Dossier: Openbaar Ministerie
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 22 december 2003

College van procureurs-generaal
Postbus 20305
2500 EH Den Haag

Betreft: Boekhoudfraudes gemeenten en provincies
            Uw referentie: PaG/BJZ

Geacht college,

Al enige tijd ben ik met u in correspondentie over de behandelingen van mijn aangiften bij de politie van boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte in openbaar gemaakte jaarrekeningen) op zeer grote schaal door diverse provincie- en gemeentebesturen. Mijn laatste brief aan u dateert van 29 oktober 2003, waarop u reageerde met uw brief van 4 november 2003.
Met uw brief van 21 juli 2003 vroeg u mij aan te geven tegen welke gemeente- en provinciebesturen en andere betrokkenen en in welke arrondissementen ik inmiddels aangiften had gedaan, vanwege een gecentraliseerde behandeling. Ik verschafte u de gevraagde gegevens met mijn brief van 24 juli jl. Eerder al minister Donner van Justitie mij met zijn brief van 11 april jl. laten weten dat de bestrijding van boekhoudfraude binnen de taken valt van het zogenoemde Financieel Expertise Centrum.
Inmiddels heb ik weer tegen een vijftal gemeente- en provinciebesturen en andere betrokkenen aangifte gedaan, zoals gebruikelijk bij de politie in mijn woonplaats Wijk bij Duurstede. Andere aangiften zullen volgen. Het betreft immers een boekhoudfraudeaffaire bij heel veel gemeenten en provincies. Mijn "score" ligt inmiddels al op circa 80.
Mijn brief aan u van 29 oktober jl. eindigde ik met: "Graag zag ik dat mijn aangiften eindelijk eens in behandeling worden genomen en, uiteraard het liefst, voortvarend." Het bevreemdt mij hogelijkst dat wèl een boekhoudfraudezaak bij Ahold van "slechts" 900 miljoen euro door Justitie wordt opgepakt, maar dat een heel veel grotere zaak (Alleen al de boekhoudfraude bij Amsterdam bedraagt circa 2,2 miljard euro, een veelvoud van de fraude bij Ahold!) gewoon blijft liggen. Met uw brief van 4 november jl. liet u mij weten de behandeling te hebben overgedragen aan de hoofdofficier van Justitie te Utrecht.
Met haar brief van 18 november jl. liet de hoofdofficier te Utrecht, mevouw H.W. Samson-Geerlings, mij weten dat mijn brieven aan u door u aan haar waren overgedragen. Zij liet mij tevens weten: "Overigens wil ik hierbij benadrukken dat ik niet de algehele coördinatie van uw aangiften op mij heb genomen." Daarna heb ik niets meer vernomen. Wel heeft nog iemand van de Rotterdamse politie enige informatie van mij gevraagd in het kader van een aangifte van boekhoudfraude door het Rotterdamse gemeentebestuur, een aangifte ditmaal gedaan door een Rotterdams gemeenteraadslid.
Kortom, het schiet niet erg op, om het in gewoon Nederlands te zeggen. Nergens een Financieel Expertise Centrum te bekennen. Wel een hoofdofficier te Utrecht, die echter onmiddellijk zegt niets aan enige coördinatie te doen, en ook overigens nog geen enkel contact met mij heeft gezocht.
Ik eindig mijn brief zoals ik ook mijn vorige brief (van 29 oktober jl.) eindigde:
Graag zag ik dat mijn aangiften eindelijk eens in behandeling werden genomen en, uiteraard het liefst, voortvarend.

Graag verneem ik van u.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef