Dossier: Tweede Kamer
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 29 juni 2001

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Betreft: Jaarrekeningen en begrotingen van gemeenten en provincies

Geachte dames en heren,

Met mijn brief van 22 april jl. schreef ik u:

"Met mijn brieven van 18 oktober 2000 en 10 februari 2001 informeerde ik u over de op grote schaal in ons land voorkomende misstand dat de begrotingen en jaarrekeningen van (de meeste) gemeenten en provincies al dan niet opzettelijk een totaal verkeerd beeld gaven van de financiële positie en het financiële reilen en zeilen van die gemeenten en provincies, dat deze totaal misleidende jaarrekeningen en begrotingen bovendien op veel belangrijke onderdelen volstrekt niet voldoen aan de betreffende wettelijke voorschriften, dat telkens bij deze jaarrekeningen desondanks - en dus geheel ten onrechte - goedkeurende accountantsverklaringen zijn opgenomen, dat met behulp van deze misleidende jaarrekeningen en begrotingen gemeenten en provincies worden bestuurd met alle risico’s van dien, dat het ministeriele toezicht op de provincies en het provinciale toezicht op de gemeenten in deze volkomen faalt, dat de Minister van Binnenlandse Zaken niet wenst te reageren op wat ik hem daarover al ruim 3 jaar heb laten weten, en dat het bestuur van NIVRA niet met mij over deze misstand wil praten, laat staan een einde wenst te maken aan de stroom van telkens maar weer ten onrechte verstrekte goedkeurende accountantsverklaringen.

Intussen, gesteund door o.a. het uitblijven van acties uwerzijds, duurt deze misstand nog steeds voort. Het uitblijven van uw reactie wordt uitgelegd als een goedkeuring van de bestaande praktijk.
Het mag toch niet zo zijn dat de Tweede Kamer deze misstand onbesproken laat voortbestaan?
Moet ik inderdaad alleen blijven staan in het aan de kaak stellen van deze misstand?

Het gaat om de integriteit van het openbaar bestuur!
Het gaat er tevens om of je mensen die zich daarvoor inzetten, in de kou mag laten staan!"

Tot mijn grote teleurstelling mocht ik noch van uw commissie noch van welke fractie dan ook een reactie op deze noodkreet krijgen.


Nu ik eenmaal mijn nek heb uitgestoken, is dat voor mij niet gevaarloos, gezien de krachten die zich inmiddels tegen mij keren.

Intussen blijf ik met mijn acties om deze misstand aan de kaak te stellen doorgaan. Als voorbeeld doe ik u hierbij de brief toekomen die ik onlangs aan de gemeenteraad van Zaanstad deed toekomen (zoals ik er intussen al zoveel aan dit en andere gemeente- en provinciebesturen heb geschreven) over de onbetrouwbaarheid van de jaarrekening 2000 van deze gemeente en dus over (het gebrek aan) (de) integriteit van het betreffende gemeentebestuur waar het gaat om het afleggen van rekening en verantwoording aan (onder meer) de burgers.

Mag ik alsnog op u rekenen?

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met hoogachting en vriendelijke groet,

L.W. Verhoef