Home

Wie is Leo Verhoef

Uw gemeente en provincie

Dossiers


Persberichten

In de media

Publicaties

Verwijzingen

Cursus


Contact
Dossier: Amsterdam


Opmerkingen bij brief van Rekenkamer Amsterdam dd. 2 juni 2006

1. De Rekenkamer heeft tevoren geen contact met Leo Verhoef opgenomen.

2. Na eerder de Rekenkamer Rotterdam (info) en de Rekenkamer Dordrecht (info) heeft nu dan ook de Rekenkamer Amsterdam het gelijk van Leo Verhoef bevestigd.

3. Onder 4.a zegt de Rekenkamer over het door Leo Verhoef berekende werkelijke resultaat van € 208 miljoen: "Dit is ... conform de nieuwe voorschriften van het BBV ... die met ingang van de rekening 2004 van toepassing zijn." Dat is juist, maar het gold ook onder de oude voorschriften van de CV (Comptabiliteitsvoorschriften) die terzake gelijkluidend waren. Overigens heeft het helemaal niets te maken met oude of nieuwe voorschriften of welke voorschriften dan ook. Die voorschriften zeggen terzake slechts dat de jaarrekening een betrouwbaar beeld moet geven van de (werkelijke) baten en lasten en saldo daarvan. En dat werkelijke saldo was in 2005 niet 45 miljoen euro, maar 208 miljoen euro!

4. Jammer dat de Rekenkamer geen aandacht besteedt aan de door het gemeentebestuur in de voorgaande jaren gepresenteerde saldi van de baten en lasten en de werkelijke bedragen. Amsterdam hield in de jaren 1998-2005 niet het door het gemeentebestuur gesuggereerde bedrag van 112 miljoen euro over, maar het bedrag van maar liefst 2.592 miljoen euro. De boekhoudfraude is dus vanaf 1998 opgelopen naar zo'n  2,5 miljard euro!

5. De Rekenkamer constateert in navolging van Leo Verhoef dat er in de Amsterdamse jaarrekening ook nog een aantal andere jaarresultaten worden genoemd dan de 45 miljoen dat officieel naar buiten is gebracht. Daarvan zegt de Rekenkamer (terecht) dat die berekend zijn volgens "interne regels". Daar heeft de buitenwereld dus niets mee te maken. Hoe ze elkaar intern voor de gek houden, moeten ze zelf weten, maar in de jaarrekening mag uiteraard maar één echt officieel resultaat gepresenteerd worden, namelijk het èchte resultaat ! En dat is ook volgens de Rekenkamer 208 miljoen euro.

6. Ook over het door het gemeentebestuur gepresenteerde resultaat van 45 miljoen zegt de Rekenkamer: "... bepaald door toepassing van eigen interne regels ...". Die 45 miljoen is dus zelfbedachte onzin.

7. Onder 4.c gaat de Rekenkamer in op de kritiek van Leo Verhoef dat ook de weergave van de financiële positie in de balans niet klopt. De Rekenkamer zegt er alleen van dat die weergave niet in strijd zou zijn met dat BBV. Een merkwaardige gedachte. Dat BBV eist domweg dat de jaarrekening een betrouwbare weergeve geeft van de baten en de lasten en het saldo ervan en van de financiële positie. Als de jaarrekening geen betrouwbare weergave geeft van de financiële positie, is dat dus alleen al daarom faliekant in strijd met het BBV. Overigens geldt ook hier: het heeft allemaal helemaal niets te maken met BBV, CV of hoe de wettelijke voorschriften ook mogen heten. Onbetrouwbaar is en blijft onbetrouwbaar. Misleidend is en blijft misleidend! Ook al zou volgens dat BBV (of een welgevallige interpretatie daarvan) iets op een bepaalde manier mogen (of zelfs moeten) worden gepresenteerd, onbetrouwbaar is en blijft onbetrouwbaar. Onbetrouwbare informatie wordt niet opeens betrouwbaar als het voldoet aan (een of andere interpretatie van) een of ander BBV.
Nogmaals, de Rekenkamer zegt dus niets over de stelling van Leo Verhoef dat er sprake is van een onbetrouwbare, dus misleidende, weergave van de financiële positie! 
Overigens weerspreekt de Rekenkamer zichzelf met haar voetnoot aan het eind van haar brief. De Rekenkamer constateert dat reserves (onderdeel van het Eigen vermogen) nogaleens als voorzieningen (onderdeel van het Vreemd vermogen) en voorzieningen nogaleens als reserve worden gepresenteerd. Iets wat Leo Verhoef ook geconstateerd had, zodat zijn bewering van een misleidende voorstelling van de financiële positie volkomen correct is.

Er valt nog heel veel meer op te merken over de brief van de Rekenkamer, maar dat zou hier te ver voeren en vereist van de lezer gedegen kennis van jaarrekeningtechniek.

Opvallend is natuurlijk de goedkeurende verklaring van de Amsterdamse accountant die èn (1) zegt dat de jaarrekening betrouwbare informatie geeft èn (2) zegt dat de jaarrekening voldoet aan het BBV. Beide uitspraken van die accountant zijn dus ook volgens de Rekenkamer volstrekt onjuist. Opvallend dat de Rekenkamer die constatering niet uitspreekt!
Wie heeft nu de plicht die accountant aan te klagen bij de Raad van Tucht voor Accountants?

Opvallend is dat de Rekenkamer alleen maar constateert, maar geen advies aan de gemeenteraad geeft!