Dossier: 's-Hertogenbosch
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Gemeenteraad van de
Gemeente 's-Hertogenbosch
Postbus 12345
5200GZ 's-Hertogenbosch

Wijk bij Duurstede, 31 maart 1999

Betreft: Jaarrekening 1997
            Uw brief van 25.3.1999

Geachte raad,

Met mijn brief aan u van 22.1.1999 liet ik u weten dat uw jaarrekening 1997 een hoogst onbetrouwbaar document is en dus totaal ongeschikt als sturings- en verantwoordingsinstrument. Vooruitlopend op de behandeling van mijn brief door uw raad in een raadsvergadering maakte uw college van b&w mij alvast zijn visie daarop kenbaar. Dat mag uiteraard; mijn brief was echter aan uw raad gericht en ik was nieuwsgierig naar de reactie van uw raad. Nu lijkt er sprake te zijn van het optreden als rechter in eigen zaak. De reactie van uw college is echter wel interessant. Het college bevestigt namelijk geheel mijn gelijk. (Ik mag aannemen dat u beschikt, respectievelijk kan beschikken, over de brief van uw college.)

Allereerst geeft het college onmiddellijk toe dat er inderdaad baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten en buiten de rekening om rechtstreeks in de balans i.c. in het eigen vermogen zijn verwerkt. Dat betekent dus dat het college toegeeft dat het saldo van de baten en de lasten over 1997 inderdaad niet gelijk is aan het saldo van ƒ 132.000 waarmee de rekening eindigt. Zoals ik in mijn brief aangaf, is aan de jaarrekening vanwege diverse tekortkomingen niet te ontlenen wat nu het werkelijke saldo van de baten en de lasten in 1997 was. Mijn bewering dat uw jaarrekening derhalve een onbetrouwbaar sturings- en verantwoordingsinstrument is, blijkt dus waar te zijn.

Vervolgens geeft het college toe dat in de jaarrekening de wettelijk verplichte specificatie van de reserves ontbreekt. Dat er wellicht nog ergens een bijlagenboek is, waar de jaarrekening overigens niet over rept en naar verwijst, is misschien wel zo, het blijft een feit dat uw jaarrekening derhalve terzake tekortschiet. Ik denk dat de lezer van een jaarrekening, m.n. die van een overheid als een gemeente, ervan uit mag gaan dat hij volledige stukken krijgt, die ten minste voldoen aan de wettelijke bepalingen; de lezer heeft er ook vanwege diezelfde wettelijke bepalingen recht op.
Overigens sprak ik in mijn brief van het ontbreken van (wettelijk verplichte) toelichtingen op de reserves, wat iets geheel anders is dan een specificatie van (niet nader toegelichte) bedragen.
De bewering van uw accountant in zijn accountantsverklaring dat de jaarrekening voldoet aan de wettelijke voorschriften, is derhalve ook ten aanzien van dit onderdeel niet juist.

Verder geeft uw college volmondig toe dat in de rekening de rentelasten inderdaad met een bedrag van ƒ 29,4 miljoen te hoog zijn weergegeven. Uw college zegt er zelf van: "Dit is rente die wel ten laste van de exploitatie wordt gebracht maar in werkelijkheid niet wordt uitgegeven." Ik had het zelf niet duidelijker kunnen uitleggen.
Zo zijn er in uw jaarrekening ongetwijfeld nog meer fictieve bedragen verwerkt.
We kunnen dus ook van dit onderdeel zeggen dat de bewering van uw accountant dat de jaarrekening een betrouwbaar beeld geeft van (o.a.) de lasten, bezijden de waarheid is.

Dat uw jaarrekening 1997 de eerste volledige jaarrekening is, ontleen ik aan uw jaarrekening zelf. (Zoals ik alles wat ik beweerde, aan de jaarrekening zelf ontleende.) Bovenaan pagina 312 is te lezen: "In het jaarverslag 1997 wordt voor het eerst een geconsolideerde balans opgenomen".

Wat betreft een eventueel nonsens-gehalte van de analyse van de rentekosten, zoals ik had geconstateerd, wordt - anders dan wat het college blijkbaar van mening is - het nonsens-gehalte niet anders als de rentelasten conform (een interpretatie van) de Comptabiliteitsvoorschriften verwerkt zijn. Nonsens blijft nonsens. Het is maar wat je verkiest: of een betrouwbare jaarrekening of een stapel papier die zou voldoen aan (een interpretatie van) wettelijke voorschriften, waar je overigens niets aan hebt. Overigens is de uitleg van de Comptabiliteitsvoorschriften door uw college niet de mijne. Goede toepassing van de Comptabiliteitsvoorschriften leidt (behoudens een overigens hier niet relevante uitzondering) wel degelijk tot betrouwbare jaarrekeningen.

De bewering van uw college dat de jaarrekening is opgesteld op basis van van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, is stellig onjuist. Het zou te ver voeren op deze plaats alle relevante wetteksten te noemen waarmee uw jaarrekening in flagrante strijd is.
Het toepassen van een bestendige gedragslijn hoeft, anders dan uw college beweert,  nog niet te leiden tot betrouwbare jaarrekeningen. De bewering van het college doet overigens wel het ergste vermoeden voor de voorgaande jaarrekeningen en uw begrotingen 1998 en 1999. Ik wees u daar ook al op in mijn eerdere brief.

Wat betreft de accountantsverklaring zult u het met mij eens zijn dat een goedkeurende accountantsverklaring van een onbetrouwbaar document niet opeens een betrouwbaar document maakt. Helaas hebben u en ik op welke wijze dan ook vast wel moeten ervaren dat er soms ten onrechte goedkeurende accountantsverklaringen verstrekt worden.

De reactie van uw raad te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef