Dossier: NIVRA
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 31 oktober 2002

Bestuur van het NIVRA
Postbus 7984
1008 AD Amsterdam

Betreft:  Functioneren accountants bij (jaarrekeningen van) gemeenten en provincies

Geacht bestuur,

Zoals u weet heb ik diverse accountants van al de vier grote accountantskantoren aange-klaagd bij de Raad van Tucht voor Accountants. Het gaat om bij gemeenten en provincies werkzame accountants. Ik denk dat in dit stadium enige toelichting mijnerzijds goed is.

Mijn klachten zijn dat in de Rekening van baten en lasten van de betreffende gemeenten of provincies grote bedragen aan baten en lasten ontbreken die rechtstreeks buiten de rekening om direct zijn toegevoegd of onttrokken aan het Eigen vermogen. Hierdoor is de rekening niet volledig en is het saldo van de rekening niet het saldo van alle baten en lasten. Het betreft veelal tientallen al dan niet reguliere en al dan niet incidentele posten of delen van posten. Een eenvoudige vermogensvergelijking wijst heel simpel uit dat dit gebeurt en in welke omvang. De gebruikte techniek is dat òf de betreffende baten en lasten gewoonweg buiten de rekening zijn gelaten òf dat tegenover de betreffende baten fictieve "kosten" en tegenover de betreffende lasten fictieve "baten" zijn opgenomen. Ik weet niet wat erger is. In het eerste geval ontbreken de betreffende baten en lasten domweg; in het tweede geval bevat de winst- en verliesrekening fictieve baten en lasten. In alle gevallen zullen waarschijnlijk beide technieken zijn toegepast. Bij beide technieken is uiteraard het saldo waarmee de rekening sluit niet het saldo van de (= alle) baten en lasten. Een dergelijke winst- en verliesrekening (c.q. rekening van baten en lasten) is onbetrouwbaar, ja zelfs misleidend. Op de tweede plaats voldoen deze jaarrekeningen niet aan de relevante wettelijke voorschriften. Jaarrekeningen (en begrotingen) van gemeenten en provincies moeten voldoen aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften. De belangrijkste artikelen uit de Comptabiliteitsvoorschriften schrijven voor dat de jaarrekening betrouwbaar moet zijn (artikel 3, 27 en 33). Een Rekening van baten en lasten waaraan baten en lasten ontbreken, is onbetrouwbaar. Stellig als de lezer van de jaarrekening nergens erop geattendeerd wordt dat er behalve de in de rekening opgenomen bedragen ook nog andere baten en lasten zijn. Om elk misverstand te voorkomen of het wellicht soms niet mogelijk moet zijn om zeer incidentele bijzondere baten en lasten buiten de rekening te laten, schrijft artikel 27 van de Comptabiliteitsvoorschriften uitdrukkelijk voor dat àlle baten en àlle lasten ìn de rekening moeten worden opgenomen. Ten overvloede schrijven de Comptabiliteitsvoorschriften ook voor dat het saldo van de rekening het saldo van àlle baten en lasten moet zijn. In de gevallen waarin ik de betreffende accountants heb aangeklaagd, ontbraken in de rekeningen grote bedragen en werd in de accountantsverklaring daarvan geen enkele melding gemaakt.

In mijn klachten heb ik mij (hoofdzakelijk) beperkt tot de situatie van de ontbrekende baten en lasten. Echter de jaarrekeningen van deze gemeenten en provincies (en van nog heel veel meer gemeenten en provincies) bevatten nog heel veel meer fouten waardoor volstrekt niet wordt voldaan aan de allereerste eis die je aan een jaarrekening mag en moet stellen, namelijk op betrouwbare manier inzicht geven in de omvang en samenstelling van het vermogen (c.q. de "financiële positie") en de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan. Het is niet voor niets dat de Comptabiliteitsvoorschriften deze eis expliciet stellen. Het is niet voor niets dat de Gedrags- en Beroepsregels deze eis expliciet stellen. Het is ontstellend te zien op welke onderdelen alle door mij in de afgelopen jaren onderzochte jaarrekeningen van gemeenten en provincies grotelijks tekortschieten. Omdat door deze grote tekortkomingen ook het Eigen vermogen in begin- en eindbalans totaal verkeerd weergegeven wordt, is door een vermogensvergelijking eveneens niet meer te herleiden wat nu het werkelijke saldo van de baten en de lasten is. Kortom, aan de betreffende jaarrekeningen is überhaupt niet te zien wat het saldo van alle baten en lasten is!

Het is beschamend bij al deze onbetrouwbare, dus misleidende, jaarrekeningen die ook niet voldoen aan belangrijke wettelijke bepalingen, desondanks goedkeurende accountantsverklaringen aan te treffen.

Het is een misverstand te denken dat het louter om een academische discussie tussen accountants gaat.
Allereerst is het helemaal geen discussie. Het is een slechts een bedroevende constatering dat er op grote schaal goedkeurende accountantsverklaringen staan bij jaarrekeningen die èn geen betrouwbaar beeld geven van de financiële positie èn geen betrouwbaar beeld geven van de omvang en het saldo van de baten en de lasten èn niet voldoen aan belangrijke wettelijke bepalingen.
Voorts is het niet zonder gevaar dat al die jaarrekeningen en begrotingen niet betrouwbaar zijn. (Mede) op basis van deze onbetrouwbare begrotingen en jaarrekeningen, waarvan niet onderkend wordt dat ze onbetrouwbaar zijn, worden gemeenten en provincies bestuurd en wordt beslist over de hoogte van lokale belastingen en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten.
Voorts is het verre van correct naar de burgers van de betreffende provincies en gemeenten, de (overige) belastingbetalers en andere belanghebbenden. In deze begrotingen en jaarrekeningen wordt met misleidende cijfers rekening en verantwoording afgelegd over de aanwending van gemeenschapsgeld.
Voorbeeld? De gemeente Amsterdam laat zijn winst- en verliesrekening over 2001 sluiten met een nadelig saldo van € 5 miljoen. Een vermogensvergelijking laat zien dat het werkelijke saldo van de baten en de lasten € 350 miljoen (positief!) was. Het maakt voor een gemeenteraad(slid) veel uit te moeten beslissen vanuit het denkbeeld van een tekort van € 5 miljoen danwel van een overschot van € 350 miljoen.
Nog meer voorbeelden? Zie Vrij Nederland van 2 maart 2002 waarin onder de kop "Gemeenten verbergen miljarden" de uitkomsten van een onderzoek werden gepubliceerd naar de jaarrekeningen 2000 van de 30 grootste gemeenten. Deze 30 gemeenten waren goed voor een verzwegen bedrag van bijna ƒ 4 miljard!

Dit alles speelt zich af in een omgeving die gekenmerkt wordt door een hoog gehalte aan ontbrekende professionaliteit. Het is bekend dat de kwaliteit van de (meeste) gemeenteraden bijzonder laag is. Herhaald onderzoek laat zien dat het percentage schooljuffrouwen, politieagenten en welzijnswerkers in gemeenteraden bijzonder hoog is. In ieder geval is de kennis, noodzakelijk om een begroting  en jaarrekening te kunnen lezen, bijzonder laag dan wel ontbreekt geheel. In een dergelijke omgeving wordt zwaar getild aan een goedkeurende accountantsverklaring. In een dergelijke omgeving wordt niet begrepen dat het vaststaat dat er omvangrijke baten en lasten buiten de begroting en de rekening blijven en dat de discussie niet is of het wel of niet waar is dat er grote bedragen buiten de begroting en de rekening blijven, maar dat het er "slechts" om gaat of dat wel of niet is toegestaan volgens de Comptabiliteitsvoorschriften. In mijn correspondentie met al die 70 gemeenten en provincies waarvan ik in de afgelopen jaren de jaarrekening bekeken heb, komt steeds naar voren dat "men" er niet aan wil dat er grote bedragen buiten beeld blijven omdat, zo zegt "men" steeds, de accountant een goedkeurende verklaring gaf. Destemeer beschamend is het al die ten onrechte gegeven goedkeurende accountantsverklaringen telkens weer te moeten zien.
In deze omgeving is de accountant vaak de enige professional. Ik vind dat een professionele accountant zijn gemeente- en provinciecliënten er steeds nadrukkelijk op moet wijzen dat, hoe je ook mag denken over de uitleg van die zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, er bedragen ontbreken in de winst- en verliesrekening en dat het saldo waarmee de rekening eindigt niet het saldo is van àlle baten en lasten. Ik vind ook dat een professionele accountant in zijn accountantsverklaring bij deze jaarrekeningen de lezer er uitdrukkelijk voor moet waarschuwen dat er òòk nog baten en lasten bùiten de rekening zijn. Ik vind ook dat een professionele accountant erop zou moeten staan dat de betreffende gemeente- en provinciebesturen in de toelichting bij de Rekening van baten en lasten een opsomming geven van de buiten de rekening gelaten baten en lasten. Van deze professionele houding heb ik nooit iets kunnen waarnemen. Ik vind dat beschamend. Eén van de door mij bij de Raad van Tucht aangeklaagde accountants had in zijn accountantsrapport, zij het heel cryptisch (waarom toch zo cryptisch?), aangegeven dat er baten en lasten buiten de rekening waren gelaten. Tijdens de zitting van de Raad van Tucht citeerde ik uit dat rapport. De betreffende accountant ontkende het bestaan van deze passages in zijn rapport. Ook dat vond ik zeer beschamend. Zoals ik het optreden van alle accountants tijdens de zittingen uiterst beschamend vond. (Dat vond ik trouwens van het optreden van de Raad van Tucht zelf ook, en ik niet alleen maar ook de aanwezige pers).

Niet alleen dat er tientallen, zo niet veel meer, baten en lasten tot zeer grote bedragen buiten de rekening blijven, ook de weergave van de omvang en de samenstelling van het vermogen lijkt in de (meeste) jaarrekeningen van provincies en gemeenten nergens naar. En dat heeft helemaal niets met de Comptabiliteitsvoorschriften te maken zoals iedereen graag wil doen geloven, maar met een ontstellend gebrek aan professionaliteit. Het zou te ver voeren hier thans op in te gaan, maar ik noem het opnemen van vaste activa (negatief) onder het Eigen vermogen waardoor het Eigen vermogen te laag en de afschrijvingslasten te laag worden weergegeven, het opnemen van bestanddelen van het Eigen vermogen als voorziening onder de Voorzieningen, het opnemen van voorzieningen als reserve onder het Eigen vermogen, het weergeven van schulden als reserve onder het Eigen vermogen, het niet opnemen van wachtgeld- en pensioenverplichtingen en van de daarmee samenhangende kosten, het niet verwerken van vakantiegeld- en vakantiedagenverplichtingen en van de daarmee samenhangende kosten, en het opnemen onder de lasten van fictieve rentelasten over niet bestaande schulden. Alweer is het uiterst beschamend bij dergelijke jaarrekeningen goedkeurende accountantsverklaringen aan te treffen.

Ik kan mij heel goed voorstellen dat u als bestuur van het NIVRA niet of nauwelijks weet had van deze gang van zaken in de "gemeente- en provinciepraktijk". Dat werd anders toen u van mijn activiteiten om deze misstand aan de orde te stellen, kennis nam. Ik begrijp dat het voor de hand ligt dat de bij gemeenten werkzame zich tegenover u verdedigen met de stelling dat Leo Verhoef niets begrijpt van gemeenten en dat hij de Comptabiliteitsvoorschriften niet kent of helemaal verkeerd uitlegt. Ik begrijp uw belang om het met deze stelling eens te willen zijn. Immers u bent niet alleen bestuurslid van het NIVRA maar ook nog eens (belangrijke) kantoorgenoot van de betreffende accountants. Ik begrijp echter niet hoe u al dan niet na eigen onderzoek hierin blijft volhouden. Het heeft immers helemaal niets met die Comptabiliteitsvoorschriften te maken. Wist u bijvoorbeeld dat de Comptabiliteitsvoorschriften uitdrukkelijk het stelsel van baten en lasten voorschrijven (anders dan BW 2 titel 9 die dit stelsel stilzwijgend vóóronderstelt)? Wist u bijvoorbeeld dat de Comptabiliteitsvoorschriften uitdrukkelijk het all inclusive concept voorschrijven (anders dan BW 2 titel 9 waar dit door middel van jurisprudentie is gerepareerd)? Wist u bijvoorbeeld dat òòk de Comptabiliteitsvoorschriften spreken over normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd? U weet toch ook dat een goedkeurende accountantsverklaring twee oordelen geeft, namelijk op de allereerste plaats dat de jaarrekening betrouwbare informatie geeft en pas op de tweede plaats dat de jaarrekening voldoet aan de relevante wettelijke voorschriften? U bent het toch ook met mij eens dat bovenbeschreven jaarrekeningen volstrekt geen betrouwbare informatie geven? En u weet toch ook dat de gebruiker van  een jaarrekening aan de goedkeurende accountantsverklaring allereerst ontleent dat de jaarrekening betrouwbare informatie geeft? En u weet toch ook dat het voor de lezer van een jaarrekening volstrekt irrelevant is of die jaarrekening wel of niet aan zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften voldoet?

De betreffende gemeente-accountants zullen u ongetwijfeld verteld hebben dat de Raad van Tucht al tot tweemaal toe heeft uitgesproken dat ik helemaal ongelijk heb en dat alles volledig conform de Comptabiliteitsvoorschriften in orde is en dat ook het College van Beroep dat heeft bevestigd. Hebben ze u ook verteld wat de Raad van Tucht precies zei en wat het College van Beroep precies zei? De Raad van Tucht zei in de eerste zaak dat ik in mijn klacht niet betwist had dat de betreffende jaarrekening (gemeente Wijk bij Duurstede 1996) voldeed aan de Comptabiliteitsvoorschriften en dat daarom de jaarrekening "dus" voldeed aan de Comptabiliteitsvoorschriften en dat "dus" de betreffende accountant vrij-uit ging. En dat terwijl ik (onder andere) uitvoerig had betoogd dat de betreffende jaarrekening op belangrijke onderdelen nìet voldeed aan de Comptabiliteitsvoorschriften met letterlijke citaten van de betreffende artikelen uit de Comptabiliteitsvoorschriften. En dat terwijl ik (onder andere) uitvoerig had betoogd dat de betreffende jaarrekening beslist geen betrouwbare informatie gaf over de omvang en samenstelling van het vermogen en van de baten en de lasten en de omvang daarvan. Het College van Beroep zei in hoger beroep dat ik had gesteld dat een jaarrekening van een (de) gemeente moest voldoen aan BW 2 titel 9 terwijl voor gemeenten de Comptabiliteitsvoorschriften relevant zijn. En dat terwijl ik nergens naar BW 2 titel 9 had verwezen (wat ik overigens nooit gedaan heb!) en uitvoerig had betoogd dat de betreffende jaarrekening niet voldeed aan de Comptabiliteitsvoorschriften met, alweer, letterlijke citaten van de betreffende artikelen uit de Comptabiliteitsvoorschriften. De Raad van Tucht zei in de tweede zaak (gemeente Wijk bij Duurstede 1997 -2000) dat de zaak dezelfde was als de eerste en dat iemand niet voor een tweede keer in eenzelfde zaak terecht hoefde te staan. En dat terwijl mijn klacht nù was dat de jaarrekening niet voldeed aan de Comptabiliteitsvoorschriften (dat was immers volgens de Raad van Tucht blijkbaar niet mijn klacht in de eerste zaak) en terwijl het nu om andere jaarrekeningen ging. Kortom, broddelwerk dus van een volslagen incompetente Raad van Tucht en incompetent College van Beroep. Alweer hoogst beschamend. Ik ben van de tweede uitspraak (uiteraard) in hoger beroep gegaan.

Van 1989 tot eind 1994 was ik werkzaam bij (het toenmalige) VB Accountants (later opgegaan in Deloitte & Touche). Omdat ik op grond van mijn professie en daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid vond dat bij de bovenbeschreven jaarrekeningen beslist geen goedkeurende verklaringen konden worden gegeven en de misstand aan de orde stelde van de uiterst onprofessionele jaarrekeningen van gemeenten en provincies en de volstrekt ten onrechte daarbij gegeven goedkeurende accountantsverklaringen, werd ik door het bestuur van VB in 1994 op uiterst grove wijze ontslagen (met medewerking van een kantonrechter die vond dat lastige werknemers onmiddellijk verwijderd moesten worden, bovendien zonder recht op enige afkoopsom, laat staan een fatsoenlijke afkoopsom). Vindt u dat ook niet beschamend?

Sinds die tijd probeer ik als interimmanager mijn brood te verdienen. Door ten minste één van de grote accountantskantoren word ik hierin geboycot, misschien door meer. Vindt u dat ook niet beschamend?

Het hierboven genoemde artikel in Vrij Nederland van 2 maart 2002 eindigt met : "Het mag zo zijn dat de polder nog geen Enron-affaire kent, ook in Nederland zien de accountants allerlei vormen van creatief boekhouden door de vingers". Ik denk dat het niet eens een kwestie is van bewust door de vingers zien, maar veeleer een kwestie van gebrek aan professionaliteit.

Over deze beschamende situatie probeer ik al sinds medio 1997 in gesprek te raken met het bestuur van het NIVRA. Dat bestuur weigert al die tijd categorisch met mij hierover te praten. Mijn brieven worden niet of nauwelijks beantwoord. De enige activiteit van het bestuur van het NIVRA is te proberen mij monddood te maken met behulp van een procedure bij de Raad van Tucht en het afvuren van scheldkanonnades waar de honden geen brood van lusten.  Alweer, ronduit beschamend.
Op mijn brieven van 27 juli 2001, 6 december 2001, 26 maart 2002, 20 mei 2002, 18 juli 2002, 22 juli 2002 en 2 september 2002 heeft u nooit gereageerd.

Mijn eenzame gevecht is evenzeer een gevecht om herstel van wat mij in 1994 door mijn ontslag is aangedaan.

Over de situatie, de vele tekortkomingen in al die gemeentelijke en provinciale jaarrekeningen en in die accountantsverklaringen, de Comptabiliteitsvoorschriften en het hoe en waarom ze eruit zien zoals ze eruit zien, hoe gemeente- en provinciebesturen en accountants op mijn activiteiten reageren, en nog heel veel meer, valt nog heel veel meer te vertellen. Ik ben uiteraard daartoe gaarne bereid.

Ik heb de verwachting dat nu ik u door middel van deze brief heb geïnformeerd, u de kwestie met andere ogen beziet. Ik verwacht dat u met mij van mening bent dat aan de situatie dat gemeenten en provincies op basis van misleidende informatie bestuurd worden en dat aan burgers, belastingbetalers en andere belanghebbenden met deze misleidende informatie rekening en verantwoording wordt afgelegd en, bovenal, dat bij deze misleidende informatie goedkeurende accountantsverklaringen worden gegeven, zo spoedig mogelijk een eind moet komen.

Een uitnodiging om met u over de kwestie te praten, stel ik nog steeds zeer op prijs.

Een brief met gelijke inhoud (mut. mut.) stuurde ik aan de besturen van Deloitte & Touche, Ernst & Young, KPMG en PricewaterhouseCoopers.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef