Dossier: BiZa
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 30 januari 2002

De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
De heer mr. K.G. de Vries
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Betreft: Jaarrekeningen en begrotingen van gemeenten en provincies

Geachte heer De Vries,

Met inmiddels al ettelijke brieven tracht ik vanaf december 1997 uw aandacht en die van uw ambtsvoorgangers te vestigen op de misstand dat de jaarrekeningen en begrotingen van (de meeste) gemeenten en provincies alles doen behalve wat ze moeten doen: inzicht geven in de financiële positie, de (voorgenomen c.q. gerealiseerde) baten en lasten en het saldo daarvan. Door deze misstand worden gemeenten en provincies bestuurd met behulp van volslagen onbetrouwbare financiële informatie en worden belanghebbenden (burgers, belastingbetalers, rijk e.a.) en andere belangstellenden met misleidende cijfers een geheel verkeerd beeld voorgehouden.

Jammer, dat mijn brieven, zo ze al na heel veel herinneringen en aandringen beantwoord werden, zo slecht worden afgedaan. Jammer dat u(w ministerie) er gewoonweg niet van wil horen en mij en mijn activiteiten volslagen negeert. Ik hoop overigens dat deze houding u niet een keer lelijk zal opbreken.

Ik heb mijn onderzoek naar de kwaliteit van de jaarrekeningen van gemeenten en provincies ook in 2001 voortgezet. Alle door mij bekeken jaarrekeningen deugen alweer van geen kant.
Al mijn bevindingen tot heden treft u (sterk gecomprimeerd) aan in bijgaande bijlage. Het is om te huilen. Zeker als je ook nog de reacties ziet van de gemeente- en provinciebestuurders die ik van mijn bevindingen aangaande hun jaarrekeningen informeerde. Er is geen enkele wil om de fouten toe te geven, laat staan om verbeteringen aan te brengen. Integendeel!
Mijn "verhaal" trof u al aan in de Volkskrant van 25 oktober 1999 en treft u weer opnieuw aan als bijlage bij deze brief.
Enkele willekeurige voorbeelden van jaarrekeningen 2000: Het provinciebestuur van provincie Utrecht laat de rekening sluiten met een positief saldo van ƒ 18 miljoen; in werkelijkheid was er een tekort van ƒ 108 miljoen. Het provinciebestuur van Gelderland laat de rekening sluiten met een saldo van ƒ 6 miljoen; in werkelijkheid was er een overschot van ƒ 306 miljoen. De rekening van Noord-Holland sluit met een saldo van ƒ 20 miljoen; in werkelijkheid was het saldo van alle baten en lasten ƒ 528 miljoen. Leeuwarden heeft een rekening die sluit met een tekort van ƒ 0,3 miljoen; in werkelijkheid was er een overschot van ƒ 33 miljoen. Nijmegen suggereert in haar rekening dat er een tekort was van ƒ 1 miljoen; in werkelijkheid was er een overschot van ƒ 40 miljoen. Amsterdam kan het helemaal goed. De Amsterdamse rekening sluit met een saldo van ƒ 0,1 miljoen. In werkelijkheid was er een overschot van ƒ 1.592 miljoen (= ƒ 1,6 miljard!)

Inmiddels stuurt uw ministerie mij wel steeds nieuw verschenen rapporten toe uit de reeks  "ƒïnanciële ƒunctie", rapporten met in het algemeen een hoogst bedroevende inhoud. Een enkele keer heb ik uw ambtenaren daar wel eens mijn commentaar bij toegestuurd. Een inhoudelijke reactie op mijn reactie heb ik "uiteraard" nooit ontvangen; ik word immers doodgezwegen en genegeerd.
Het laatstverschenen deel in de reeks, "Respons; een scan voor bestuurlijke planning & control", doet, zij het op (te?) hoog niveau van abstractie, enkele zeer behartigenswaardige uitspraken waar het gaat om "inzicht van de raad en van burgers in de financiële verslaglegging en de financiële positie van de eigen gemeente" (pagina 7), "transparante overheid" (pagina 10), "rekenschap, verantwoording afleggen" (pagina 19), "verantwoording" (pagina 27), "weten waaraan de gemeentelijke middelen worden besteed" (pagina 27) en "inzichtelijkheid in de verantwoording" (pagina 38).
Hoe verhouden bovenstaande kreten zich met al die jaarrekeningen waarin een geheel en al verkeerd beeld van de gemeentelijke en provinciale financiën wordt voorgehouden? Hoe verhouden die jaarrekeningen zich met de activiteiten van de minister en van wie al niet terzake van "Integriteit van het openbaar bestuur"? Hoe verhouden de activiteiten van de minister zich ten opzichte van mijn activiteiten als ik u erop wijs wat er mis is op dit gebied?

Ik blijf mij verbazen over het gebrek aan actie van de minister.
Nog steeds ben ik gaarne bereid en stel ik het zeer op prijs met u te kunnen spreken over deze misstand en over wat u daar als minister (naar mijn mening) aan zou kunnen doen.

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef