Dossier: BiZa
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

De Minister van Binnenlandse Zaken
De heer H. Dijkstal
Postbus 21011
2500 EA  's-GRAVENHAGE

Wijk bij Duurstede, 31 maart 1998

Betreft: Begrotingen en jaarrekeningen van Provincies en Gemeenten

Geachte heer Dijkstal,

Ik ontving uw brief van 23.3.1998. Hierin stelt u waardering te hebben voor mijn betrokkenheid bij het onderwerp van de door mij geëntameerde correspondentie, mijn opmerkingen te zullen betrekken in uw werkzaamheden als voorzitter van een platform, en overigens de correspondentie als beëindigd te beschouwen.

Ik kan mij echter niet aan de indruk onttrekken dat u mijn brieven onvoldoende nauwkeurig leest. In mijn brieven noem ik u twee, overigens samenhangende onderwerpen, namelijk
  1. de tekortschietende begrotingen en jaarrekeningen van provincies en gemeenten
  2. mijn gevecht met mijn eigen gemeentebestuur om eerlijke berichtgeving in begroting en jaarrekening aan mij als burger.
Wat het tweede onderwerp betreft verwijs ik u naar mijn brieven van 6.12.1998, 15.1.1998, 3.2.1998, 22.2.1998 en 11.3.1998. Wat mijn gevecht met mijn gemeentebestuur betreft, riep ik dringend uw hulp in. In dit gevecht, waar het gaat om de integriteit van mijn gemeentebestuur, sta ik geheel alleen. Mijn provinciebestuur, als toezichthouder, laat het, zoals ik u schreef, ook al behoorlijk afweten. Jammer dat ik daarvoor inmiddels de hulp van de Nationale ombudsman moest inroepen.

Het valt op dat u in uw uiterst spaarzame reacties naar mij nergens inhoudelijk ingaat op de door mij aangekaarte problematiek. U neemt zelfs niet eens de moeite mij te laten weten of u mij wel of niet wilt helpen in mijn strijd om mijn gemeentebestuur te dwingen tot integriteit. Ik verweet mijn provinciebestuur al zich te compromitteren met een niet integer handelend gemeentebestuur. Moet ik de minister hetzelfde verwijten?

Kortom, ik denk dat uw antwoord in de tot op heden (vrijwel) eenzijdige correspondentie: "Ik beschouw de correspondentie als beëindigd" niet een de minister passende reactie is. Ten minste verneem ik graag van u of ik op uw hulp kan rekenen in mijn strijd met mijn gemeentebestuur.

Aan uw brief van 23.12.1997 ontleen ik dat ik nog van u tegoed heb "Over dit onderzoek en het standpunt van Binnenlandse Zaken zal u tezijnertijd worden geïnformeerd". Tot op heden heb ik ook daarover nog niets van u vernomen.

Ik verneem graag van u.

Met vriendelijke groet,

L.W. Verhoef