Dossier: Rotterdam
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede


Wijk bij Duurstede,
 31 december 1999

Gemeenteraad van

Gemeente Rotterdam
Postbus 70016
3000 KV Rotterdam

Betreft: Jaarrekening 1998

Geachte raad,

Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de lopende begroting (i.c. 2000). Op basis van o.a. de jaarrekeningen en begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u als raad aan de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten zijn.


Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten boordevol hoogst onjuiste en inconsistente informatie en boordevol onzin-teksten. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten. Om die reden is het volstrekt onverantwoord om op basis van deze begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen en daarover verantwoording af te leggen.

Wellicht heeft u in de Volkskrant van (o.a.) 25 oktober j.l. mijn visie hierover gelezen.


Ik heb ook de jaarrekening 1998 van uw gemeente beoordeeld. Ook deze "jaarrekening", zo is mijn conclusie, heeft met een jaarrekening, laat staan met een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Het is uiteraard jammer van alle moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan besteed is.

Ook de jaarrekening 1998 van Rotterdam voldoet in de verste verten niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: op betrouwbare en duidelijke wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag van ƒ 32 miljoen is.

(Hoewel daarentegen de overzichten op pagina's 2, 54, 55, 57 en 58 merkwaardigerwijs een saldo van ƒ 0 vermelden!)
Niets is echter minder waar!
Bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening in werkelijkheid ƒ 98 miljoen is. En dat is wel iets anders.
(Overigens had door alle willekeur waarmee de jaarrekening opgemaakt is, het saldo van de rekening net zo goed hoger kunnen uitvallen.)

Het verschil wordt veroorzaakt doordat er baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten.  De toelichting bij de balans maakt duidelijk dat ƒ 231 miljoen aan baten en ƒ 165 miljoen aan lasten buiten de rekening zijn gelaten. Welke (bedragen van de) baten en lasten moesten onopgemerkt blijven? Om welke redenen?

Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan uw jaarrekening valt wel te zien dat er baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet te zien welke baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en lastenposten die in de rekening opgenomen zijn, te hoog of te laag, dus onjuist, kunnen zijn. Met andere woorden: alle als baten en lasten gepresenteerde bedragen zijn verdacht.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van ƒ 98 miljoen.

Het bedrag van ƒ 98 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 1.541 miljoen + de correctie volgens pagina 82 ad ƒ 8 miljoen = f 1.549 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1998 (volgens uw jaarrekening ƒ 1.647 miljoen). Het verschil (i.c. ƒ 98 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de (= alle) baten en de lasten.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met het werkelijke saldo van de (=alle) baten en de lasten, i.c. met een saldo van ƒ 98 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.

Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan die van Rotterdam valt echter te ontlenen dat vele baten en lasten en het eigen vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.
Aan de jaarrekening van de meeste gemeenten zelf is (ten minste) te ontlenen dat:
De meeste van de hierboven genoemde tekortkomingen, zo niet alle, zullen zich ongetwijfeld ook in de jaarrekening 1998 van Rotterdam voordoen.
Omdat de jaarrekening van Rotterdam veel belangrijke en wettelijk voorgeschreven informatie eenvoudigweg mist, zoals toelichtingen op de reserves, de voorzieningen, en de rentelasten  (alleen al om deze reden voldoet de jaarrekening volstrekt niet aan de geldende wettelijke voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften), ontbreekt de mogelijkheid te onderzoeken of en in welke mate dit in de Rotterdamse jaarrekening ook het geval is.
Ten minste valt aan de diverse toelichtingen in de jaarrekening en bijvoorbeeld het Jaarverslag 1998 van de Bestuursdienst te ontlenen dat:
Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de verplichtingen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 32 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat te zien wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Kortom,

   ook de jaarrekening 1998 van Rotterdam stelt volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet ook alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften.

Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!

Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1999 en uw begroting 2000 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan zoveel pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie? Intussen bestuurt u wel uw gemeente met behulp van een volstrekt onbetrouwbaar kompas. Dat is uiteraard  onverantwoord!


Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening (en begrotingen) krijgen die wèl voldoet.

Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,


L.W. Verhoef