Dossier: Rotterdam
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 30 mei 2005

Gemeenteraad van
Gemeente Rotterdam
Postbus 70012

3000 KP Rotterdam

Betreft: Jaarrekening 2004 gemeente Rotterdam

Geachte Raad,

Op verzoek van uw mede-raadslid, de heer Joop van Heijgen, heb ik de jaarrekening 2004 van gemeente Rotterdam bekeken. Hieronder noem ik enkele belangrijke opvallendheden.

Voor u als gemeenteraad(sfractie) is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 2005 en binnenkort de begroting 2006. Op basis van deze begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt het gemeentebestuur al dan niet met uw instemming aan de burgers rekening en verantwoording af van het gevoerde (financiële) beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten zijn.
Is de jaarrekening 2004 van Rotterdam betrouwbaar?

Allereerst valt op dat het boekwerk "Jaarverslag 2004" met jaarrekening en jaarverslag m.n. waar het gaat over de financiële aspecten, zeker niet de onbelangrijkste aspecten, moeilijk toegankelijk en moeilijk leesbaar is, zeker voor niet financieel en niet jaarrekening-technisch geschoolde lezers, wat voor verreweg de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden het geval zal zijn. Een van de oorzaken is bijvoorbeeld het uitgebreide, vele pagina's in beslag nemende, irrelevante (zelfs in belangrijke mate foute) "gedoe" met reserves en voorzieningen.

In het persbericht dat het gemeentebestuur naar aanleiding van het uitkomen van de jaarrekening deed uitgaan, staat te lezen: "De gemeente Rotterdam heeft in 2004 € 104,3 miljoen overgehouden." Op verschillende plaatsen in het boekwerk "Jaarverslag 2004" wordt dit eveneens vermeld en gesuggereerd.
Het staat te lezen op pagina 17, onderste alinea: "... het exploitatieresultaat in 2004 bedraagt € 105,0 mln".
Het staat eveneens te lezen op pagina 19: "Het financieel resultaat 2004 van de gemeente Rotterdam bedraagt € 104,3 mln.", en: "... komt het exploitatieresultaat uit op € 105,0 mln."
Het staat te lezen op pagina 20, onderste alinea: "Het onverdeelde financiële resultaat 2004 van € 104,3 mln ..."
Het overzicht op pagina 198-199 met opschrift: "Verlies- en winstrekening, B. Naar economische categorieën" (i.c. de rekening van baten en lasten) geeft aan het slot een totaal van baten van € 4.875.596 en een totaal van lasten van € 4.771.252 en sluit eveneens met het bedrag van € 104,344 miljoen. Ook het overzicht "Verlies- en winstrekening, A. Per beleidsveld" op pagina 196-197 sluit met het saldo van € 104,344 miljoen. Ook het overzicht op pagina 209-210 "Financieel resultaat per dienst" laat een saldo van baten en lasten zien van € 104,344 miljoen.
In de balans (pagina 183) staat onder "Eigen vermogen" eveneens te lezen: "Saldo van rekening, onverdeeld 104.344" (x € 1.000).
Dit is echter niet het werkelijke saldo van de baten en de lasten in 2004.

Het werkelijke saldo van de baten en de lasten laat zich afleiden uit de toename of afname van het Eigen vermogen. Volgens de balans (pagina 183) bedraagt het Eigen vermogen per 31.12.2004  € 1.129,987 miljoen en per 01.01.2004  € 978,474 miljoen. Er is dus sprake van een toename van het Eigen vermogen van € 151,513 miljoen. Dit is het werkelijke saldo van de baten en de lasten, d.w.z. een voordelig saldo van baten en lasten van € 151,513 miljoen.
Dit bedrag van € 151,513 miljoen als werkelijk (voordelig) saldo van de baten en de lasten, komt overeen met wat midden tussen alle cijfers in het overzicht op pagina 195-197 "Exploitatieresultaat" van € 151.513 wordt genoemd. Het was veel en veel duidelijker geweest als wat met "Exploitatieresultaat" wordt aangeduid, simpelweg was aangeduid met "Saldo van  baten en lasten". Alles wat in het overzicht op pagina 195-197 onder en na dit "Exploitatieresultaat" is opgenomen, zijn geen baten en lasten en is dus onzin en niet relevant en leidt af van de werkelijkheid, en had er dus niet moeten staan.
Kortom, de conclusie is dat het werkelijke saldo van de baten en de lasten over 2004  (voordelig) € 151,513 miljoen bedraagt.

Dit bedrag van het werkelijke overschot in 2004 van € 151,513 miljoen krijgt reliëf als we het bijvoorbeeld vergelijken met de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) in 2004 van circa € 200 miljoen. (Opvallend is dat nergens in het hele "Jaarverslag 2004" de OZB-opbrengst, een toch niet onbelangrijk bedrag, is terug te vinden. Blijkbaar hoefde u dat niet te weten.) Rotterdam had dus in 2004 met 75% minder kunnen volstaan. Het terugbetalen van deze onnodig geheven belasting is een reële optie. Veel Rotterdammers zouden hier zeer tevreden over zijn!

Het werkelijke saldo van de baten en de lasten van € 151,513 miljoen is alleen goed, als bijvoorbeeld het Eigen vermogen per 31.12.2003 en per 31.12.2004 correct zijn weergegeven. Echter, ten minste moet geconstateerd worden dat onder de verplichtingen (i.c. voorzieningen en schulden) verplichtingen uit hoofde van vakantiegeld en vakantiedagen en wachtgelden ontbreken, waardoor in de rekening de kosten te hoog of te laag en in de balans het Eigen vermogen navenant te hoog is weergegeven.

Omdat uw jaarrekening veel belangrijke en wettelijk voorgeschreven (!) toelichtingen op de reserves en op de voorzieningen mist (alleen al om deze reden voldoet de jaarrekening niet aan de geldende wettelijke voorschriften, i.c. het BBV), ontbreekt voldoende mogelijkheid te beoordelen hoe hard het "reservekarakter" van de als reserves gepresenteerde bedragen c.q. "voorzieningkarakter" van de als zodanig gepresenteerde voorzieningen is.

Volgens de jaarrekening 2003 bedroegen de voorzieningen per 31-12-2003 € 364,428 miljoen, terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 667,090 miljoen is. Volgens de jaarrekening 2003 bedroeg het Eigen vermogen per 31-12-2003 € 1.317,875 miljoen, terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 978,474 miljoen is. In beide gevallen is een goedkeurende accountantsverklaring gegeven. Ten minste een van beide accountantsverklaringen is dus ten onrechte goedkeurend.

Opvallend is dat in het hoofdstuk "6.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen" (pagina 194) wèl wordt gesproken over de door het voormalige Havenbedrijf en daarmee door de gemeente gegeven garanties, maar niet wordt gezegd tot welke bedragen deze wel of niet in de jaarrekening zijn verwerkt, en welke bedragen nog (maximaal) ten laste van de gemeente (en de belastingbetalers) zouden kunnen komen.

(Opvallend was het al dat hierover niets was vermeld in de jaarrekening 2003, hoewel ten tijde van het uitbrengen van de jaarrekening 2003 de problematiek al wel bij het gemeentebestuur bekend was.)
In hetzelfde overzicht "Niet uit de balans blijkende verplichtingen" (pagina 194) wordt niets gezegd over de (hoogte van de) verplichtingen uit hoofde van vakantiegeld- en vakantiedagen en over wachtgeldverplichtingen jegens bijvoorbeeld (oud-)wethouders. Het zou weleens om een substantieel bedrag kunnen gaan. Overigens hadden deze verplichtingen gewoon in de balans moeten zijn opgenomen. Nu dit niet gebeurd is, geeft de balans niet goed de financiële positie weer. Dit is in strijd met BBV artikel 3.

In de jaarrekening komt heel veel onzin voor, bijvoorbeeld waar het gaat over reserves, over voorzieningen, over zoiets als "arbeidskosten gerelateerde verplichtingen" (alleen grammaticaal al klopt hier helemaal niets van), en waar het gaat over zoiets als weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit, en zoiets als "investeringen met een economisch nut" en "investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut". Deze onzin leidt alleen maar af. Het weglaten van deze onzin zou het boekwerk "Jaarverslag 2004" aanzienlijk dunner en (vooral) toegankelijker maken.

Volgens BBV artikel 3 moeten de jaarstukken met name voor raadsleden goed begrijpelijk zijn. U kunt dit het beste zelf beoordelen.

Volgens BBV artikel 25 lid 2 moet de verantwoording inzicht bieden in:
a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;
b. de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. U kunt zelf het beste de vraag beantwoorden of aan deze eisen is voldaan.

Volgens BBV artikel 28 moet een overzicht worden gegeven van de incidentele baten en lasten. Ik heb dat overzicht gemist.

Volgens BBV artikel 54 moet de aard en de reden van elke reserve en van de toevoegingen en onttrekkingen daaraan worden toegelicht. Ik heb dat gemist.
Overigens adviseer ik u sterk aan te dringen op het opheffen van alle reserves, deze samen te voegen tot één Algemene reserve, en alle baten en lasten op te nemen in waar ze thuishoren, namelijk in de begroting respectievelijk in de rekening van baten en lasten. Dit zal het inzicht in waar het echt over hoort te gaan, aanmerkelijk verbeteren.

De winst-en-verliesrekening over 1998 sloot met een saldo van € 15 miljoen. Het werkelijke saldo was € 45 miljoen. Er werd dus € 30 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 1999 sloot met een saldo van € 0 miljoen. Het werkelijke saldo was € 237 miljoen. Er werd dus € 237 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2000 sloot met een saldo van € 17 miljoen. Het werkelijke saldo was € 172 miljoen. Er werd dus € 155 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2001 sloot met een saldo van € 28 miljoen. Het werkelijke saldo was een tekort van € 29 miljoen. Er werd dus € 57 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2002 sloot met een saldo van € 16 miljoen. Het werkelijke saldo was € 90 miljoen. Er werd dus € 74 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2003 sloot met een saldo van € 39 miljoen. Het werkelijke saldo is € 156 miljoen. Er werd dus € 117 miljoen verzwegen.
Daarmee bedraagt de boekhoudfraude over die jaren (per saldo) circa € 560 miljoen.
De winst-en-verliesrekening over 2004 sluit met een saldo van € 104 miljoen. Het werkelijke saldo is € 152 miljoen. Het verschil bedraagt € 48 miljoen.
De verschillen over de jaren vanaf 1998 zijn dus inmiddels opgelopen naar ruim € 600 miljoen. Genoeg om bijvoorbeeld de OZB over de twee achterliggende jaren aan de Rotterdammers terug te betalen! Blijkbaar mochten de Rotterdammers dat niet weten.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef