Dossier: 's-Hertogenbosch
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede


Gemeenteraad van de
Gemeente 's-Hertogenbosch

Postbus 12345
5200GZ 's-Hertogenbosch

Wijk bij Duurstede, 22 januari 1999

Betreft: Jaarrekening 1997

Geachte raad,

Als geïnteresseerde inwoner en dus burger van mijn woonplaats Wijk bij Duurstede heb ik al enige tijd een discussie met mijn eigen gemeentebestuur over de jaarrekeningen 1996 en 1997 van Wijk bij Duurstede. Van die jaarrekeningen klopt niet veel. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten. Naar aanleiding daarvan plaatste het Utrechts Nieuwsblad bijgaande ingezonden brief van mij op 1.7.1998 (zie bijlage). Daarin noem ik enige gemeenten waarvan de jaarrekening ook niet klopt. Ik was ook nieuwsgierig hoe bijvoorbeeld de jaarrekening van een gemeente als de uwe eruit zou zien. Ik heb helaas ook van de jaarrekening van 's-Hertogenbosch geconstateerd dat ook deze op een aantal belangrijke onderdelen onbetrouwbaar is. Dat beperkt de waarde van de jaarrekening. Deze uitlating vereist, denk ik, enige toelichting. Ik denk ook dat ik u met mijn opmerkingen een dienst kan bewijzen. U kunt er bij uw volgende jaarrekeningen en begrotingen rekening mee houden. Vandaar deze brief.

De jaarrekening van een gemeente is een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 1999. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u aan "uw" burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer.

Ook de jaarrekening 1997 van 's-Hertogenbosch voldoet niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening. Het is bovendien jammer van de moeite die eraan besteed is.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan suggereert uw jaarrekening  en het begeleidende Jaarverslag dat het saldo van de baten en de lasten ƒ 132.000 is. Niets is echter minder waar. Nadere bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening negatief (!) ƒ 36,9 miljoen is. (En in werkelijkheid zelfs een heel ander bedrag, maar dat is vanwege de onvolkomenheden van de jaarrekening, met name van de toelichting, niet te achterhalen.) En dat is wel iets anders.

Het verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er verschillende (al dan niet omvangrijke) baten en lasten weliswaar in de jaarrekening zijn opgenomen, maar buiten de rekening zijn gelaten en buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen. Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden en andere gebruikers zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie  uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard heel anders uitzien. De rekening zou dan het door mij genoemde tekort van ƒ 36,9 miljoen als negatief saldo van de baten en lasten hebben gehad.
Het verschil wordt verder veroorzaakt doordat verschillende baten en lasten zijn opgehoogd met fictieve bedragen. De als baten en lasten gepresenteerde bedragen komen dus in verschillende gevallen volstrekt niet overeen met de werkelijke baten en lasten. Ook dit zal de niet deskundige lezers volkomen ontgaan.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, d.w.z. in consistentie met de rest van de jaarrekening, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde (negatieve) saldo van ƒ 36,9 miljoen.
Het bedrag van ƒ 36,9 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 470,4 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1996 (volgens uw jaarrekening ƒ 507,3 miljoen). Het verschil (i.c. negatief ƒ 36,9 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de baten en de lasten.
Dat is althans waar, als het bedrag van de reserves aan het begin en aan het eind van het jaar correct weergegeven worden. Echter in uw jaarrekening is ook dat niet het geval. Hierdoor is zelfs door de methode van vermogensvergelijking niet aan uw jaarrekening te ontlenen wat het werkelijke saldo van de baten en de lasten is.


Aan uw jaarrekening is te ontlenen dat de aanschaffingsprijs van verschillende vaste activa, in plaats van te zijn opgenomen aan de debetzijde van de balans, als negatieve post aan de creditzijde van de balans is opgenomen en wel in mindering van het eigen vermogen. Om welk bedrag het in 1997 en voorgaande jaren gaat, vermeldt uw jaarrekening niet. Omdat hierdoor het bedrag van de reserves aan het begin en aan het eind van het jaar niet correct weergegeven worden, is zelfs door de methode van vermogensvergelijking niet aan uw jaarrekening te ontlenen wat het werkelijke saldo van de baten en de lasten is.
Aan uw jaarrekening is wel te ontlenen dat het in 1997 gaat om ƒ 68,6 miljoen. Dit bedrag is ten onrechte op de reserves in mindering gebracht. Wanneer ik de eigen vermogensachteruitgang corrigeer voor dit bedrag van ƒ 68,6 miljoen, is er dus geen sprake van een vermogensachteruitgang van ƒ 36,9 miljoen, maar van een vermogensvooruitgang van ƒ 31,7 miljoen. Aldus laat de jaarrekening zien dat er volgens de jaarrekening een positief saldo van baten en lasten is behaald van ƒ 31,7 miljoen. En ook dat is wel wat anders dan het door u gesuggereerde saldo van ƒ 132.000.

Aan de jaarrekening van veel gemeenten is eveneens te ontlenen dat onder de reserves verschillende posten voorkomen die geen reserves zijn maar verplichtingen representeren. Aan de jaarrekeningen van veel gemeenten is eveneens te ontlenen dat onder de verplichtingen verschillende posten voorkomen die in het geheel geen  verplichtingen representeren. Hierdoor wordt uiteraard ook het eigen vermogen, i.c. de reserves, verkeerd voorgesteld. Hierdoor worden ook de baten en de lasten die met deze posten samenhangen, geheel verkeerd in de rekening weergegeven. De kans is groot dat deze verschijnselen zich ook in uw jaarrekening voordoen. Of zich dit inderdaad ook in ùw jaarrekening voordoet, is door het ontbreken van een (wettelijk verplichte) specificatie van de reserves en van de voorzieningen en door het ontbreken van een (eveneens wettelijke verplichte) toelichting op de reserves en op de voorzieningen niet te achterhalen.
Omdat deze (wettelijk verplichte) toelichtingen op de reserves en op de voorzieningen geheel ontbreken, geeft uw jaarrekening terzake van de reserves en de voorzieningen niet dat inzicht dat een gebruiker nodig heeft en waarop de gebruiker (wettelijk) recht heeft.

Wanneer u alle baten en lasten (in consistentie met de balans) in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van ƒ 31,7 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten juist bepaald en weergegeven zouden zijn.
Van de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en ook die van 's-Hertogenbosch  valt te ontlenen dat vele baten en lasten inderdaad volstrekt onjuist bepaald en dus volstrekt onjuist weergegeven zijn.

Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
Kortom,
  
aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het gesuggereerde bedrag van ƒ 132.000 is, maar diezelfde jaarrekening stelt niet in staat daaraan te ontlenen wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Aan uw jaarrekening ontleen ik dat de jaarrekening 1997 voor het eerst een "geconsolideerde jaarrekening" is. Dat betekent dat u het voorheen al die tijd met een onvolledige jaarrekening hebt moeten doen, terwijl u al volgens de nieuwe Gemeentewet van 1994 al vanaf de jaarrekening 1993 de wettelijke plicht had tot het opmaken van volledige jaarrekeningen (zie ook: "Voor het eerst een complete jaarrekening van de gemeente, en wel die over 1993. Een belangrijke wijziging van de Gemeentewet over het hoofd gezien?" L.W. Verhoef, B&G juli/augustus 1994).


Op pagina's 297 e.v. van de jaarrekening wordt een beschouwing gegeven over de rentekosten. Wat daar staat over uw rentekosten heeft (excusez le mot) een hoog nonsense-gehalte en houdt het risico in dat lezers geheel op het verkeerde been gezet worden. Raadsleden die daar niets van begrepen hebben, hoeven zich dus niet te schamen.

Ook de jaarrekening van 's-Hertogenbosch stelt derhalve niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie van de gemeente en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!

Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1998 en uw begroting 1999 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan zoveel pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Hetzelfde geldt ongetwijfeld en onverkort ook voor uw begrotingen 1998 en 1999.

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef