Dossier: BiZa
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

De Minister van Binnenlandse Zaken
De heer H. Dijkstal
Postbus 21011
2500 EA  's-GRAVENHAGE

Wijk bij Duurstede, 6 december 1997

Betreft: Begrotingen en jaarrekeningen van Provincies en Gemeenten

Geachte heer Dijkstal,

Ik denk te mogen aannemen dat de kwaliteit van het lokale (i.c. gemeentelijke en provinciale) bestuur u als minister van Binnenlandse Zaken zeer ter harte gaat. Om deze reden stuur ik u deze brief.

Voor het besturen van gemeenten en provincies en daarmee voor hun bestuurders zijn begrotingen en jaarrekeningen zeer belangrijke instrumenten. Met deze begrotingen en jaarrekeningen leggen de bestuurders tevens verantwoording af aan "hun" burgers over hun voorgenomen c.q. gevoerde beleid. Om deze redenen mogen, zo niet moeten, naar mijn mening aan deze begrotingen en jaarrekeningen de eis gesteld worden dat ze betrouwbaar zijn. (Waarbij ik onbesproken laat dat, waar het gaat om "gemeenschapsgelden", de betrouwbaarheidseisen misschien hoger liggen dan gemiddeld.) Ik denk dat u ook dit met mij eens zult zijn.

Ik heb echter moeten constateren dat de begrotingen en jaarrekeningen van verreweg de meeste gemeenten en provincies verre van betrouwbaar zijn, ja zelfs hoogst onbetrouwbaar zijn. Daardoor krijgen de lezers/gebruikers van deze begrotingen en jaarrekeningen een totaal verkeerd beeld van het financiële wel en wee van (hun) gemeenten en provincies. De risico's daarvan zullen u duidelijk zijn: op basis van verkeerde informatie worden wellicht verkeerde beslissingen genomen over gemeentelijke en provinciale belastingen en heffingen en over het wel of niet doorgaan van activiteiten.

Over deze situatie publiceerde ik inmiddels al diverse artikelen in de "vakpers". Ik neem aan dat deze op uw ministerie bekend zijn. (Uiteraard ben ik gaarne bereid u een compleet overzicht daarvan toe te sturen.)
(Enige tijd geleden concipieerde ik een nieuw artikel; ditmaal over de jaarrekeningen van de 4 grote gemeenten. Ik stuur het u hierbij toe. De inhoud spreekt, denk ik, voor zichzelf.)

Gemeentelijke en provinciale jaarrekeningen moeten (op grond van de Gemeentewet) door accountants gecontroleerd worden. Het fenomeen van de gemeentelijke en provinciale jaarrekening krijgt daardoor ook belangstelling van de zijde van de accountantsberoepsgroep, het NIVRA. In mei 1997 verscheen een studierapport van het NIVRA over enige aspecten hiervan, onder de titel: "Vaste activa in de gemeenterekening". Het rapport, de conclusies en aanbevelingen daarin, zijn door het bestuur van het NIVRA onder de aandacht gebracht van de staatssecretaris en uw ministerie.

Echter, ondanks dat, maar ook omdat, de literatuurlijst bij dit studierapport een 7-tal artikelen van mijn hand opsomt, ben ik geschrokken van de inhoud en de aanbevelingen van dit rapport. In plaats van dat dit rapport de huidige situatie van de zwaar tekortschietende gemeentelijke en provinciale jaarrekeningen veroordeelt, lijkt het alsof dit rapport een pleidooi houdt voor het bedenken van argumenten die deze situatie rechtvaardigen. Ik ben daarover inmiddels in correspondentie met het bestuur van het NIVRA.

Naar aanleiding van dit studierapport concipieerde ik een artikel ter opneming in het maandblad van het NIVRA: "De Accountant". In dit artikel wijs ik (nogmaals) op de m.i. ontoelaatbare situatie van de vele hoogst onbetrouwbare gemeentelijke en provinciale jaarrekeningen, wat m.i. de stellingname van accountants hierin zou moeten zijn, en wat daarom m.i. de tekortkomingen van dit rapport zijn. Dit artikel is door mij ook bedoeld om misverstanden, als zou ik door het opnemen van verschillende van mijn artikelen in de literatuurlijst, het eens zijn met de strekking van dit rapport, te voorkòmen.
Het artikel zal, zo heeft de redactie van "De Accountant" mij laten weten, niet eerder dan in maart 1998 gepubliceerd worden. Nu ik echter het concept van dit artikel al gereed heb, denk ik er goed aan te doen u dit reeds nu te doen toekomen.

Voor het geval dat ik met het voorgaande uw belangstelling gewekt heb voor deze m.i. hoogst zorgelijke situatie m.b.t. de kwaliteit van het openbaar bestuur in ons land, doe ik u ter illustratie de brief toekomen die ik aan het gemeentebestuur van "mijn" gemeente, Wijk bij Duurstede, toestuurde over de eveneens volstrekt onbetrouwbare jaarrekening 1996. De inhoud van deze brief spreekt voor zich. U kunt ervan overtuigd zijn dat de burgers van nagenoeg alle nederlandse gemeenten een dergelijke brief naar hun eigen gemeentebestuur zouden kunnen sturen. De wijze waarop "mijn" gemeentebestuur (tot op heden) reageerde op deze en de daarop volgende brieven moge u blijken uit mijn bijgevoegde brief aan het gemeentebestuur van 3 oktober 1997 en de eveneens bijgaande (4e) ingezonden brief van mij in het plaatselijke weekblad, de "Wijkse Courant": uiterst bedroevend. (Als u daarvoor belangstelling heeft, staat mijn gehele dossier over deze kwestie uiteraard volledig ter uwer beschikking.)

Zoals u bekend, wordt van Gedeputeerde Staten van elke provincie verwacht dat zij a.d.h.v. de begrotingen en jaarrekeningen van "hun" gemeenten onderzoeken of deze gemeenten financieel bezien niet verder springen dan hun polsstok lang is. U en ik zouden dus mogen verwachten, zo denk ik, dat de colleges van G.S. ook al lang tot de ontdekking hadden moeten komen, dat de (meeste) gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen door hun onbetrouwbaarheid domweg niet in staat stellen om enig oordeel over het financiële wel en wee van deze gemeenten te vormen. Helaas heb ik al moeten constateren dat het (het ambtelijk apparaat van) deze colleges aan de nodige deskundigheid (en politieke wil?) ontbreekt om deze situatie gewaar te worden. Uiteraard met de gepaste schroom laat ik u weten dat ik denk dat de conclusie over het identieke toezicht van het ministerie van BiZa op de provincies wellicht niet anders kan zijn.
(Over de jaarrekening van Wijk bij Duurstede heb ik inmiddels ook een brief gestuurd aan de Gedeputeerde Staten van Utrecht. Daarop heb ik tot op heden nog geen reactie ontvangen; "overheidsmolens" draaien langzaam.)

Over het voorgaande en hoe ik vanwege mijn visie behandeld ben en wordt (en dat is niet zo fris, want wie in ons platte nederlandje zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, etc...) zou ik u nog heel veel meer kunnen vertellen en laten zien. U bent een druk bezet iemand, dus heb ik het kort gehouden. Mocht u echter meer willen weten, dan sta ik geheel tot uw dienst.

Uw reactie te vernemen stel ik bijzonder op prijs.

Met vriendelijke groet,

L.W. Verhoef