Dossier: Justitie
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 18 maart 2003

De Minister van Justitie
De heer mr. J.P.H. Donner
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

Betreft:  Boekhoudfraudes bij gemeenten en provincies
             Mijn brieven d.d. 13 september 2002, 30 november 2002, 20 december 2002, 29 januari 2003
             en 10 maart 2003
             Uw brieven d.d. 13 december 2002, 10 januari 2003 en 13 februari 2003 (5210575/503/CBK)

Geachte heer Donner,

Met mijn brief van 10 maart jl. schreef ik u:
"Met mijn bovengenoemde brieven bracht ik u op de hoogte van de misstand van de op grote schaal voorkomende boekhoudfraude bij gemeenten en provincies en reageerde u daarop. U berichtte mij met uw laatste brief dat u de kwestie zou voorleggen aan het College van procureurs-generaal. Dat zult u ongetwijfeld gedaan hebben. Echter tot op heden heb ik nog geen enkel signaal ontvangen dat de kwestie is opgepakt. Intussen heb ik ook aangifte gedaan van boekhoudfraude door "mijn" provinciebestuur, i.c. het bestuur van provincie Utrecht. De door mij bij de politie in mijn woonplaats overhandigde informatie, nodig voor het opmaken van de aangifte, ligt daar nu al veertien dagen, zonder dat daar inmiddels een aangifte van is gemaakt. Eind vorige week heb ik er ook de nodige informatie afgegeven voor het doen van aangifte van boekhoudfraude door het gemeentebestuur van gemeente Amsterdam. In dit laatste geval gaat het om een boekhoudfraude van circa € 1.750 miljoen, een bedrag waarbij de boekhoudfraude bij Ahold in het niet valt. Hoe serieus nemen we in dit land de kwestie van de boekhoudfraudes door provincie- en gemeentebesturen? Mijn dossiers in deze kwestie hebben al een respectabele omvang gekregen. Zeer interessant in een volgende parlementaire enquête.
Ik verneem van u?"

In vervolg op dit schrijven bericht ik u dat ik inmiddels ook bij de plaatselijke politie aangifte heb gedaan van boekhoudfraude door gemeente Den Haag van circa € 400 miljoen en provincie Gelderland van circa € 240 miljoen.  Van de politie in Wijk bij Duurstede vernam ik dat er met mijn aangifte van 20 december 2002 van boekhoudfraude door het gemeentebestuur van Wijk bij Duurstede tot op heden helemaal niets gedaan is. Op 25 februari 2003 heb ik op het politiebureau informatie achtergelaten om aan de hand daarvan de aangifte op te maken tegen het bestuur van provincie Utrecht, waarover ik hierboven sprak. Ondanks herhaald aandringen van mij is daar tot op heden nog helemaal niets mee gedaan. Officieel bestaat er dus nog steeds geen door mij ondertekende aangifte! Hetzelfde geldt voor mijn aangifte tegen het gemeentebestuur van Amsterdam (boekhoudfraude € 1.700 miljoen!). Op 7 maart jl. liet ik de benodigde informatie daarover achter op het politiebureau; tot op heden is er nog niets aan gedaan. Op 14 maart jl. gaf ik informatie af over boekhoudfraude door het gemeentebestuur van gemeente Utrecht (boekhoudfraude € 140 miljoen). Ook daar is nog steeds niets mee gedaan. Vandaag gaf ik informatie af over boekhoudfraude door gemeente Den Haag (boekhoudfraude € 400 miljoen) en provincie Gelderland (boekhoudfraude € 240 miljoen). Ik ben bang dat ook daar niets mee en aan gedaan wordt. Mij werd verteld dat het doen van aangifte geen enkele zin heeft, omdat er niets mee gedaan zal worden.
Nogmaals mijn vraag: hoe serieus nemen we boekhoudfraude, bovendien door de overheid zelf, en het protest daartegen?

Minister Donner, u schreef mij eerder dat boekhoudfraude u ernstig voorkwam waarvoor zelfs de huidige strafmaat te gering is. U schreef mij dat u de kwestie onder de aandacht zou brengen van het College van procureurs-generaal. Tot op heden heeft dat allemaal niets uitgehaald.
Ik denk dat u er goed aan doet uw personeel ter plekke opdracht te geven de aangiften onmiddellijk op te maken en onmiddellijk door te geleiden naar de aangewezen Officier van Justitie (in Amsterdam?) en u over de voortgang van de aanpak voortdurend te laten informeren. Zoals het nu gaat, gaat het niet goed!

Graag verneem ik van u.

Met hoogachting,

L.W. Verhoef