Dossier: Minister van Financiën
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 19 maart 2003

De Minister van Financiën
De heer drs. J.F. Hoogervorst
Postbus 20201
2500 EE 's-Gravenhage

Betreft: Functioneren accountants bij gemeenten en provincies

Geachte heer Hoogervorst,

Al enige tijd tracht(te) ik de achtereenvolgende ministers van Economische Zaken ervan te overtuigen dat er iets goed mis is met het functioneren van accountants bij gemeenten en provincies. Er worden boekhoudfraudes van ongekende omvang afgedekt door ten onrechte verstrekte goedkeurende accountantsverklaringen. Wat te denken van gemeente Amsterdam? Die verzweeg in de afgelopen paar jaar een bedrag van € 1.700 miljard! De armzalige € 500 miljoen van de Ahold-affaire is er niets bij. Amsterdam is niet de enige. In de afgelopen jaren bekeek ik de jaarrekeningen van circa 70 gemeenten en provincies. Den Haag verzweeg in de afgelopen jaren € 400 miljoen, gemeente Utrecht € 140 miljoen, Provincie Gelderland € 240 miljoen, Noord-Holland € 330 miljoen en Zuid-Holland € 75 miljoen, om enige opvallende situaties te geven.
In mijn brief van 28 november 2002 aan uw collega-bewindsman van Economische Zaken, de heer drs. J.F. Hoogervorst, schreef ik, reagerend op de brief van zijn ambtsvoorganger, de heer mr. H.Ph.J.B. Heinsbroek (brief d.d. 22 november 2002, kenmerk: ME/MW 02058202):
"Het gaat mij om de misstand dat op grote schaal ten onrechte goedkeurende accountantsverklaringen gegeven worden bij jaarrekeningen van gemeenten en provincies die alles behalve doen wat zij behoren te doen, namelijk op betrouwbare wijze inzicht geven in de financiële positie en de baten en de lasten en de omvang daarvan. Mij gaat het ook om de totaal falende tuchtrechtspraak terzake. Mij gaat het dus niet om nieuwe wetgeving maar om handhaving van de bestaande wetten. Mij gaat het er bijvoorbeeld ook om dat accountants die weigeren goedkeurende accountantsverklaringen te geven aan jaarrekeningen die in geen velden of wegen dat vereiste inzicht geven, beschermd worden door de wetshandhaver bij uitstek, namelijk de betreffende minister, in plaats van "afgeslacht" te worden zoals mij dus overkomen is. Wat dat betreft verwijs ik u naar mijn brief aan uw ambtsvoorganger, mevrouw Jorritsma, van 21 juni jl. en wat bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer van 23 november jl. daarover schreef.
Kortom, ook uw brief van 22 november jl. gaat nog steeds niet in op de door mij aan de orde gestelde kwestie. Ik zie dus steeds graag een reactie van u die wèl ingaat op deze kwestie, met belangstelling tegemoet."
Het is ontstellend steeds maar weer te moeten ervaren hoe ministers alleen maar zaken van zich af houden in plaats van eens zaken op te pakken, het liefst voortvarend. In zijn brief van 4 maart 2003 houdt de minister van Economische Zaken alweer de zaak ver van zich af. Nog steeds word ik als "klokkenluider" op geen enkele wijze beschermd. Wie beschermt nu eindelijk eens de accountant die zegt, ten kosten van zijn positie en zijn inkomen, dat er iets fundamenteel goed fout zit in de accountantswereld? En verder weet de minister niets beters te vertellen dan dat het "accountancydossier" op 19 februari jl. is overgedragen aan zijn collega van Financiën, de heer drs. J.F. Hoogervorst.
Mag ik van u als nieuwe bewindspersoon in deze kwestie, eindelijk een terzake doende reactie krijgen?
Ik hoor graag van u.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef