Dossier: Openbaar Ministerie
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 3 augustus 2004

College van procureurs-generaal
Postbus 20305
2500 EH 's-Gravenhage

Betreft: Boekhoudfraudes bij gemeenten en provincies
            Uw referentie: PaG/BJZ

Geacht College,

Al enige tijd ben ik met u in correspondentie over de behandeling van mijn aangiften bij de politie en bij het Openbaar Ministerie van boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte in openbaar gemaakte jaarrekeningen) op zeer grote schaal door diverse provincie- en gemeentebesturen. Zoals u weet, heb ik inmiddels aangifte gedaan tegen circa twintig provincie- en gemeentebesturen en hun accountants. Het gaat (in deze twintig gevallen) inmiddels om (bij elkaar opgeteld) een boekhoudfraude van circa vijf miljard euro. Het gaat dus om zeer zware misleiding van de betreffende Provinciale Staten, gemeenteraden en burgers van de betreffende provincies en gemeenten.
Inmiddels hebben de Hoofdofficier van Justitie te Utrecht en die te Breda besloten de aangiften te seponeren. Inmiddels heeft ook een agent van de politie Haaglanden besloten een van mijn aangiften betreffende de boekhoudfraude in de jaarrekeningen van gemeente Den Haag in de prullenbak te gooien. En de boekhoudfraudes blijven maar ongehinderd, ongegeneerd en straffeloos doorgaan.
De redenen waarom de beide genoemde hoofdofficieren besloten hebben de aangiften te seponeren, hebben zij mij schriftelijk uiteengezet. Zij verwijzen naar uitspraken van de Raad van Tucht voor Accountants en de uitspraken in beroep van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in door mij tegen betrokken accountants aanhangig gemaakte tuchtzaken. Uit deze uitspraken leiden de beide hoofdofficieren af, daarin blijkens uw brief van 1 juni 2004 gesouffleerd door het Functioneel Parket i.o., dat de tuchtrechter beslist zou hebben dat ik ongelijk zou hebben in mijn beweringen over boekhoudfraude. Dat is echter een groot misverstand. In al deze tuchtzaken zijn mijn beweringen daarover bevestigd!
Niettemin is het uiterst kwalijk hoe de genoemde Raad van Tucht en het College van Beroep zich in deze zaken van hun taak gekweten hebben. Uiterst ondeskundig en allerbedroevendst! Het zijn niet alleen uw Functioneel Parket i.o. en de beide hoofdofficieren die zich door die Raad van Tucht en dat College van Beroep op het verkeerde been hebben laten zetten. Met overigens desastreuze gevolgen. Mede om deze reden heb ik bij de President van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en bij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden een officiële klacht tegen de betreffende rechters ingediend. Hierbij doe ik u een kopie toekomen van mijn brief van 30 juli 2004 gericht aan de President van het College van Beroep inhoudende deze klacht. Kennisneming door u van de inhoud van deze brief is van groot belang voor een goede beoordeling door u van de onderhavige zaak. Ik verzoek u goede kennis te nemen van de inhoud van de brief.
Ik verzoek u wederom te bevorderen dat al mijn aangiften, waarvan de meeste, zo komt het mij voor, her en der in den lande in stoffige politiebureauladen liggen te vergelen, gecoördineerd worden opgepakt en aangepakt. Ik vind het ronduit een schandaal van de eerste orde dat deze boekhoudfraudes onder het goedkeurend oog van alles en iedereen maar gewoon en straffeloos kunnen doorgaan.

Graag verneem ik van u.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef