Leo Verhoef
Boekhoudfraude gemeenten en provincies
Kamervragen
Home

Wie is Leo Verhoef

Uw gemeente en provincie

Dossiers


Persberichten

In de media

Publicaties

Verwijzingen


CURSUS


Contact

Welk Tweede Kamer-lid durft het aan om de goede vragen te stellen aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën?


Er zijn eerder wel verkeerde en irrelevante vragen gesteld, die dus verkeerde en irrelevante antwoorden opleverden, antwoorden met een hoog "kluitje in het riet"-gehalte:

- Kamervragen van Kees Vendrik (GroenLinks) dd. 30 september 2004
- Kamervragen van Kris Douma en Staf Depla (PvdA) dd. 29 april 2005

De betreffende kamerleden lieten zich graag met dat kluitje in dat riet sturen. Waren ze er mooi van af.


Goede vragen zouden bijvoorbeeld de volgende zijn (met als voorbeeld de situatie na de jaarrekeningen over 2004, nadien aan te passen naar de actuele situatie):

Kamervragen in de kwestie van de boekhoudfraude bij gemeenten en provincies

1.

Bent u ervan op de hoogte dat de gemeente Amsterdam in zijn persbericht van 25 april 2005 zegt dat de gemeente in 2004 60 miljoen euro heeft overgehouden, terwijl onderzoek van de registeraccountant de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Amsterdam in 2004 in werkelijkheid circa 400 miljoen euro heeft overgehouden?
2.

Bent u ervan op de hoogte dat de gemeente Rotterdam in zijn persbericht van 24 mei 2005 zegt dat de gemeente in 2004 104 miljoen euro heeft overgehouden, terwijl onderzoek van de registeraccountant de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Rotterdam in 2004 in werkelijkheid circa 150 miljoen euro heeft overgehouden?

3.

Bent u ervan op de hoogte dat de gemeente Den Haag in zijn persbericht van 19 april 2005 zegt dat de gemeente in 2004 53 miljoen euro heeft overgehouden, terwijl onderzoek van de registeraccountant de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Den Haag in 2004 in werkelijkheid circa 145 miljoen euro heeft overgehouden?
4.

Bent u ervan op de hoogte dat de gemeente Utrecht in zijn persbericht van 25 april 2005 zegt dat de gemeente in 2004 6 miljoen euro heeft overgehouden, terwijl onderzoek van de registeraccountant de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Utrecht in 2004 in werkelijkheid circa 65 miljoen euro heeft overgehouden?
5.

In 2004 bedroeg de opbrengst van de OZB in Amsterdam circa 165 miljoen euro. In 2004 bedroeg de opbrengst van de OZB in Rotterdam circa 200 miljoen euro. In 2004 bedroeg de opbrengst van de OZB in Den Haag circa 110 miljoen euro. In 2004 bedroeg de opbrengst van de OZB in Utrecht circa 75 miljoen euro. Bent u van mening dat de genoemde persberichten verhullen dat gemeenten Amsterdam en Den Haag in 2004 ook zonder OZB niet in de rode cijfers zouden zijn terechtgekomen, en dat gemeenten Rotterdam en Utrecht ook met veel lagere OZB niet in de rode cijfers zouden zijn terechtgekomen?
6.

Bent u ervan op de hoogte dat gemeente Amsterdam over de jaren 1998-2004 een saldo van baten en lasten presenteerde van in totaal 67 miljoen euro, terwijl onderzoek van de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Amsterdam in die periode in werkelijkheid circa 2.380 miljoen overhield?
7.

Bent u ervan op de hoogte dat gemeente Rotterdam over de jaren 1998-2004 een saldo van baten en lasten presenteerde van in totaal 219 miljoen euro, terwijl onderzoek van de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Rotterdam in die periode in werkelijkheid circa 820 miljoen overhield?
8.

Bent u ervan op de hoogte dat gemeente Den Haag over de jaren 1997-2004 een saldo van baten en lasten presenteerde van in totaal 966 miljoen euro, terwijl onderzoek van de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Den Haag in die periode in werkelijkheid circa 1.400 miljoen overhield?
9.

Bent u ervan op de hoogte dat gemeente Utrecht over de jaren 1999-2004 een saldo van baten en lasten presenteerde van in totaal 160 miljoen euro, terwijl onderzoek van de heer L. Verhoef heeft uitgewezen dat Utrecht in die periode in werkelijkheid circa 570 miljoen overhield?
10.

Bent u ervan op de hoogte dat de heer L. Verhoef vanwege de onder 6, 7, 8 en 9 genoemde grote verschillen tussen de in de jaarrekeningen van deze vier gemeenten genoemde overschotten en de werkelijke overschotten, die voor deze vier gemeenten gezamenlijk circa 3.700 miljoen bedragen, bij Justitie aangifte heeft gedaan van boekhoudfraude, i.c. valsheid in geschrifte?
11.

Bent u ervan op de hoogte dat het Openbaar Ministerie niet tot vervolging wil overgaan, zelfs geen enkel onderzoek wil instellen, onder andere omdat de Raad van Tucht voor Accountants en in hoger beroep het College van Beroep voor het bedrijfsleven zou hebben uitgemaakt dat er geen sprake is van verzwegen bedragen, terwijl noch de Raad van Tucht noch het College van Beroep dergelijke uitspraken gedaan hebben?
12.

Bent u ervan op de hoogte dat de Raad van Tucht voor Accountants, integendeel, heeft erkend dat in de door de heer L. Verhoef voorgelegde klachtzaken inderdaad sprake was van buiten de rekening gelaten bedragen?
13.

Bent u van mening dat de vier genoemde gemeenten, en wellicht ook andere gemeenten, blijkbaar in de afgelopen jaren te hoge uitkeringen uit het Gemeentefonds hebben ontvangen?
14.

Bent u van mening dat de vier genoemde gemeenten, en wellicht ook andere gemeenten, onnodig OZB hebben geheven, of dat met een veel lagere OZB volstaan had kunnen worden, of dat ten minste de door deze gemeenten in de afgelopen jaren toegepaste verhogingen van de OZB onnodig waren?
15.

Bent u van mening dat kennisneming door u van de verdere uitkomsten van de onderzoekingen van de heer L. Verhoef naar de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies wenselijk is?
16.
Bent u van mening dat het wenselijk is dat de Tweede Kamer door u op de hoogte wordt gebracht van de uitkomsten van die onderzoekingen van de heer L. Verhoef?
17.

Bent u van mening dat Justitie niet alleen gevallen van boekhoudfraude bij het bedrijfsleven, zoals thans het geval is bij Ahold, dient te onderzoeken, maar ook gevallen van boekhoudfraude bij de overheid zelf?
Terug > begin