Dossier: BiZa
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 5 september 2002

De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
De heer J.W. Remkes
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Betreft:  Financiële verslaggeving door gemeenten en provincies

Geachte heer Remkes,

Allereerst wens ik u alle succes toe in uw nieuwe ambt van minister.
Ik denk vervolgens te mogen aannemen dat de kwaliteit van het lokale (i.c. gemeentelijke en provinciale) bestuur u als minister van binnenlandse zaken zeer ter harte gaat. Om deze reden stuur ik u deze brief.

Voor het besturen van gemeenten en provincies en daarmee voor hun bestuurders zijn begrotingen en jaarrekeningen zeer belangrijke instrumenten. Met deze begrotingen en jaarrekeningen leggen de bestuurders tevens rekening en verantwoording af aan "hun" burgers, maar ook bijvoorbeeld aan het Rijk, over hun voorgenomen c.q. gevoerde beleid en beheer. Om deze redenen mogen, zo niet moeten, naar mijn mening, en naar ik aanneem ook naar uw mening, aan deze begrotingen en jaarrekeningen de eis gesteld worden dat ze betrouwbaar zijn. Op de tweede plaats, en ook dat zult u ongetwijfeld met mij eens zijn, moeten deze begrotingen en jaarrekeningen voldoen aan de eisen van de betreffende wettelijke bepalingen, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften, voorzover overigens de naleving van deze voorschriften de eerste eis van de betrouwbaarheid niet in de weg staat.
Juist vanwege de eis dat deze jaarrekeningen, waarmee rekening en verantwoording wordt afgelegd, op de allereerste plaats betrouwbaar moeten zijn, is wettelijk voorgeschreven dat  accountants deze jaarrekeningen moeten controleren. Van een goedkeurende accountantsverklaring bij een jaarrekening (ook van een gemeente en provincie) mag verwacht worden, ook dat u zult u met mij eens zijn, dat die alleen door de betreffende accountant gegeven wordt als de jaarrekening betrouwbaar is, dat wil zeggen een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie en van de omvang en het saldo van de opbrengsten en de kosten.

Nu al bijna vijf jaar achtereen heb ik getracht uw ambtsvoorgangers te laten zien en ervan te overtuigen dat de begrotingen en jaarrekeningen van (de meeste) gemeenten en provincies verre van betrouwbaar, ja zelfs ronduit misleidend zijn, en dat al die goedkeurende accountantsverklaringen daarbij dus volstrekt ten onrechte zijn gegeven. Ik heb hun daarover vanaf 6 december 1997 diverse brieven gestuurd. Ik vind het zelf ontzettend jammer, zo niet ontstellend, hoe uw ambtsvoorgangers op mijn brieven gereageerd hebben, als ze al reageerden. Uw ambtsvoorgangers wekten de indruk niets van deze misstand te willen horen en er ook niets aan te willen doen. Daardoor gaat deze misstand maar steeds door.

Deze misstand heeft inmiddels ook de aandacht van de pers getrokken. In Vrij Nederland van 2 maart 2002 werd onder de kop Gemeenten verbergen miljarden onder andere bericht dat uit onderzoek was gebleken dat de 30 grote gemeenten in hun jaarrekeningen 2000 een bedrag van ruim ƒ 3,8 miljard aan opbrengsten en kosten (per saldo) hadden verzwegen. Het artikel eindigde met "Het mag dan zo zijn dat de polder nog geen Enron-affaire kent, ook in Nederland zien de accountants allerlei vormen van creatief boekhouden door de vingers."
Uit hetzelfde onderzoek, overigens niet gepubliceerd, was ook gebleken dat de twaalf provincies gezamenlijk ruim ƒ 1 miljard voor de burgers hadden verzwegen.
Ook De Telegraaf besteedde aandacht aan de zaak. In De Telegraaf van 6 juli 2002 werd onder de kop Gemeenten verbloemen eigen financiële situatie. Honderden miljoenen buiten boekhoudingen gehouden aandacht aan de misstand besteed dat de jaarrekeningen van veel gemeenten  niet doen wat ze zouden moeten doen, namelijk een betrouwbaar beeld geven van de financiële positie en van de opbrengsten en de kosten en het saldo daarvan.
Vrij Nederland en De Telegraaf noemden in hun publicaties ook mijn activiteiten om deze misstand aan de kaak te stellen.

Intussen ga ik door met mijn activiteiten om deze misstand van de onbetrouwbare jaarrekeningen van (de meeste) gemeenten en provincies en onbetrouwbare accountantsverklaringen daarbij, aan de orde te stellen. U leest daarover bijvoorbeeld in bijgaand persbericht dat ik onlangs verstuurde. Het betreft de (concept-)jaarrekening 2001 van provincie Gelderland waarin ƒ 220 miljoen aan ontvangsten en uitgaven (per saldo) zijn verzwegen. Ook de weergave van de financiële positie klopt in het geheel niet. (Ik stuurde het provinciebestuur daarover een brief waarin ik ook inga op hoe ik een en ander geconstateerd heb en waarin ik ook meer details noem. Zo u daar prijs op stelt, zal ik u de brief gaarne toesturen.) In het persbericht treft u ook samenvattingen van mijn bevindingen aan bij enkele andere gemeenten en provincies. Schrijnend is natuurlijk het voorbeeld van gemeente Amsterdam. Amsterdam laat zijn winst- en verliesrekening over 2001 eindigen met een negatief saldo van € 5 miljoen. Het gemeentebestuur verzweeg circa € 355 miljoen. In werkelijkheid was er een overschot van € 350 miljoen. De Amsterdamse burgers mochten dat blijkbaar niet weten. Volgens mijn onderzoek en dat van Vrij Nederland verzweeg Amsterdam over 2000 ook al een groot bedrag voor zijn burgers (en voor het Rijk!), namelijk circa ƒ 1,6 miljard!

Schrijnend vind ik het dat niet alleen de betrokken overheden (achtereenvolgende ministers van binnenlandse zaken en betreffende gemeente- en provinciebesturen) geen einde willen maken aan deze misstand, maar dat ook de besturen van de betrokken accountantskantoren en het bestuur van het NIVRA (Nederlands Instituut van Registeraccountants)  deze misstand niet onder ogen willen zien, laat staan daar een eind aan maken.
Aan het eind van het genoemde artikel in De Telegraaf van 6 juli jl. wordt het commentaar van de desgevraagde accountantskantoren vermeld: "Wij houden ons aan de wettelijke voorschriften waar de jaarrekeningen van gemeentes aan moeten voldoen".  Deze reactie is om twee redenen faliekant onjuist. Op de eerste plaats mag geen goedkeurende accountantsverklaring gegeven worden aan een jaarrekening die volstrekt onbetrouwbaar is; op de tweede plaats zijn al die jaarrekeningen faliekant in strijd met die wettelijke bepalingen, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften. Ik schreef daarover bijgaande brief aan het bestuur van een van de genoemde kantoren, i.c. Deloitte & Touche. Eenzelfde brief stuurde ik ook naar het bestuur van Ernst & Young. Een reactie heb ik nooit ontvangen.

Ik heb inmiddels in de afgelopen jaren de jaarrekeningen van circa 80 gemeenten en provincies bekeken, waaronder die van alle provincies en alle grote(re) gemeenten. De uitkomsten zijn schrikbarend: miljarden guldens respectievelijk Euro's aan verzwegen ontvangsten en uitgaven, per saldo meer ontvangsten dan uitgaven. Ik heb inmiddels een omvangrijk dossier met correspondentie met al die provincies en gemeenten. Ook alweer met een schrikbarende inhoud. Wat opvalt is dat al die gemeenten en provincies zich verschuilen achter de goedkeurende accountantsverklaringen. Goedkeurende accountantsverklaringen die dus volstrekt ten onrechte zijn gegeven. Het betreft accountants van alle vier de grote accountantskantoren. Dat verklaart wellicht de houding van het bestuur van het NIVRA. Want wie zitten er in het bestuur van het NIVRA? Juist ja, vertegenwoordigers van die grote accountantskantoren.

Ik had gedacht in de achtereenvolgende ministers van binnenlandse zaken een medestander te vinden in mijn strijd tegen deze geweldige misstand. Immers de minister van binnenlandse zaken is de steeds de eerste die integriteit van het openbaar bestuur hoog in het vaandel heeft. En het gaat hier juist om die integriteit van het openbaar bestuur. Het gaat hier om eerlijke en betrouwbare informatie naar de burgers over omgaan met gemeenschapsgeld! Groot was steeds mijn teleurstelling in de ministers van binnenlandse zaken personen aan te treffen die niet van plan waren de misstand onder ogen te zien en daar maatregelen tegen te treffen.

Ik hoop stellig in de nieuwe minister, de heer J.W. Remkes, een andere minister aan te treffen, een minister die wèl wil weten wat er aan de hand is en die wèl aan deze misstand een eind wil maken, een minister die wèl met mij over deze kwestie wil praten.

Heel graag zie ik uw reactie en wellicht zelfs uw uitnodiging om over de kwestie te praten, tegemoet.

Met vriendelijke groet en hoogachting,


L.W. Verhoef