Dossier: Rotterdam
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 14 februari 2003

Gemeenteraad van
Gemeente Rotterdam
Postbus 70012
3000 KP Rotterdam

Betreft: Onbetrouwbaarheid Rotterdamse jaarrekeningen en begrotingen
            Uw brief d.d. 30 januari 2003


Geachte Raad,

Al enige jaren achtereen stel ik u ervan op de hoogte dat de jaarrekeningen waarmee het Rotterdamse gemeentebestuur rekening en verantwoording aan u als Raad van Rotterdam en vervolgens aan de Rotterdamse burgers en de rest van de samenleving aflegt over aanwending van de door de samenleving aan Rotterdam ter beschikking gestelde belastingen, verre van correct is. Niet alleen dat veel opbrengsten en kosten gewoonweg verkeerd worden voorgesteld, zelfs worden niet eens alle baten en lasten in de rekening verantwoord. Verder lijkt de weergave van de financiële positie waarbij de omvang van de reserves een belangrijke rol speelt, echt helemaal nergens naar.
Op mijn brief aan u over de misleidende jaarrekening 1998 reageerde u, zonder enig nader onderzoek in te stellen, slechts met een verwijzing naar een goedkeurende accountantsverklaring. Ik antwoordde u dat accountants zich kunnen "vergissen". Ook op mijn brief aan u over de misleidende jaarrekening 2000 kwam u niet verder dan, alweer zonder enig nader onderzoek in te stellen, te verwijzen naar een goedkeurende accountantsverklaring. Verder deelde u mee dat een gemeente zogenaamd een afwijkende positie zou hebben ten opzichte van het bedrijfsleven. Wat die "afwijkende positie" dan wel inhield, liet u geheel in het midden. Of had iedereen en ik moeten begrijpen dat dat betekent dat een gemeentebestuur wèl en "het bedrijfsleven" nìet mag "liegen en bedriegen" in de jaarrekening? Met mijn brief van 19 juni 2002 liet ik u weten dat ook uw jaarrekening 2001 alweer totaal ondeugdelijk was. Alweer waren bijvoorbeeld grote bedragen in de rekening verzwegen. De rekening 2000 sloot met een saldo van ƒ 37 miljoen. Echter uit het verloop van de omvang van de reserves kon ik als "jaarrekeningtechnisch deskundige", wat menig ander uiteraard niet is, afleiden dat het werkelijke saldo vele malen hoger was, namelijk ƒ 379 miljoen. In de rekening 2001 was het andersom. Die sloot met een overschot van € 28 miljoen. Als deskundige kon ik zien dat er in werkelijkheid een tekort was van € 29 miljoen. Met mijn brief van 21 oktober 2002 liet ik u weten dat het totaal onverantwoord was met de begroting 2003 in te stemmen omdat die net zo misleidend was als de jaarrekeningen. De begroting sloot met een saldo van € 0; echter als deskundige zag ik dat er in werkelijkheid een tekort was van € 34 miljoen en bovendien dat er allemaal baten en lasten totaal verkeerd waren voorgesteld. Op mijn brieven over de misleidende jaarrekening 2001 reageerde u niet en, in weerwil van mijn waarschuwing over de begroting 2003, keurde u die toch goed. Onverantwoord!
Met brief van 30 januari 2003 gaat uw Commissie Middelen eindelijk in op mijn brieven van 19 juni 2002 en 21 oktober 2002. Alweer verwijst de commissie zonder enig nader onderzoek  naar een goedkeurende accountantsverklaring. Nog steeds niets geleerd van Enron-affaires en WorldCom-affaires en al die andere boekhoudfraudezaken!? En alweer een verwijzing naar een zogenaamde "afwijkende positie ten opzichte van het bedrijfsleven" zonder aan te geven wat die afwijking dan wel is. De commissie verwijst in haar brief naar vragen die door het raadslid de heer drs. J.G. van Heijgen zijn gesteld en de antwoorden van het College van B&W daarop over o.a. de in de rekening 2001 niet opgenomen baten en lasten en andere onvolkomenheden in de jaarrekening 2001 zoals het voorkomen van "geactiveerde tekorten" (wist u dat dit de kern was van de WorldCom-affaire, waarvoor enkele topbestuurders van WorldCom strafrechtelijk worden vervolgd?) en het niet opnemen van zogenoemde "personele verplichtingen". Uit wat de commissie schrijft, blijkt mij dat u als raad de antwoorden van het college, die echt nergens naar leken, als zoete koek heeft geslikt. Is het u als raad echt niet opgevallen dat bijvoorbeeld de vraag van de heer Van Heijgen naar de ontbrekende baten en lasten domweg niet beantwoord is?
Kortom, ik vind dat u als raad de afgelopen tijd terzake geweldig heeft gefaald.

Wellicht heeft u op de een of andere manier vernomen dat ik onlangs een aantal accountants bij de Raad van Tucht voor Accountants had aangeklaagd voor ten onrechte gegeven goedkeurende accountantsverklaringen bij jaarrekeningen van gemeenten en provincies met soortgelijke tekortkomingen als de uwe. Met name ging het in deze gevallen om de onvolledige rekeningen. De Raad van Tucht erkende dat er inderdaad in de betreffende rekeningen grote bedragen ontbraken. Hierin werd ik dus in het gelijk gesteld! De Raad van Tucht sprak evenwel de betrokken accountants vrij omdat naar het oordeel van de Raad van Tucht de Comptabiliteitsvoorschriften niet verbieden dat er baten en lasten buiten de rekening blijven (alsof daarmee gezegd zou zijn dat dat dus om die reden is toegestaan) en bovenal omdat veel andere gemeenten ook grote bedragen buiten de rekening laten. Uiteraard ga ik van deze uiterst merkwaardige uitspraak in beroep. Tot die tijd zult u het als raad nog steeds met misleidende jaarrekeningen en begrotingen moeten doen. Tenzij u uw verantwoordelijkheid neemt en domweg en zonder enig excuus slechts met betrouwbare jaarrekeningen en begrotingen genoegen wilt nemen. Dat vereist dan wel een andere houding van u als raad!

Ik mag uw reactie vernemen?

Ik wens u veel succes toe in uw politieke bedrijf en wens u toe dat u die volksvertegenwoordigers zult zijn waar Rotterdammers trots op mogen zijn.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef