Dossier: In de media

Trouw dd. 29 april 2006
 

Soms komt de waarheid ongelegen


’Niets dan de waarheid’ was het motto van de Maand van de Filosofie die morgen ten einde loopt. Stoere taal. Maar wat gebeurt er als je het in de praktijk brengt? Klokkenluiders doen hun verhaal: „Je kop gaat eraf.”

Ogenblikje, zegt Paul Schaap (56), voormalig medewerker van de kernreactor in Petten. „Ik doe even de hond achter het hek.” Die hond, zegt Schaap, is voor ’een stukje veiligheid’, aangeschaft na anonieme dreigtelefoontjes en nare brieven. ’We weten je te vinden’, kreeg Schaap te verstaan.
Als plaatsvervangend wachtchef werkte Schaap bij de Nuclear Research- en Consultancygroup (NRG) die de kernreactor in Petten beheert. In december 2001 werd hij uit zijn functie gezet, nadat hij naar buiten had gebracht dat de NRG het volgens hem niet nauw nam met de veiligheidsvoorschriften. Onder druk van commerciële belangen – de NRG levert onder meer aan ziekenhuizen materiaal om kankerpatiënten te bestralen – werd de reactor niet stilgelegd bij geconstateerde verhoogde radioactiviteit. En als een noodkoelsysteem niet werkte, werd de reactor gewoon opgestart.
Een levensgevaarlijke situatie, volgens Schaap. „Ik zag de stress en de gewetensnood bij mijn collega’s. De emmer is dan een keer vol.”
Klagen bij zijn superieuren had geen effect, dus wendde Schaap zich tot het ministerie van Vrom, dat hem anonimiteit beloofde. Toen uitlekte dat hij over het bedrijf had geklaagd, kon Schaap vertrekken.
„Ik raakte mijn inkomen kwijt en collega’s mochten geen contact meer met me hebben. Ze moesten een verklaring ondertekenen dat ik fout zat.”
Er volgden anonieme bedreigingen. Schaap: „Hoe kun je als bedrijf zó met mensen omgaan? Zijn de belangen dan zó groot dat je iemand te grazen moet nemen?”

Het verhaal van Paul Schaap lijkt sprekend op dat van Leo Verhoef (58). Ook hij bracht de waarheid – of een afwijkende waarheid – naar buiten. Als registeraccountant meent Verhoef dat Nederlandse gemeenten op grote schaal valsheid in geschrifte plegen, door zich in hun jaarrekening bewust armer voor te doen dan ze zijn. Burgers betalen hierdoor ten onrechte te veel belasting.
Verhoef stelde de kwestie aan de orde, maar vond geen gehoor. De zaak sleepte zich voort, mondde via overplaatsingen (’Als een hete aardappel werd ik door de organisatie geschoven’) uit in ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen.
„Toen was ik verwijtbaar werkloos”, zegt Verhoef. „Ik kreeg WW, maar met de maximale strafkorting. Je denkt dat je je werk goed doet en dan sta je op de keien. Echt, als ik zou toegeven aan mijn woede hierover kun je me over drie maanden afvoeren naar een inrichting.”

Wat bezielt de klokkenluiders? Waarom willen zij hun waarheid naar buiten brengen?
„Ik zag het als een missie”, zegt Paul Schaap. „Met een kernreactor kun je niet stunten. Dit was zó erg, het moest naar buiten.”
Leo Verhoef: „Als accountant is controleren mijn vak. Als een jaarrekening niet de financiële werkelijkheid weergeeft, móet ik dat melden.”
Beroepseer én het geweten waren ook de drijfveren van Jan Paalman (51) en Charl de Roy van Zuydewijn (46), voormalig rechercheurs van het ’Tolteam’ dat onderzoek deed naar de vuurwerkramp in Enschede. Ze meenden dat er in het onderzoek sprake was van tunnelvisie, een te sterke concentratie op één verdachte – die volgens Paalman en De Roy van Zuydewijn onschuldig is.
„Je hebt als politieman een ambtseed afgelegd”, zegt De Roy van Zuydewijn. „Je belooft integer te handelen en de waarheid te spreken, zo waarlijk helpe mij God Almachtig. Daarmee moet je niet marchanderen.”
Paalman: „In deze zaak ging een onschuldige naar de gevangenis. Daar kan ik niet mee leven. Als ik mij ’s ochtends sta te scheren wil ik mezelf in de spiegel recht aan kunnen kijken.”
De twee rechercheurs hielden nauwgezet bij welke fouten er in het onderzoek naar de vuurwerkramp gemaakt werden, meldden dit, maar vingen bot bij hun leidinggevende. Die gaf hun weliswaar gelijk, maar zei erbij dat justitie er alles aan gelegen was de zaak snel op te lossen. De twee rechercheurs werden op de vingers getikt, ze dienden te stoppen met het verkondigen van wat niet de mening van het onderzoeksteam was. Uiteindelijk kregen ze eervol ontslag.
Paalman: „Je krijgt een zak geld mee, maar na bijna dertig jaar ben je opeens onbekwaam en ongeschikt voor het vak. Dat doet pijn. Ik heb regelmatig een kopje door de keuken gesmeten.”

Naar buiten treden met een afwijkende waarheid lijkt funest voor de carrière van de klokkenluider.

’Wat zullen voor mij de gevolgen zijn?’, vroeg ook psycholoog en geschiedfilosoof Eelco Runia (50) zich heel even af voordat hij publiceerde dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) volgens hem in een psychologische valkuil is getrapt tijdens het onderzoek naar de val van Srebrenica.
Runia meent dat het Niod zich ’in spectaculaire mate’ identificeert met zijn onderzoeksobject, het optreden van de Nederlandse militairen. De onderzoekers beschrijven hun eigen werkzaamheden in exact dezelfde bewoordingen als de politiek en de militairen de missie naar Srebrenica: ’We moesten de zaak van de grond af opbouwen’ en ’We liepen het risico op een hoogst ongelukkige afloop’. Dit ’spiegelen’, in de psychotherapie bekend als ’parallel processing’, maakt het onderzoek naar Srebrenica volgens Runia ’fundamenteel ongeldig’.
Onder de titel ’Forget about it’ publiceerde Runia zijn bevindingen in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. „Niet om het Niod aan het kruis te nagelen. Ik wilde alleen een mooi en spectaculair artikel schrijven, vanuit een perspectief dat toevallig volkomen vernietigend is voor het Niod. Ik wist dat ik daarmee aan een machtig instituut kwam, maar soms moet je roekeloos zijn.”
In een reactie noemde Niod-directeur Blom Runia’s artikel ’borrelpraat met geleerde voetnoten’, van iemand die last heeft van ’intellectuele luiheid’.
Runia blijft daar laconiek onder. „Ik ben niet boos. Blom geeft geen argumenten, dat zegt iets over hem. Dit is stemmingmakerij.”
Vrienden heeft Runia niet gemaakt onder de Nederlandse historici, maar buiten ’stemmingmakerij’ heeft hij geen ongemak ondervonden. „Ik had wel meer ophef verwacht. Ik vind dat de geschiedschrijving rekenschap moet geven: wat zeggen gebeurtenissen over ons? Ik schaam mij voor Srebrenica, heb me daar boos over gemaakt. Als mensen mij nu zien als ’die man van het artikel over het Niod’ kan ik ze dat niet kwalijk nemen. Maar misschien denk ik over twintig jaar wel: het heeft me mijn carrière gekost.”

Wie een andere waarheid openbaart moet rekenen op tegenwerking. Runia stuurde zijn artikel naar verschillende kranten, maar daar werd het – volgens hem bewust – buiten gehouden. Accountant Verhoef, wachtmeester Schaap en de rechercheurs Paalman en De Roy van Zuydewijn verloren hun baan. Wat leert dat hun over ’waarheid’?
„Voor velen bestaat dé waarheid niet”, zegt accountant Leo Verhoef. „Waarheid is maar net wat je uitkomt. De waarheid komt altijd ongelegen, omdat het botst met belangen. Als accountants mij gelijk zouden geven, betekent dat toegeven dat ze het al die jaren verkeerd gedaan hebben. En bestuurders die toegeven dat ze fout zitten, lijden flink gezichtsverlies.”
„Waarheid is de beleving van één persoon”, zegt rechercheur Jan Paalman. ,,Waar je naar moet zoeken is de juíste waarheid. En als je het mis had, moet je dat durven toegeven.”
Charl de Roy van Zuydewijn: „Onder de koffie gaven collega’s ons gelijk. Maar als er officieel gevraagd werd wie óók dacht dat er fouten werden gemaakt, zei niemand meer iets. Uit angst om tegen de leiding in te gaan – je mocht ze nog eens nodig hebben voor je carrière.”
„De overheid moedigt je aan om misstanden te melden”, zegt Paul Schaap. „Maar als je de waarheid naar buiten brengt word je gezien als een verrader. Je schaadt een ego, dat wordt je betaald gezet. Je kop gaat eraf.”
Eelco Runia: „De titel van mijn artikel is niet voor niets ’Forget about it’. ’Laten we er maar over ophouden’ – dat is het klimaat dat in Nederland heerst. Voor afwijkende opvattingen is nauwelijks ruimte, je kunt niet somber genoeg zijn over het vermogen van mensen om het ergens níet over te hebben.”
„We laten in Nederland kwesties het liefst doodbloeden”, zegt accountant Verhoef. „Er zit iets in ons dat maakt dat we de waarheid niet willen horen.”


Geloof inspireert de klokkenluider
Volgens de definitie zijn klokkenluiders mensen die ’morele verantwoordelijkheid nemen’ en ’een wantoestand publiekelijk aan de kaak stellen’. Daarbij zijn zij niet uit op persoonlijk voordeel; hun drijfveren zijn integriteit en intellectuele eerlijkheid.
Een van de bekendste klokkenluiders is europarlementariër Paul van Buitenen, die in 1998 als ambtenaar bij het Europees Parlement frauduleus gedrag door sommige leden van de toenmalige Europese Commissie openbaarde. Naar eigen zeggen werd hij gedreven door het morele besef dat hij ontleent aan zijn christelijk geloof.
„Ik heb een sterk geloof”, zegt ook wachtmeester Paul Schaap.
Accountant Leo Verhoef: „Ik ben opgegroeid in een vrijgemaakt-gereformeerd milieu. Daar heerst een groot verantwoordelijkheidsbesef. Ik vind dat ik mij moet durven verantwoorden tegenover mijn naaste.”
Wat ze van huis uit hebben meegekregen speelt zeker een rol, zeggen rechercheurs Jan Paalman en Charl de Roy van Zuydewijn. Maar eerlijkheid staat los van hun geloof. Zij zijn respectievelijk protestant en rooms-katholiek. „Deze oecumenische samenwerking bevalt ons prima.”