Dossier: BiZa
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 21 november 2002

De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
De heer J.W. Remkes
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Betreft:  Financiële verslaggeving door gemeenten en provincies
             Uw brief van 11 november 2002 (FO2002/94263)

Geachte heer Remkes,

Op 5 september jl. stuurde ik u een brief waarin ik uw aandacht vroeg voor de misstand dat de begrotingen en jaarrekeningen van (de meeste) provincies en gemeenten een volstrekt onbetrouwbaar en dus misleidend beeld geven van de financiële positie en (vooral) van de baten en de lasten en het saldo daarvan. Ik gaf u als voorbeeld dat het gemeentebestuur van Amsterdam de winst- en verliesrekening over 2001 liet sluiten met een negatief saldo van € 5 miljoen terwijl uit het geheel van de jaarrekening valt op te maken dat er in werkelijkheid een overschot was van € 350 miljoen. Ik wees u op de publicatie in Vrij Nederland van 2 maart 2002 waar u kon lezen dat de 30 grote gemeenten op deze wijze bijna ƒ 4 miljard over 2000 voor hun burgers verzwegen. Of dat wèl of niet mag volgens zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, is in het geheel niet relevant. (Voor alle duidelijkheid: het mag volstrekt niet volgens diezelfde Comptabiliteitsvoorschriften!) Relevant is dat het gebeurt. Relevant is ook dat bij al die misleidende jaarrekeningen desondanks goedkeurende accountantsverklaringen staan. Relevant is ook dat de achtereenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken nooit inhoudelijk hebben willen reageren op mijn noodkreten. Relevant is dat al deze ministers mij dus geheel en al in de kou laten staan in mijn strijd tegen deze misstand. Dat betekent dat de misstand zich dus niet beperkt tot de betreffende provincie- en gemeentebesturen, maar zich ook uitstrekt tot de minister van Binnenlandse Zaken die niet wil reageren op noodkreten over deze misstand, laat staan daar wat aan wil doen.
Naar aanleiding van mijn "herinnering" van 1 november jl. laat u mij weten dat u mijn brief van 5 september 2002 niet heeft ontvangen en dat u mij t.z.t. het definitieve besluit ter vervanging van het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 zult toezenden. Valt het uzelf niet op dat uw reactie alweer volstrekt niet ingaat op wat ik ook aan u, als nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, laat weten? Voor de toezending van de nieuwe voorschriften ben ik u zeker erkentelijk, maar mijn brief van 5 september was niet een vraag om toezending daarvan (die toezending was mij al eerder beloofd) maar alweer een noodkreet om eindelijk eens gehoord te worden. Juist omdat niemand, waaronder achtereenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken, op mijn noodkreten ingaat, heb ik moeten besluiten een dertiental accountants, verspreid over de vier grote accountantskantoren, aan te klagen bij de Raad van Tucht voor Accountants vanwege hun ten onrechte gegeven goedkeurende accountantsverklaringen bij jaarrekeningen van provincies en gemeenten.
Eindelijk na zoveel jaar eens een inhoudelijke reactie op mijn noordkreten van de minister te mogen horen, stel ik nog steeds op prijs.

Heel graag zie ik uw reactie en wellicht zelfs uw uitnodiging om over de kwestie te praten, tegemoet.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef