Dossier: Strafzaken
drs. L.W. Verhoef mga
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 21 oktober 2005

Gerechtshof 's-Gravenhage
Sector Strafzaken

Betreft: Klacht ex WSv art 12 van drs. J.G. van Heijgen inzake
            behandeling aangifte van valsheid in geschrifte in
            jaarrekeningen van gemeente Rotterdam
            (zaaknummer: K05/1328)

Geachte Hof,

De heer drs. J.G. van Heijgen, gemeenteraadslid van gemeente Rotterdam, heeft aangifte gedaan van valsheid in geschrifte in de jaarrekeningen 1998-2002 van gemeente Rotterdam.
De jaarrekeningen van gemeente Rotterdam maken melding van saldi van baten en lasten over die periode van in totaal circa € 75 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente in die jaren in totaal circa € 515 miljoen over, aldus door mij uitgevoerde onderzoeken. Er is dus sprake van een aanzienlijk bedrag aan in de rekeningen over die jaren verzwegen baten en lasten van in totaal circa € 440 miljoen. De jaarrekeningen zijn dus zeer misleidend. Om deze reden heeft de heer Van Heijgen als burger, bovendien gemeenteraadslid, van Rotterdam aangifte gedaan van valsheid in geschrifte.
Het Openbaar Ministerie heeft gemeend niet tot nader onderzoek, laat staan vervolging, over te moeten gaan. Om deze reden heeft de heer Van Heijgen bij uw Hof een klacht ingediend op grond van de mogelijkheden daartoe genoemd in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. In de behandeling van deze klacht heeft uw Hof in een tussenbeschikking (volgnummer: 04167K10) beslist de beklaagden te willen horen en heeft beklaagden in overweging gegeven een gemotiveerde schriftelijke reactie aan het Hof te doen toekomen. Deze schriftelijke reactie is een daartoe door NautaDutilh namens beklaagden opgesteld rapport dd. 18 mei 2005.
Op verzoek van de heer Van Heijgen heb ik kennis genomen van dit rapport. Hieronder gelieve uw Hof mijn opmerkingen en bevindingen bij dit rapport aan te treffen.

Ondergetekende is registeraccountant met een aanvullende masterdegree van MGA (Master Government Accountancy), is jarenlang werkzaam geweest en nog steeds in het bedrijfsleven, de wereld van non-profit-organisaties en de wereld van gemeenten en provincies, en heeft derhalve een grote ervaring onder meer waar het gaat om jaarrekeningen en begrotingen van gemeenten en provincies. Ondergetekende wordt regelmatig om advies gevraagd door gemeenteraadsleden en Provinciale Staten-leden in de beoordeling van jaarrekeningen en begrotingen van hun gemeenten en provincies. Wat ik daarbij aantref is vaak ten hemel schreiend. Alles en iedereen wordt, al dan niet moedwillig, totaal op het verkeerde been gezet.

Opmerkingen en bevindingen bij en over rapport van NautaDutilh

1. Het valt op dat uw Hof beklaagden had gevraagd een reactie te geven "inhoudende onder meer inlichtingen met betrekking tot de gang van zaken bij vaststelling van de jaarrekeningen waarop het beklag betrekking heeft", maar dat het rapport van NautaDutilh behalve een uiterst summier en bovendien grotendeels foute weergave van deze gang van zaken, een uitvoerige uiteenzetting bevat over de vraag of de betreffende jaarrekeningen wel of niet voldoen aan de bepalingen van zoiets als een Besluit Comptabiliteitsvoorschriften, wat in deze zaak geheel irrelevant is.

2. Het valt op dat het rapport van NautaDutilh duidelijke uitgangspunten mist over wat een jaarrekening van een gemeente is, waartoe deze moet dienen en aan welke daaraan te stellen inhoudelijke eisen een dergelijke jaarrekening dus moet voldoen. Veel beweringen en conclusies komen daarmee "in de lucht" te hangen.

3. Als laatste bijlage (bijlage 7) produceert NautaDutilh op een 3/4 A4-tje een "Procedure totstandkoming jaarrekeningen". Het valt op dat daarin essentiële fouten voorkomen.
Hoe intern de/een jaarrekening tot stand komt, is in dit kader volstrekt irrelevant. Dat daarbij ambtenaren, afdelingen, diensten en wie al niet aan te pas komen is evident, maar (nogmaals) niet relevant.
De jaarrekening is het verantwoordingsdocument van het college van burgemeester en wethouders en wordt derhalve onder zijn verantwoordelijkheid opgemaakt en door het college als zodanig vastgesteld. Door de gemeenteraad is een accountant aangesteld, in dit geval een accountant in dienst van de gemeente zelf, die de jaarrekening, na de vaststelling door het college van burgemeester en wethouders, op waarheidsgehalte controleert ten behoeve van de gemeenteraad. Het college legt de jaarrekening over aan de gemeenteraad, en de accountant legt zijn controlebevindingen in de vorm van een accountantsverklaring en een accountantsrapport eveneens over aan de gemeenteraad. De gemeenteraad beoordeelt aan de hand van de in de jaarrekening opgenomen informatie het (financiële) doen en laten van het college en keurt de jaarrekening vervolgens wel of niet goed en stelt daarmee de jaarrekening wel of niet definitief vast. Wordt de jaarrekening door de gemeenteraad goedgekeurd en vastgesteld, dan legt de gemeenteraad daarna met deze jaarrekening rekening en verantwoording af aan de burgers van Rotterdam en alle andere belanghebbenden (bijvoorbeeld het Rijk en bijvoorbeeld de Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie als toezichthouder).

4. In het kader van de behandeling van de klacht van de heer Van Heijgen is kennis van de betekenis van een/de jaarrekening uiterst belangrijk. Zoals gezegd, mis ik in het rapport van NautaDutilh duidelijke uitgangspunten over deze betekenis.
Voor een gemeenteraad is de jaarrekening van de gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording af over het gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting van het lopende jaar en van het volgende jaar. Aan de hand van de jaarrekening controleert de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders binnen de door de gemeenteraad in de voorafgaande begroting vastgestelde grenzen is gebleven. Op basis van deze jaarrekeningen en begrotingen beslist de gemeenteraad bijvoorbeeld over de hoogte van de gemeentelijke belastingen, zoals de OnroerendeZaakBelastingen, en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening leggen college van burgemeester en wethouders èn gemeenteraad aan de burgers en belastingbetalers rekening en verantwoording af van het gevoerde (financiële) beheer en de besteding van de belastinggelden. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten zijn. Of de jaarrekening wel of niet voldoet aan zoiets als een Besluit Comptabiliteitsvoorschriften is niet geheel onbelangrijk, maar van zeer ondergeschikt belang. De allereerste eis waaraan een jaarrekening moet voldoen, is betrouwbaarheid van de in die jaarrekening opgenomen informatie. Om het in eenvoudig Nederlands te zeggen: Het moet waar zijn wat er staat.

5. NautaDutilh geeft onder punt 2. van zijn rapport een geheel verkeerde samenvatting van de in de aangifte opgenomen klacht, daarmee wellicht proberend uw Hof op het verkeerde been te zetten.
Er was geen aangifte gedaan van overtreding van een artikel 27 van zoiets als een Besluit Comptabiliteitsvoorschriften, wat bovendien geen strafbaar feit oplevert, maar van het verstrekken van misleidende informatie in een jaarrekening, i.c. van valsheid in geschrifte in een jaarrekening. Dat is iets geheel anders! De aangifte was onderbouwd met berekeningen waaruit voor jaarrekeningtechnisch deskundigen zonneklaar blijkt dat de in de betreffende jaarrekeningen als saldo van baten en lasten genoemde bedragen, de saldi waarmee telkens de Rekening van baten en lasten eindigt, NIET het saldo is van alle baten en lasten, waaruit dus volgt dat niet ALLE baten en lasten in de Rekening van baten en lasten waren opgenomen. Door het verzwijgen van grote bedragen aan baten en lasten, zijn de betreffende jaarrekeningen alle zwaar misleidend. Deze jaarrekeningen maken het dus bijvoorbeeld de gemeenteraad niet mogelijk te zien of er eventueel bedragen buiten de begroting om zijn uitgegeven. Deze jaarrekeningen maken het dus bijvoorbeeld ook de gemeenteraad en de burgers en andere belanghebbenden niet mogelijk om te zien of de omvang en de verhogingen van de OnroerendZaakBelastingen terecht waren.
Iets geheel anders is dat de betreffende jaarrekeningen daardoor dus ook niet voldoen aan de betreffende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften. Artikel 27 eist in niet mis te verstane termen dat àlle baten en lasten in de rekening van baten en lasten moeten worden opgenomen, en eist volledigheidshalve nog eens dat het saldo waarmee de Rekening van baten en sluit, het saldo moet zijn van alle baten en lasten. Dus: niet alleen zijn de betreffende jaarrekeningen zwaar misleidend, ze voldoen òòk niet aan de Comptabiliteitsvoorschriften.
Het geven van misleidende informatie in een jaarrekening, tegenwoordig vaak aangeduid met de term boekhoudfraude (een uiterst ongelukkige vertaling van het Engelse accounting fraude, dat met "boekhouden" niets uitstaande heeft), is een vorm van wat in het Wetboek van Strafrecht (artikel 225-227) wordt aangeduid met "valsheid in geschrifte". Volgens vaste jurisprudentie behoren jaarrekeningen tot de in artikel 226 genoemde categorie van de zogenoemde "authentieke akten", waarop een verhoogde straf staat van (maximaal) zeven jaar.
Het is zeer opvallend dat NautaDutilh namens beklaagden geen enkel verweer voert tegen de aantijging van "valsheid in geschrifte", terwijl het daarover in de aangifte toch gaat!

6. Het valt op dat NautaDutilh op verschillende plaatsen in zijn rapport (vanaf opmerking 3) het doet voorkomen of de berekeningen die leiden tot de conclusie dat het in de Rekening van baten en lasten genoemde saldo nìet het saldo is van alle baten en lasten, alleen zouden opgaan voor "het bedrijfsleven" maar niet voor gemeenten. Enige onderbouwing van deze bewering ontbreekt geheel en al. Een verwijzing naar verschillen in wetgeving voor "het bedrijfsleven" (een al even ongedefinieerde term) en gemeenten is een nonsens-verwijzing. NauataDutilh doet dan ook zelfs geen enkele poging deze zogenaamde verschillen te benoemen. De berekeningen in de aangifte hebben niets uitstaande met regelgeving, noch voor "het bedrijfsleven" noch voor gemeenten, noch voor wie of wat dan ook, maar hebben uitsluitend te maken met het constateren van (een gebrek aan) noodzakelijke consistentie in een (i.c. elke) jaarrekening, waaruit geconcludeerd mag/moet worden dat het saldo van de Rekening van baten en lasten nìet het saldo is van àlle baten en lasten.

7. Het valt op dat NautaDutilh op verschillende plaatsen in zijn rapport (vanaf opmerking 5) zich uitvoerig uit over overeenkomsten en verschillen tussen Burgerlijk Wetboek Boek 2 en Comptabiliteitsvoorschriften. Echter, deze overeenkomsten en verschillen hebben helemaal niets uitstaande met de conclusie dat het saldo van de betreffende Rekeningen van baten en lasten telkens nìet het saldo is van alle baten en lasten. Een vergelijking van Burgerlijk Wetboek en Comptabiliteitsvoorschriften is in dit kader geheel en al volstrekt niet relevant.

8. Het valt op dat NautaDutilh op verschillende plaatsen in zijn rapport (vanaf opmerking 6) zich uitvoerig uit over zoiets als een "eigenheid van gemeenten". Het valt op dat NautaDutilh ook deze term nergens definieert. Maar ook al zou er zoiets bestaan als een "eigenheid van gemeenten", het heeft niets uitstaande met de conclusie dat de saldi van de betreffende Rekeningen van baten en lasten nìet de saldi zijn van alle baten en lasten. Hooguit kan men concluderen dat het blijkbaar een eigenheid van gemeente Rotterdam is om misleidende jaarrekeningen te produceren.

9. NautaDutilh verwijst vanaf opmerking 27 naar uitspraken van de Raad van Tucht voor Accountants en het College van beroep voor het bedrijfsleven en beweert dat deze in de betreffende tegen accountants gerichte tuchtzaken zouden hebben uitgemaakt dat de betreffende jaarrekeningen nìet misleidend zouden zijn. Ook deze bewering van NautaDutilh is geheel en al onjuist. Het tegendeel is zelfs waar!
Het voert naar mijn mening thans te ver om deze tuchtzaken en de uitspraken daarin hier uitvoerig te behandelen. Tuchtrechtelijk bezien zijn deze uitspraken uiterst merkwaardig, dat wel, maar thans niet relevant. Ik volsta met op te merken dat in deze tuchtzaken telkens nìet àlle klachten zijn behandeld, dat de Raad van Tucht in de eerste van een reeks van zaken louter volstond met de compleet overbodige en niet relevante opmerking dat een jaarrekening van een gemeente niet hoeft te voldoen aan Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel 9 (welke opmerking uiteraard volkomen juist, maar, nogmaals, geheel irrelevant is, bovendien gingen de voorgelegde klachten daar helemaal niet over) en daarmee de aangeklaagde accountant vrijuit liet gaan, in de volgende van die reeks van klachten op zijn fout in de eerste zaak terugkwam, maar nu uitsprak dat het blijkbaar vaker voorkomt dat gemeenten bedragen buiten de Rekening van baten en lasten laten en dat het blijkbaar de uitleg van de betrokken accountants is dat dat mag en om die reden de betrokken accountants alweer vrijuit liet gaan, het College van beroep in de eerste zaak zei dat de Raad van Tucht best mocht zeggen dat het Burgerlijk Wetboek niet op jaarrekeningen van gemeenten van toepassing was, en daarom de betrokken accountant vrijuit liet gaan, en in de latere zaken zei dat het de accountant in de eerste zaak vrijuit had laten gaan en daarom vond dat de betrokken accountants in de volgende zaken ook vrijuit moesten gaan, waardoor het College van Beroep nog nooit aan een werkelijke inhoudelijke beoordeling van de klachten is toegekomen, en het College van beroep in de uitspraken in de laatste zaken zelfs optekende dat mijn bewering van verzwegen baten en lasten nooit eerder in eerste instantie aan de orde was gesteld, waarom ik nu overweeg tegen de betreffende rechters aangifte te doen van valsheid in geschrifte in een rechterlijke uitspraak (een authentieke akte in de zin van artikel 226 van Wetboek van Strafrecht). Een verbijsterende gang van zaken! Belangrijk voor uw Hof is thans in ieder geval dat de Raad van Tucht nooit heeft ontkend, zo ook niet alle betrokken accountants, dat er bedragen buiten de Rekeningen van baten en lasten waren gelaten, integendeel, de Raad van Tucht heeft in alle gevallen (impliciet) erkend dat inderdaad de betreffende jaarrekeningen misleidend waren!

10. NautaDutilh wijst er uitvoerig op (vanaf opmerking 29) dat de Officier van Justitie de aangifte heeft geseponeerd (voornamelijk) vanwege de vrijspraak van de accountants in de door mij gevoerde tuchtprocedures waarvan ik de uitspraken hiervoor onder 9. opvoerde. De Officier maakt dus een geweldige fout. De Officier concludeert uit de vrijspraken dat het niet waar is wat ik in die zaken beweerde over misleidende jaarrekeningen. De Officier geeft er dus blijk van de uitspraken wèl te kennen, maar de uitspraken nooit zelf gelezen, laat staan bestudeerd te hebben. Immers, de Raad van Tucht heeft in alle gevallen mijn gelijk van verzwegen baten en lasten volledig erkend! Dat die Raad van Tucht en daarachter aan het College van beroep, verbijsterend genoeg, de betrokken accountants tuchtrechtelijk vrijsprak, zegt heel veel over de kwaliteiten van die tuchtrechtspraak, maar zegt helemaal niets over de (on)terechtheid van de aangifte van de heer Van Heijgen van valsheid in geschrifte in de Rotterdamse jaarrekeningen.

11. Over dit gruwelijke misverstand bij het Openbaar Ministerie en over meer aspecten van deze onverkwikkelijke zaak van het niet strafrechtelijk vervolgen van boekhoudfraude bij de overheid zelf, bovendien boekhoudfraude van een veel grotere omvang dan bijvoorbeeld bij Ahold, waar het Openbaar Ministerie wèl tot onderzoek en vervolging over ging, heb ik zelf een zeer uitvoerige correspondentie met het College van procureurs-generaal gevoerd. De hele correspondentie is te vinden op het Internet op website www.leoverhoef.nl onder de link "Openbaar Ministerie". Ik geef uw Hof voor een goed begrijpen van deze zaak (zo uw Hof dat al niet goed begrijpt) ten sterkste in overweging kennis te nemen van deze correspondentie.

12. Uw Hof heeft natuurlijk kennis genomen van de bijlage bij de aangifte van de heer Van Heijgen waarin Zuid-Hollands Provinciale Staten-lid de heer Trabsky via email correspondentie voerde met Professor Blokdijk, emeritus-hoogleraar Accountancy, waarin professor Blokdijk in niet mis te verstane bewoordingen mijn gelijk van de op grote schaal bij gemeenten verzwegen baten en lasten volledig erkent.

13. Onder opmerking 39 concludeert NautaDutilh: "De jaarrekeningen van de Gemeente Rotterdam zijn juist en geven een getrouw beeld van de financiële positie van de gemeente". Het is opvallend dat NautaDutilh deze stelling in het geheel niet onderbouwt. Onder opmerking 40 concludeert NautaDutilh dat geen baten en lasten zijn weggelaten. Alweer onderbouwt NautaDutilh deze stelling op geen enkele wijze.

14. Wèl terecht constateert NautaDutilh onder opmerking 41 dat de wijze waarop de betreffende jaarrekeningen en de begrotingen van de gemeente Rotterdam zijn opgesteld, in overeenstemming zijn met de algemeen gangbare praktijk bij veel gemeenten en provincies in Nederland. Echter, deze stelling zegt helemaal niets over het niet misleidend zijn van de Rotterdamse jaarrekeningen en begrotingen, maar wèl heel veel over de bedroevende kwaliteit van de begrotingen en jaarrekeningen van menige andere gemeente. Voor het geval uw Hof meer wil weten over deze verbijsterende misstand, verwijs ik uw Hof naar wat ik daarover heb opgenomen op de website www.leoverhoef.nl. U zult versteld staan over wat u daar te zien krijgt!

15. Wat NautaDutilh onder opmerking 44 zegt over het niet geëigend zijn van de onderhavige "artikel 12" -procedure en de daaraan voorafgaande aangifte, is naar mijn mening zeer bevreemdend. Juist het doen van aangifte door een gemeenteraadslid die zich vanwege misleidende jaarrekeningen gefrustreerd ziet in zijn kerntaken als gemeenteraadslid, lijkt mij de aangewezen weg bij uitstek deze misstand bij de wortels aan te pakken. Juist daarom komt het mij uiterst bizar voor dat het Openbaar Ministerie deze misstand willens en wetens niet wil aanpakken en strafrechtelijk vervolgen. De gevolgen zijn niet gering! Menigeen leidt eruit af dat het "dus" niet waar is dat er sprake zou zijn van boekhoudfraude bij de overheid en, in dit geval, de gemeente Rotterdam.

16. Ik maak van de gelegenheid gebruik uw Hof te wijzen op de onwaarheid onder opmerking 46 van het rapport van NautaDutilh. Mij zou zijn gevraagd aan te geven welke baten en lasten dan wel buiten de Rekeningen van baten en lasten zouden zijn gebleven en ik zou hierop niet hebben willen ingaan. Alweer blijkt het totale gemis aan relevante kennis in deze zaak van NautaDutilh. Als deskundige constateer ik dat telkens het saldo waarmee de Rekening van baten en lasten sluit, nìet het saldo is van alle baten en lasten. Het is juist het kenmerkende van deze vorm van valsheid in geschrifte dat je als deskundige wèl kunt zien dat er baten en lasten ontbreken, ook in welke omvang, maar dat je nìet kunt zien welke baten en lasten in concreto ontbreken. Dat juist maakt van deze jaarrekeningen misleidende jaarrekeningen!

17. Ik maak van de gelegenheid gebruik uw Hof te wijzen op de onwaarheid onder opmerking 45 van het rapport van NautaDutilh. De beklaagden zouden tevoren nooit zijn geïnformeerd over het misleidende karakter van de betreffende jaarrekeningen. Ik merk op dat ik als deskundige al vroeg heb onderkend dat de jaarrekeningen van Rotterdam misleidend zijn. Vanaf 1999 heb ik (nagenoeg) telkenjare de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders met uitvoerige brieven gewaarschuwd voor de foute jaarrekeningen. Voor het geval uw Hof kennis zou willen nemen van deze brieven, verwijs ik uw Hof naar de website www.leoverhoef.nl alwaar u onder "Rotterdam" mijn brieven van de afgelopen jaren aantreft.

18. Als uw Hof zich toch oriënteert op de website www.leoverhoef.nl is het wellicht voor u interessant te lezen wat daar wordt opgemerkt over wat de Rotterdamse Rekenkamer en de Dordrechts Rekenkamer zeggen over mijn gelijk.

Uiteraard ben ik geheel en al bereid uw Hof desgevraagd van meer informatie en aanvullende toelichtingen te voorzien.

Met hoogachting,

drs. L.W. Verhoef mga
registeraccountant