Dossier: Tuchtzaken
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 15 september 2004

President van het
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Postbus 20021
2500 EA 's-Gravenhage

Betreft:  - Klacht inzake behandeling beroepzaken
             - Procedures: AWB 03/263, AWB 03/266, AWB 03/1171, AWB 03/1172,
               AWB 03/1173, AWB 03/1174, AWB 03/1175, AWB 02/1398

Geachte heer President,

Met mijn brief aan u van 30 juli 2004 legde ik u mijn klachten voor over de behandeling door de betreffende rechters van mijn beroepzaken in bovengenoemde procedures. Tevens behelsde mijn brief een verzoek om revisie van de betreffende uitspraken. Met uw brief van 25 augustus 2004 liet u mij weten dat een revisie niet in behandeling kon worden genomen. Met uw brief van 1 september 2004 liet u mij weten dat om redenen door u genoemd de klacht eveneens niet in behandeling kon worden genomen. U schrijft dat niet geklaagd kan worden over inhoud en motivering van een beslissing. Dat laatste is logisch en begreep ik reeds op voorhand, immers waar het gaat om inhoud en motivering staan al dan niet beroepmogelijkheden open.
Echter mijn klacht was wel degelijk een klacht tegen de behandeling door de betreffende rechters.
Ik schreef onder meer:
"Op volstrekt laakbare wijze hebben Raad van Tucht en College van Beroep in die zaak de behandeling van de klacht afgedaan. Zonder goed mijn klaagschrift en vervolgens beroepschrift en pleitnota's te lezen, mij woorden in de mond leggend die ik nooit gezegd of geschreven heb, mijn woorden verdraaiend, de meeste klachtonderdelen onbehandeld latend, de wèl behandelde klachtonderdelen zodanig verkeerd weergevend waardoor heel andere klachten ontstonden, en voorbijgaand aan veel belangrijke uitlatingen mijnerzijds, hebben Raad van Tucht en College van Beroep toentertijd  - volkomen ten onrechte - geconcludeerd dat ik zou vinden dat de betreffende accountant zich niet aan de van toepassing zijnde Comptabiliteitsvoorschriften had mogen houden, en dat ik niet de Comptabiliteitsvoorschriften had geciteerd als relevante wetgeving maar het Burgerlijk Wetboek, en mijn klachten volgens een redenering waaraan elke logica ontbreekt, ongegrond verklaard."
en
"Dus zijn mijn klachten tegen de betreffende accountants in beroep de facto nog nooit inhoudelijk door het College behandeld!"

Ik verzoek u wederom mijn klacht als klacht te erkennen en in behandeling te nemen.

Met hoogachting,

drs. L.W. Verhoef
registeraccountant