Dossier: Justitie
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 9 april 2003

De Minister van Justitie
De heer mr. J.P.H. Donner
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

Betreft:  Boekhoudfraudes bij gemeenten en provincies
             Mijn brieven d.d. 13 september 2002, 30 november 2002, 20 december 2002, 29 januari 2003,
             10 maart 2003 en 18 maart 2003
             Uw brieven d.d. 13 december 2002, 10 januari 2003 en 13 februari 2003
             (5210575/503/CBK)

Geachte heer Donner,

Met mijn bovengenoemde brieven schreef ik u over mijn zorg over de boekhoudfraudes op grote schaal bij veel gemeenten en provincies en mijn activiteiten om deze boekhoudfraudes openbaar te maken en aan te pakken. Ik schreef u over mijn aangiftes bij de politie van deze boekhoudfraudes, althans over mijn pogingen daartoe. Ik eindigde mijn laatste brief aan u met: "Zoals het nu gaat, gaat het niet goed!", om welke reden ik uw hulp inriep. Of u naar aanleiding van mijn noodkreet actie heeft ondernomen, is mij niet bekend, in ieder geval heb ik er nog helemaal niets van gemerkt.
Inmiddels zijn enkele aangiften nu na herhaald aandringen opgemaakt (gemeente Den Haag boekhoudfraude van € 400 miljoen, gemeente Wijk bij Duurstede € 10 miljoen, provincie Gelderland € 240 miljoen, provincie Zuid-Holland € 75 miljoen, provincie Noord-Holland € 330 miljoen), dan wel, ook na herhaald aandringen, uiteindelijk vol fouten opgemaakt en nog steeds niet gecorrigeerd en door mij derhalve nog niet ondertekend (gemeente Amsterdam € 1.700 miljoen, gemeente Utrecht € 140 miljoen), of, ondanks dat ik de benodigde informatie heb aangeleverd, nog steeds niet opgemaakt (gemeente Zaanstad € 54 miljoen, provincie Utrecht € 80 miljoen).
U schreef mij met uw brief van 13 februari 2003 dat u de kwestie van de boekhoudfraudes (bovendien door de overheid zelf!) ernstig vond en dat u de kwestie zou voorleggen aan het College van procureurs-generaal te Den Haag en dat ik daarvan een reactie mocht verwachten. Inmiddels is het 9 april 2003 (derhalve 2 maanden verder) en ik heb nog steeds geen enkele reactie van Justitie gekregen.
Kortom, zoals het nu gaat, gaat het nog steeds niet goed. Dat wordt weliswaar voor iedereen weer smullen in de volgende parlementaire enquête, maar, en dat zult u met mij eens zijn, zoals het nu gaat, is het niet de bedoeling.

Mag ik van u vernemen?

Met hoogachting,

L.W. Verhoef