën.


Boekhoudfraude

In KN 53 staat een uitgebreid interview met de heer Verhoef over vermeende boekhoudfraude bij gemeenten. Het artikel is er één in een lange reeks: afgelopen jaren verschenen soortgelijke artikelen in Vrij Nederland en het Financiële Dagblad.

Daarnaast heeft de heer Verhoef brieven geschreven naar diverse bewindslieden (BZK, EZ en Financiën) over de z.i. onbetrouwbare verslaglegging bij lokale overheden en onterechte goedkeurende verklaringen.
De heer Verhoef strijdt voor een goede zaak (betere verslaglegging en transparantie over financiële positie gemeenten), maar het probleem is dat hij daarbij niet gevoelig is voor initiatieven en argumenten van rijkszijde en collega-accountants en steeds hetzelfde verhaal blijft vertellen.
Een voorbeeld van een recent initiatief is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van het rijk, dat op 1 januari 2004 is ingegaan. Dit besluit lost een groot deel van de problematiek die de heer Verhoef schetst op.

Daarnaast zijn er verschillende instanties waar misstanden omtrent de verantwoording kunnen worden aangekaart. Daar is de heer Verhoef ook naar toe gegaan, maar heeft steeds geen gelijk gekregen.

Nu kun je een complot zien in al deze afwijzende reacties, maar het zijn onderhand wel erg veel instanties en personen die daar dan betrokken bij moeten zijn.

Dr. A. Schilder, ministerie van Financiën, op persoonlijke titel



Commentaar van Leo Verhoef bij de reactie van Dr. A. Schilder


1. Schilder ontkent niet dat Leo Verhoef gelijk heeft in zijn beweringen over misleidende jaarrekeningen van veel gemeenten.

2. Schilder vindt dat Leo Verhoef voor een goede zaak strijdt.

3. Schilder is werkzaam bij het ministerie van Financiën. De door Leo Verhoef aangekaarte misstand van de misleidende jaarrekeningen van gemeenten is dus bekend bij het ministerie van Financiën. Desondanks bestaat de misstand nog steeds.

4. Schilder heeft er weet van dat Leo Verhoef over deze misstand brieven heeft geschreven naar diverse ministers, waaronder de minister van Financiën, en heeft er weet van dat dat allemaal niets uithaalde, immers de misstand bestaat nog steeds, nog erger: hij heeft er weet van dat al deze ministers met een grote boog om de problematiek heenliepen.

5. Schilder heeft er dus weet van dat ook de minister van Financiën Leo Verhoef volledig in de kou laat staan.

6. De opmerking van Schilder dat Leo Verhoef niet gevoelig zou zijn voor initiatieven en argumenten van rijkszijde en collega-accountants, is in dit kader niet relevant (de vraag is of de opmerking juist is), maar erkent wèl het gelijk van Leo Verhoef.

7. De opmerking van Schilder dat  een of ander Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten een groot deel van de door Leo Verhoef geschetste problematiek oplost, is in dit kader niet relevant (de vraag is of de opmerking juist is), maar erkent het gelijk van Leo Verhoef.

8. Schilder memoreert dat Leo Verhoef naar verschillende instanties is gegaan om de misstand aan te kaarten, maar dat hij daar geen gelijk heeft gekregen. Deze opmerking is niet juist. Het bestuur van het NIVRA (organisatie van registeraccountants) en de Raad van Tucht voor Accountants hebben Leo Verhoef gelijk gegeven. Leo Verhoef deed aangifte bij Justitie; Justitie legde de aangiften terzijde, niet omdat Leo Verhoef ongelijk zou hebben, maar omdat "men" er geen trek in had.

9. Het is waar wat Schilder aan zijn slot opmerkt, dat er erg veel instanties en personen bij de misstand betrokken zijn. Dat ontkracht niet dat Leo Verhoef gelijk heeft. Het  laat wèl zien dat de misstand veel omvattend is.