Dossier: Justitie
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 4 augustus 2004

De Minister van Justitie
De heer mr. J.P.H. Donner
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

Betreft: Boekhoudfraudes bij gemeenten en provincies

Geachte heer Donner,

Al enige tijd informeer ik u over de misstand van de enorme boekhoudfraudes bij veel gemeenten en provincies. Zoals u weet heb ik inmiddels in een twintigtal gevallen bij de politie daarvan aangifte gedaan. De omvang van de boekhoudfraude in deze twintig gevallen tezamen bedraagt circa 5 miljard euro, een veelvoud van de boekhoudfraude bij Ahold waar Justitie inmiddels een uitgebreid onderzoek is gestart.
De behandeling van mijn aangiften baart mij grote zorgen, zoals ik u al verschillende keren heb laten weten. De meeste van die twintig aangiften liggen, denk ik, her en der in den lande onderin politiebureauladen te vergelen. Een vervolgaangifte van mij van de boekhoudfraude bij gemeente Den Haag kwam opeens boven water waarop een of andere politieman maar besloot niets met de aangifte te doen. Mijn eerdere aangifte over de boekhoudfraude bij Den Haag in de voorgaande jaren is waarschijnlijk al ergens in het ongerede geraakt. Van enige coördinatie in de behandeling van mijn aangiften is helemaal niets te merken. Sommige aangiften komen bij een Officier van Justitie terecht, die vervolgens, omdat hij of zij er helemaal niets van begrijpt, de aangifte seponeert. De motivering voor de seponering is dan dat er accountants zijn vrijgesproken van klachten bij de Raad van Tucht voor Accountants waaruit de betreffende Officieren dan maar afleiden dat ik geheel en al ongelijk heb in mijn beweringen over boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte in jaarrekeningen).
Die vrijspraken van die accountants in de door mij aangespannen tuchtzaken zijn bijzonder ergerlijk. De betrokken accountants zijn namelijk niet vrijgesproken omdat ik ongelijk zou hebben over boekhoudfraude maar louter en alleen door procedurefouten en andere verschrikkelijke onzorgvuldigheden van de betreffende tuchtrechtinstanties. Daarover heb ik inmiddels klachten ingediend bij de President van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Een kopie van mijn brief aan de President van het College van Beroep voor het bedrijfsleven doe ik u hierbij toekomen. Ik verzoek u hiervan goede notitie te nemen. Ik verzoek u eveneens goede kennis te nemen van mijn brief van 3 augustus 2004 aan het College van procureurs-generaal over de behandeling van mijn aangiften.
Ik roep alweer uw hulp in om te bevorderen dat eindelijk eens het Openbaar Ministerie zijn verantwoordelijkheid neemt en tot vervolging overgaat. Ik stuur u ter informatie ook mijn laatste brief aan het College van procureurs-generaal.

In hun motivering voor het sepot van mijn aangiften verwijzen de betreffende Officieren van Justitie ook naar de brieven die ik u over deze kwestie stuurde. Volgens hen staat daarin te lezen dat het mij te doen zou zijn om een verbetering van verantwoording van de bestede gelden van lokale overheden. Dat betekent dat u hun hebt verteld over de inhoud van deze brieven. Graag zag ik dat, als u dat weer doet, u mijn brieven goed citeert. Mijn brieven aan u en mijn aangiften hebben niets, maar dan ook helemaal niets, van doen met een actie tot verbetering, maar met de enorme misstand van boekhoudfraude in een geweldige omvang. En mijn brieven aan u gaan louter over de geweldige trainering van de behandeling van mijn aangiften.

De acties van (huidige europarlementariër) Paul van Buitenen hebben ooit geleid tot het aftreden van de voltallige Europese Commissie. Niet vanwege wat Van Buitenen aan onregelmatigheden aan het licht had gebracht, maar omdat niemand zich verantwoordelijk voelde om die onregelmatigheden aan te pakken. Zo is het ook met mijn aangiften. Niemand doet er wat mee. Niemand voelt zich verantwoordelijk.

Intussen gaan de boekhoudfraudes op grote schaal ongegeneerd, ongehinderd en straffeloos gewoon door. Met medeweten van heel veel belangrijke mensen, die zich allemaal verschuilen achter alleen maar flauwekulsmoesen en elke verantwoordelijkheid van zich afschuiven.

Graag verneem ik van u.

Hoogachtend,

L.W. Verhoef