Dossier: Openbaar Ministerie
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13

3962 JR Wijk bij Duursted
e

Wijk bij Duurstede, 29 oktober 2003

College van procureurs-generaal
Postbus 20305

2500 EH Den Haag


Betreft: Boekhoudfraudes gemeenten en provincies
            Uw referentie: PaG/BJZ


Geacht college,

Al enige tijd ben ik met u in correspondentie over de behandelingen van mijn aangiften bij de politie van boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte in openbaar gemaakte jaarrekeningen) op zeer grote schaal door diverse provincie- en gemeentebesturen. Zo deed ik bijvoorbeeld aangifte van boekhoudfraude door het gemeentebestuur van Amsterdam waar het inmiddels gaat om een boekhoudfraude met een omvang van circa € 2,2 miljard, een veelvoud van de boekhoudfraude bij Ahold, waar Justitie inmiddels een onderzoek gestart is. Maar ook bijvoorbeeld bij gemeenten Rotterdam en Den Haag beloopt de boekhoudfraude bij elk inmiddels ruim € 400 miljoen. Mijn eerste aangifte dateert van december 2002. In uw voorgaande brieven aan mij geeft u aan dat de aangiften die ik inmiddels deed en daarmee de door mij aangedragen kwestie door u zijn doorgeleid naar de hoofdofficier van justitie in Utrecht. Op uw verzoek met uw brief van 21 juli jl. liet ik u weten van welke gevallen ik (op dat moment) aangiften had gedaan en waar. Uit uw brief maakte ik op dat het uw bedoeling was de behandeling van de aangiften te concentreren, in ieder geval te coördineren. In zijn brief van 11 april jl. laat minister Donner van Justitie mij weten: "... valt bestrijding van boekhoudfraude binnen de taken van de diverse participanten aan het Financieel Expertise Centrum. Het FEC zal aan het vraagstuk van boekhoudfraude in algemene zin gepaste aandacht geven. Boekhoudfraude, ook door de overheid zelf, wordt derhalve serieus genomen." Minister Donner schreef mij ook: "... dat de strafrechtelijke handhaving in geval van (boekhoud)fraude voorbehouden is aan het Openbaar ministerie. Derhalve zal u over zaken die betrekking hebben op eventuele strafrechtelijke onderzoeken schriftelijk door het Openbaar Ministerie worden bericht."

Tot op heden heeft de hoofdofficier van justitie nog steeds geen enkel contact met mij opgenomen. Kortgeleden nam een rechercheur van de politie te Amsterdam contact met mij op. Hij wist niets van een coördinatie door de hoofdofficier te Utrecht. Er was dus ook geen sprake van een inschakeling van het FEC. Ik heb hem verwezen naar de hoofdofficier te Utrecht. Enige tijd eerder werd ik op dezelfde wijze benaderd door een rechercheur van de politie te Rotterdam. Ik heb hem op dezelfde wijze geïnformeerd en verwezen naar de hoofdofficier te Utrecht. Kortom, van enige inschakeling van het FEC en van enige coördinatie door de hoofdofficier te Utrecht, überhaupt van het bestaan van een hoofdofficier te Utrecht, heb ik tot op heden niets gemerkt. Ik krijg zelfs de sterke indruk dat van de woorden van minister Donner ("Boekhoudfraude, ook door de overheid zelf, wordt derhalve serieus genomen.") tot op heden weinig terecht is gekomen. De gevolgen laten zich raden. Provincie- en gemeentebesturen gaan op grote schaal met de praktijk van boekhoudfraude gewoon door, gesterkt in de wetenschap dat mijn aangiften door Justitie niet serieus worden genomen. Dit merken ook Provinciale Staten-leden en gemeenteraadsleden die in hun provincie of gemeente de boekhoudfraude aan de orde stellen, daar onderzoek naar willen doen en er een eind aan willen maken. Zij worden daarin faliekant tegengewerkt in de wetenschap dat Justitie er geen werk van maakt.


Graag zag ik dat mijn aangiften eindelijk eens in behandeling werden genomen en, uiteraard het liefst, voortvarend.

Graag verneem ik van u.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef