Dossier: Strafzaken
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Toelichting

van drs. L.W. Verhoef RA MGA

in de klachtzaken ex Wetboek van Strafvordering artikel 12
tegen de seponering van de gedane aangiften van valsheid in geschrifte in jaarrekeningen van

  1. Provincie Noord-Brabant
  2. Gemeente Breda
  3. Gemeente Eindhoven
  4. Gemeente Oss
  5. Gemeente Tilburg
voor het Gerechtshof
te 's-Hertogenbosch

Zitting: 24 mei 2005

Geacht Hof,

Feiten
Een jaarrekening van een gemeente of een provincie is een belangrijk document. Met die jaarrekening legt het gemeentebestuur of provinciebestuur rekening en verantwoording af aan de gemeenteraad c.q. Provinciale Staten over de aanwending van de gemeenschapsgelden. Het overgrote deel daarvan is belastinggeld, waaronder de Onroerendezaakbelasting. Met de jaarrekening legt het gemeentebestuur respectievelijk provinciebestuur tevens rekening en verantwoording af aan de belastingbetalers, waaronder op de eerste plaats de inwoners van de gemeente of provincie. Zoals het bestuur van een grote onderneming met de jaarrekening rekening en verantwoording aflegt aan haar aandeelhouders. Uit de jaarrekening moet aan de burgers bijvoorbeeld de noodzaak blijken van de hoogte en de verhogingen van de Onroerendezaakbelasting. Uit de jaarrekening moet bijvoorbeeld ook blijken of het gemeente- of provinciebestuur in het afgelopen jaar al of niet terecht heeft gezegd dat er geen geld beschikbaar was voor allerhande door gemeenteraad, Provinciale Staten en burgers aangedragen gewenste voorzieningen. Een belangrijk onderdeel van de jaarrekening is dus de rekening van baten en lasten (c.q. winst-en-verliesrekening, exploitatierekening, kortweg: rekening, of anderszins genoemd). In de rekening van baten en lasten moeten de ontvangsten en uitgaven opgenomen worden. Het is uiteraard de bedoeling dat wat als "ontvangsten en uitgaven" wordt gepresenteerd, inderdaad de volledige werkelijke ontvangsten en uitgaven zijn. Het is van het allergrootste belang dat wat er staat, waar is. Het is van het allergrootste belang dat de rekening van baten en lasten volledig en correct alle baten en alle lasten aangeeft. Het is van het allergrootste belang dat wat onderaan de rekening van baten en lasten als saldo wordt gepresenteerd, geheel en al overeenkomt met wat dat bedrag suggereert, namelijk het uiteindelijke saldo van alle ontvangsten en alle uitgaven.

Maar wat is de praktijk?
De jaarrekeningen van verschillende gemeenten en provincies, waaronder de thans aan de orde zijnde, zijn ronduit misleidend. Ze zijn misleidend, omdat het saldo van de rekening van baten en lasten nìet het saldo is van àlle baten en lasten, waaruit dus volgt dat er bedragen ontbreken in de rekening. Ikzelf kan als ervaren "jaarrekeningtechnicus" na enig speurwerk aan het ontbreken van noodzakelijke consistenties tussen de balans en de rekening van baten en lasten zien dat het saldo van de rekening onvolledig en dus onjuist is. Zonder overigens te kunnen zien wèlke ontvangsten en uitgaven in concreto ontbreken. Echter een terzake niet geschoolde jaarrekeninglezer kan dat allemaal volstrekt niet zien, omdat hij/zij totaal geen weet heeft van noodzakelijke consistenties tussen balans en rekening en al helemaal niet weet hoe hij/zij eventuele inconsistenties kan vaststellen en moet interpreteren. Het zou nog tot daarentoe zijn als, ingeval van een onvolledige rekening, de toelichting bij de rekening duidelijk zou maken dat er in de rekening bedragen ontbreken en dat het als zodanig gepresenteerde saldo nìet het saldo is van alle baten en lasten, en welke posten en welke bedragen in de rekening ontbreken en wat dan het werkelijke saldo is van alle baten en lasten. Niets van dat alles. Het tegendeel is zelfs waar. Bijna altijd bevestigen bestuursverslag en jaarrekening zelfs het verkeerde beeld door het onvolledige saldo expliciet voor het saldo van alle baten en lasten te laten doorgaan. En dat maakt deze jaarrekeningen hoogst misleidend. Gemeenteraad, Provinciale Staten, en belangstellende burgers zien niet en kunnen niet zien dat er bedragen ontbreken. Zij zien niet wat het werkelijke saldo is van de baten en de lasten. Integendeel, zij worden door de gevolgde presentatie totaal op het verkeerde been gezet. Zij denken dat wat zij zien, de volledige werkelijke ontvangsten en uitgaven zijn, en zij denken het werkelijke saldo daarvan te zien en vormen zich op basis daarvan een oordeel over de baten en de lasten en het saldo daarvan. Een onjuist oordeel dus. Zij gaan ook in goed vertrouwen volledig af op de goedkeurende accountantsverklaringen bij deze misleidende jaarrekeningen. Zij gaan ervan uit dat een goedkeurende accountantsverklaring inhoudt dat de jaarrekening betrouwbaar is. Zo zou het uiteraard wèl moeten zijn. Echter, in al deze gevallen is dat vertrouwen in die goedkeurende accountantsverklaring volkomen misplaatst. Verbijsterend!

Wie zijn de slachtoffers van deze volstrekt ontoelaatbare handelwijze? Een handelwijze die we tegenwoordig aanduiden met de (overigens vrij ongelukkige) term boekhoudfraude. Een handelwijze die ons Wetboek van Strafrecht valsheid in geschrifte noemt. Valsheid in geschrifte is volgens ons Wetboek van Strafrecht een ernstig misdrijf. Zes jaar gevangenisstraf is mogelijk (artikel 225). Valsheid in geschrifte in zogenoemde authentieke akten vindt de wetgever nog ernstiger. Zeven jaar gevangenisstraf is mogelijk (artikel 226). Jaarrekeningen behoren tot deze categorie van authentieke akten.

Wie zijn de slachtoffers van deze valsheid in geschrifte?
Het gemeentebestuur van Tilburg liet de winst-en-verliesrekeningen over de jaren 2000-2003 sluiten met steeds een heel klein overschotje, in totaal over die jaren van 18 miljoen euro. In werkelijkheid was er in die jaren 280 miljoen euro overgehouden. Een boekhoudfraude van ruim 260 miljoen euro dus. Met dat verzwegen bedrag had in Tilburg met groot gemak de OZB (circa 28 miljoen euro per jaar) in die jaren overgeslagen kunnen worden. Tilburg zou dan zelfs nog niet in de rode cijfers zijn beland.
De rekeningen van gemeente Eindhoven over de jaren 1998-2003 laten in totaal een overschot zien van circa 52 miljoen euro. In werkelijkheid hield de gemeente in die jaren bijna 260 miljoen over. De OZB-opbrengst was over die jaren circa 230 miljoen euro. Ook het gemeentebestuur van Eindhoven verzweeg met ordinaire boekhoudfraude dat bijvoorbeeld heffing van Onroerendezaakbelasting niet nodig was geweest.
Het kan ook anders. Het gemeentebestuur van Breda liet de winst-en-verliesrekeningen over de jaren 1999-2003 steeds eindigen met een positief saldo zo tussen de 15 en 25 miljoen euro, in totaal over die jaren een overschot van zo'n 100 miljoen euro. In werkelijkheid was er een overschot in die jaren van circa 22 miljoen. In totaal werd er dus een kleine 80 miljoen euro aan uitgaven verzwegen. Waar ging dat geld aan op? De burgers van Breda mochten dat blijkbaar niet weten. Ordinaire boekhoudfraude.
Voor provincie Noord-Brabant en gemeente Oss gelden soortgelijke verhalen. U vindt de details over de omvang van de boekhoudfraude (of zoals ons Wetboek van Strafrecht het noemt: Valsheid in geschrifte) van provincie Noord-Brabant en gemeente Oss in mijn aangiften. Bij provincie Noord-Brabant gaat het om ruim 140 miljoen euro. Bij gemeente Oss gaat het om circa 33 miljoen euro.

Wie, of beter gezegd: wat, is nog meer slachtoffer?
De democratische controle! De controle door onze volksvertegenwoordigers namens u en mij op de bestedingen van onze belastinggelden door uw en mijn overheid.
In de jaarrekening moeten gemeentebestuur c.q. provinciebestuur verslag doen van de werkelijke ontvangsten en uitgaven naast de bedragen waarvoor in de begroting door onze volksvertegenwoordigers namens u en mij toestemming is verleend. Met boekhoudfraude worden begrotingsoverschrijdingen weggepoetst en verzwegen. Met boekhoudfraude worden opbrengsten en overschotten, soms heel grote overschotten, verzwegen. Met boekhoudfraude wordt de democratische controle vermoord.

Wat is nog meer slachtoffer?
Het door de gemeenteraad c.q. Provinciale Staten gevoerde beleid! Gemeenteraad en Provinciale Staten gaan bij hun besluiten over de financiële haalbaarheid van allerlei gewenste gemeentelijke en provinciale activiteiten in goed vertrouwen af op onder andere de cijfers van de jaarrekening. Echter met valsheid in geschrifte wordt de gemeenteraad en Provinciale Staten een totaal verkeerd beeld voorgehouden van de werkelijke omvang van de inkomsten en uitgaven van hun gemeente en provincie. Veel belangrijke besluiten zijn verkeerd omdat ze gebaseerd zijn op met boekhoudfraude verminkte informatie.

Dus schreef ik brieven aan de betreffende gemeenteraden c.q. Provinciale Staten. Die vervolgens het beschermen van hun eigen wethouders en Gedeputeerde Staten veel en veel belangrijker vonden dan dàt doen wat ze geacht worden te doen en waarvoor ze door u en mij betaald worden, namelijk het uitoefenen van controle. Dus weigeren die gemeenteraden en Provinciale Staten de misstand te onderkennen en aan te pakken. Dus worden de enkele gemeenteraads- en statenleden die er wèl werk van willen maken, politiek monddood gemaakt. Wel een grote mond over boekhoudfraude in het bedrijfsleven. Termen als "Nederland-Fraudeland" worden daarbij niet geschuwd. Maar o wee, als het gaat over boekhoudfraude in eigen huis. Dan houdt "Nederland-Fraudeland" blijkbaar op bij de gemeentegrenzen van gemeente Oss.

Justitie
Dus deed ik, mede op aanraden van de minister van Justitie, (voor het eerst in december 2002) aangifte van boekhoudfraude, i.c. valsheid in geschrifte, bij de politie. Die er vervolgens niets mee deed. De enkele aangifte die per ongeluk het bureau van een Officier van Justitie haalde, werd meteen geseponeerd. Verbijsterend! En onze regering ons maar oproepen dat we vooral aangifte moeten gaan doen als we tegen misstanden aanlopen. En als je dan aangifte doet, krijg je de wind van voren, word je voor van alles en nog wat uitgemaakt, wordt er aangifte tegen je gedaan wegens smaad, word je op de arbeidsmarkt regelrecht geboycot, en vind je het Openbaar Ministerie en Advocaten-Generaal tegenover je in plaats van als bondgenoot. Verbijsterend!

Accountants
Bij al deze misleidende jaarrekeningen staan desondanks goedkeurende accountantsverklaringen. Verbijsterend! Dus klaagde ik (voor het eerst in augustus 1998) verschillende accountants, verspreid over alle vier de grote accountantskantoren (Deloitte, Ernst&Young, KPMG, PricewaterhouseCoopers) aan bij de Raad van Tucht voor Accountants. Deze Raad van Tucht bestond het om in de eerste door mij aangespannen procedure de betreffende accountant door procedurefouten van de Raad zelf vrijuit te laten gaan. De Raad bestond het mijn klachten te vervangen door een geheel nieuw geformuleerde klacht en vervolgens de betrokken accountant van deze nieuwe klacht, dus nìet zijnde mijn klacht, vrij te spreken. In de volgende procedures liet de Raad, z'n fout in de voorgaande procedure inziend, de betrokken accountants nu vrijuit gaan omdat "het binnen de provinciale en gemeentelijke verslaggeving niet ongebruikelijk is dat bedragen buiten de rekening van baten en lasten worden gehouden". Daarmee overigens wèl impliciet mijn gelijk erkennend! Verbijsterend! In hoger beroep voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven bestond dit College het om alweer louter door procedurefouten van het College zelf de betreffende accountants vrijuit te laten gaan, zonder dat zelfs maar mijn klachten inhoudelijk aan de orde kwamen! In onlangs gedane nieuwe uitspraken van het College berustten de uitspraken van het College bovendien zelfs op pure (in de uitspraken opgenomen) onwaarheden. Als in een inmiddels door mij tegen de betreffende rechters gestarte klachtprocedure mijn klacht daarover niet toereikend wordt behandeld, zal ik bij Justitie aangifte gaan doen van valsheid in geschrifte door de betreffende rechters.
De accountants gingen in deze tuchtzaken dus niet vrijuit omdat ik ongelijk zou hebben met mijn beweringen over misleidende jaarrekeningen, wat al die gemeente- en provinciebesturen daarna rondbazuinden, en wat ook het Openbaar Ministerie, met dat Functioneel Parket voorop, telkens verkondigt!

Ongebreidelde boekhoudfraude
Dankzij dat alles en iedereen ongehinderd z'n gang kan gaan, zet de boekhoudfraude zich ook in de nu overal verschijnende jaarrekeningen 2004 ongebreideld voort. In de jaarrekening van bijvoorbeeld Amsterdam met een bedrag van zo'n 340 miljoen euro. Bovenop de al in voorgaande jaren "gescoorde" 2 miljard euro, heeft de boekhoudfraude in Amsterdam vanaf de jaarrekening 1998 inmiddels een omvang van zo'n 2,3 miljard euro bereikt.

Dossierstukken
Behalve dat ik aangifte(n) heb gedaan, heb ik naar aanleiding van de seponeringen en in vervolg op mijn klachten tegen deze seponeringen en tegen het feit dat (in het merendeel van de gevallen) mijn aangiften zelfs onbehandeld onder in deze of gene bureaulade lagen te vergelen , diverse correspondentie gestuurd naar het Openbaar Ministerie en naar uw Gerechtshof. Omdat ik mij, ik denk op goede gronden, niet aan de angst kan onttrekken dat mijn brieven niet in de goede dossiers zijn terechtgekomen en dus wellicht niet onder uw aandacht zijn gekomen, som ik ze hieronder volledigheidshalve op. Ik verzoek u dringend te bezien of u van al deze stukken heeft kennisgenomen, en zo nee, dit alsnog te doen.

Zaak
Breda: Zaak Tilburg: Zaak Noord-Brabant: Reactie op adviezen Advocaat-Generaal
U heeft mij toegestuurd de adviezen van de Advocaat-Generaal. Het eerste advies betreft de afwijzing van mijn aangiften van valsheid in geschrifte in de jaarrekeningen van provincie Noord-Brabant en de gemeenten Eindhoven en Oss. Het tweede advies betreft de jaarrekeningen van gemeente Oss. Het derde advies betreft de jaarrekeningen van gemeente Breda.
In alle drie gevallen concludeert de Advocaat-Generaal dat mijn aangiften niet in behandeling zijn genomen, omdat ik mijn aangiften zou hebben gedaan met als doel "het verbeteren van de kwaliteit van de jaarrekeningen van deze overheidsorganisaties te bewerkstelligen". Fout! Fout! Fout! Waar haalt de Advocaat-Generaal dat nou weer vandaan? Ik wil het nog wel eens zijn met de bewering dat het strafrecht niet het instrument is om het verbeteren van de kwaliteit van de jaarrekeningen van overheidsorganisaties te bewerkstelligen, maar dat is hier totaal niet aan de orde. Ik doe aangifte van strafbare feiten omdat ik vind dat valsheid in geschrifte in jaarrekeningen (ook, en met name) van overheidsorganisaties niet ongestraft blijft. Ik constateer boekhoudfraude van een enorme omvang bij provincie Noord-Brabant en bij gemeenten Breda, Eindhoven, Oss en Tilburg. Ik zie slachtoffers, ik zie hoe op grond van gefalsificeerde informatie bijvoorbeeld teveel of zelfs onnodig belasting geheven wordt, ik zie hoe de democratische controle vermoord wordt, en ik doe dus aangifte. Nogmaals: ik vind dat de schuldigen vervolgd en gestraft moeten worden. Uiteraard is het ook te hopen dat door het vervolgen en straffen van schuldigen anderen worden ontmoedigd om ook in de fout te gaan. Is dat niet juist één van de bedoelingen van het strafrecht?
De Advocaat-Generaal verwijst naar ambtsberichten van de betreffende Hoofdofficieren van Justitie en naar ambtsberichten van een Functioneel Parket. Ook in deze ambtsberichten de nodige onwaarheden, nonsens en irrelevante maar wel suggestieve opmerkingen. Droevig te moeten constateren dat Justitie niet je bondgenoot is in de strijd tegen misdrijven. Droevig te moeten constateren dat Justitie op alle mogelijke manieren probeert onder de zaak uit te komen. "Justitie kan geldmisdaad niet aan", citeerde mijn krant (Utrechts Nieuwsblad van 16 september 2004) uit de inaugurele rede van procureur-generaal Steenhuis bij het aanvaarden van zijn leerstoel Politiewetenschappen van het BeNeLux Universitair Centrum.
Het Functioneel Parket beweert in zijn ambtsbericht van 16 februari 2004 (inmiddels is het vandaag 24 mei 2005) dat ik in mijn aangiften niet zou hebben aangegeven waar ik de wetenschap vandaan haal dat er met de cijfers geknoeid is. Onwaar! In al mijn aangiften heb ik verwezen naar de brieven die ik aan de betreffende gemeenteraden en Provinciale Staten gestuurd heb, in welke brieven ik een en ander nauwkeurig heb aangegeven. Bij mijn eerste aangiften heb ik die brieven als bijlage toegevoegd. Bij latere aangiften niet meer, omdat ik ervan uit ging dat er bij Justitie sprake zou zijn van enige coördinatie in de behandeling van mijn 20 aangiften. Fout gedacht van mij. Van enige coördinatie is niets te merken. Ook niet na mijn klachten hierover bij de minister van Justitie en het College van Procureurs-Generaal. En verder, als het Openbaar Ministerie echt geïnteresseerd was in de bestrijding van valsheid in geschrifte van enorme omvang bij de overheid zelf, had dat zelfde Openbaar Ministerie mij kunnen vragen waar ik mijn wijsheid over verzwegen ontvangsten en uitgaven vandaan haalde, of mij om uitleg kunnen vragen over de inhoud van mijn brieven aan de betreffende gemeenteraden en Provinciale Staten, of eens in mijn uitpuilende dossiers komen kijken. Niets van dit alles.
Het Functioneel Parket stelt dat de Raad van Tucht (welke? bedoeld zal zijn de Raad van Tucht voor Accountants) zou hebben uitgemaakt dat "de regels niet onjuist waren toegepast en de klacht dus ongegrond is". Onwaar! Dat heeft die Raad van Tucht beslist nìet uitgemaakt. Die Raad van Tucht heeft gezegd dat het blijkbaar vaker voorkomt dat in jaarrekeningen van gemeenten bedragen ontbreken. Dat is iets heel anders! Met deze uitspraken erkent dus de Raad van Tucht impliciet dat ik volkomen gelijk heb met mijn beweringen over verzwegen bedragen. Dat diezelfde Raad van Tucht de betrokken accountants vrijuit laat gaan, mag verbijsterend zijn, maar doet aan mijn gelijk niets af!
Het Functioneel Parket zegt in zijn ambtsbericht van 16 februari 2004 dat ook de FIOD-ECD de zaak onderzocht zou hebben en zou hebben geconcludeerd "dat er onvoldoende aanleiding is om een strafrechtelijk onderzoek te starten." Fout! Met brief van 18 april 2003 heeft de FIOD-ECD gezegd: "Dit valt niet binnen onze taakstelling want wij houden ons alleen bezig met transacties voor het niet (tijdig) inleveren van jaarrekeningen bij KvK."
De Advocaat-Generaal verwijst in zijn advies in de zaak betreffende de jaarrekening van gemeente Breda naar het advies van een parketsecretaris in Breda. Deze secretaris meent te mogen weten dat "het duidelijk moge zijn dat de principiële opvatting van de heer Verhoef over hoe de Nederlandse openbare financiën dienen te worden beheerd, afwijkt van de vigerende regelgeving." Irrelevante nonsens! Bovendien onwaar! Het gaat in deze zaak niet over "hoe de Nederlandse openbare financiën dienen te worden beheerd". Het gaat ook niet over mijn opvattingen daarover (die overigens beslist niet afwijken van "de vigerende regelgeving"). Het gaat in deze zaak om een provinciebestuur en vier gemeentebesturen die met ordinaire boekhoudfraude grote bedragen verzwijgen. Met alle rampzalige gevolgen en slachtoffers van dien. En over "vigerende regelgeving" gesproken, er bestaat geen vigerende regelgeving, ook niet in "de bij of krachtens de Gemeentewet gesteld", die zou toestaan dat de kluit belazerd wordt door grote bedragen in de verantwoording die een jaarrekening is, te verzwijgen en door een saldo van ontvangsten en uitgaven te presenteren dat niet overeenkomt met het werkelijke saldo. Integendeel! Jaarrekeningen van gemeenten en provincies moe(s)ten voldoen aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften (vanaf de jaarrekeningen 2004 vervangen door het zogenoemde Besluit begroting en verantwoording). Deze Comptabiliteitsvoorschriften schrijven in artikel 3 uitdrukkelijk voor dat de jaarrekening betrouwbaar moet zijn (i.c. een "getrouw beeld" moet geven). En accountants moeten volgens de Gemeentewet (artikel 213 lid 3) niet alleen verklaren of de betreffende jaarrekening wel of niet voldoet aan deze Comptabiliteitsvoorschriften, maar afzonderlijk en expliciet òòk of de jaarrekening wel of niet betrouwbaar is (i.c. wel of niet een "getrouw beeld" geeft).
Over de "regeltjes" gesproken. Het idee alleen al dat er regels, wettelijke regels nog wel, zouden bestaan die zouden toestaan dat gemeenten en provincies in hun jaarrekening een verkeerde voorstelling van zaken geven, dus de kluit belazeren, dus valsheid in geschrifte plegen, is te bespottelijk voor woorden.
Kortom, de adviezen van de Advocaat-Generaal zijn gebaseerd op irrelevante nonsens en onwaarheden. Jammer dat hij zich niet tevoren eens echt in de zaak verdiept heeft. Ik maak me grote zorgen over al die andere adviezen van deze Advocaat-Generaal.

Bevestiging door anderen
In het gezaghebbende tijdschrift Overheidsmanagement (maart 2004) schrijft prof. J.H. Blokdijk RA, emeritus-hoogleraar Accountantscontrole aan de Vrije Universiteit te Amsterdam:
"... onder volksvertegenwoordigers en burgers heerst hier en daar onvrede. Er woedt zelfs een soort veenbrand, aangestoken door de accountant Leo Verhoef. Het kernpunt betreft de bepaling … dat de rekening van baten en lasten de omvang van alle baten en lasten moet weergeven. Verhoef toont telkens weer aan dat gemeenten en provincies hiertegen op grote schaal zondigen."
Hiermee zegt Blokdijk:
  1. Leo Verhoef heeft gelijk met zijn beweringen over verzwegen bedragen;
  2. Leo Verhoef heeft gelijk met zijn beweringen dat dat in strijd is met wettelijke voorschriften.
Kamervragen
Onlangs hebben de Tweede-Kamerleden (PvdA) Depla en Douma indringende schriftelijke vragen gesteld aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën (Kamerstuk: 2040513970) over deze ongebreidelde regelrechte boekhoudfraudes bij diverse gemeenten en provincies en over de gang van zaken in de daarover gevoerde gerechtelijke procedures. De eerste contouren van de volgende parlementaire enquête beginnen zich af te tekenen. Een parlementaire enquête die zal gaan over de al jaren durende ongebreidelde boekhoudfraude van ongekende omvang bij de overheid zelf en de gedragingen van alle daarbij betrokken personen en instanties.

Tussenbeschikking Gerechtshof te 's-Gravenhage
In de uitnodiging voor deze zitting die ik van u ontving, staat dat de behandeling achter gesloten deuren plaatsvindt en dat daarom niemand in de zaal aanwezig mag zijn. Als dat niet het geval was, hadden hier ten minste enige belangstellende gemeenteraadsleden gezeten die óók bij Justitie aangifte hebben gedaan van boekhoudfraude in hun eigen gemeenten. Bijvoorbeeld het Rotterdamse gemeenteraadslid drs. J.G. van Heijgen. Ook zijn aangifte is door de betreffende Officier van Justitie geseponeerd. Ook Van Heijgen heeft daar tegen geklaagd, in dit geval bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De behandeling van zijn klacht is al in een verder stadium dan thans in deze zaak voor uw Hof het geval is. Naar aanleiding van deze behandeling heeft het Hof te 's-Gravenhage een tussenbeschikking getroffen. Het Hof heeft beslist de betreffende beklaagden (in dit geval onder anderen de burgemeester en diverse wethouders van gemeente Rotterdam) te willen horen en heeft de beklaagden gevraagd een "gemotiveerde schriftelijke reactie aan het hof te doen toekomen, inhoudende onder meer inlichtingen met betrekking tot de gang van zaken bij vaststelling van de jaarrekeningen waarop het beklag betrekking heeft" (zaak met volgnummer: 04167K10).

Verzoek
Ik verzoek uw Hof dringend het Openbaar Ministerie op te dragen tot vervolging van de schuldigen in deze zeer ernstige zaken van valsheid in geschrifte, nota bene bij de overheid zelf, nota bene in hèt verantwoordingsdocument bij uitstek, namelijk de jaarrekening, over te gaan en daartoe een serieus en deskundig en diepgaand onderzoek in te stellen naar alle relevante omstandigheden, te beginnen bij mijn uitpuilende dossiers, en de schuldigen bij de strafrechter voor te geleiden. Het zal toch niet zo zijn dat het Openbaar Ministerie wèl boekhoudfraude in het bedrijfsleven onderzoekt en vervolgt maar niet boekhoudfraude bij de overheid, bovendien boekhoudfraude van een heel veel grotere omvang dan bij bijvoorbeeld Ahold waar Justitie wèl met een diepgravend onderzoek bezig is, zelfs naar de kleur van de inkt waarmee contracten zijn ondertekend. Ik verzoek uw Hof te bevorderen dat het Openbaar Ministerie dit uiterst serieus zal doen, zodoende mijn angst wegnemend voor het "met onwillige honden is het slecht hazen vangen". Ik verzoek uw Hof ook te bevorderen dat dit onderzoek door het Openbaar Ministerie zal geschieden door andere (Hoofd)Officieren dan degenen die aan het zogenoemde driehoeksoverleg met de betreffende burgemeesters deelnemen.