Dossier: Amsterdam
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 5 september 2005

Gemeenteraad van
gemeente Amsterdam
Amstel 1
1011 PN Amsterdam

Betreft: Jaarrekening 2004 gemeente Amsterdam

Geachte Raad,

Ik heb, zoals eerder naar de jaarrekeningen van Amsterdam van voorgaande jaren, ook naar de jaarrekening 2004 van gemeente Amsterdam gekeken. Hieronder noem ik enkele belangrijke opvallendheden.

Allereerst valt op dat het boekwerk met jaarrekening en jaarverslag zeer moeilijk toegankelijk en zeer moeilijk leesbaar is, zeker voor niet financieel en niet jaarrekening-technisch geschoolde lezers, wat voor verreweg de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden het geval zal zijn. Een van de oorzaken is bijvoorbeeld het uitgebreide, vele pagina's in beslag nemende, irrelevante (zelfs in belangrijke mate fout) "gedoe" met reserves en voorzieningen.

In het boekwerk "Jaarverslag/-rekening 2004" wordt gesuggereerd dat er in 2004 een voordelig saldo van de baten en de lasten is van € 60,1 miljoen (pagina 27). Deze € 60,1 miljoen is overigens de uitkomst van een totaal onbegrijpelijk overzicht. Echter, het overzicht "Baten en lasten per resultaatgebied" (pagina 506-545), waarvan een recapitulatie is opgenomen op pagina 548, geeft een saldo van de baten en de lasten aan van € 0,00. Ook het overzicht "Baten en lasten per categorie" (pagina 564) geeft een saldo van de baten en de lasten te zien van € 0,0. Dit overzicht zegt dat de baten zijn: € 6.369,0 miljoen, en dat de lasten zijn: € 6.369,0 miljoen. Het saldo zou dus zijn: € 0,0 miljoen.
Dit is echter niet het werkelijke saldo van de baten en de lasten in 2004.

Het werkelijke saldo van de baten en de lasten laat zich afleiden uit de toename of afname van het Eigen vermogen. Volgens de balans (pagina 566) bedraagt het Eigen vermogen per 31.12.2004  € 4,777,9 miljoen en per 31.12.2003  € 4.379,5 miljoen. Er is dus sprake van een toename van het Eigen vermogen van € 398,4 miljoen. Dit is dus het werkelijke saldo van de baten en de lasten, d.w.z. een voordelig saldo van baten en lasten van € 398,4 miljoen.
Dit bedrag van € 398,4 miljoen als werkelijk (voordelig) saldo van de baten en de lasten, komt niet overeen met wat midden in het overzicht "Programmarekening 2004" (pagina 504) "Resultaat voor onttrekkingen/toevoegingen aan reserves" van € 323.568.398 wordt genoemd, wat wèl het geval had moeten zijn. Het komt ook niet overeen met wat in dit overzicht "Saldo van lasten en baten" van € 427.617.554 wordt genoemd; aan dit bedrag ontbreken so-wie-so de zogenoemde Algemene dekkingsmiddelen, zodat dit bedrag al nooit de omschrijving "Saldo van lasten en baten" had mogen krijgen.
Kortom, de conclusie is dat het werkelijke saldo van de baten en de lasten over 2004  (voordelig) € 398,4 miljoen bedraagt.

Dit bedrag van het werkelijke overschot in 2004 van € 398,4 miljoen krijgt reliëf als we het bijvoorbeeld vergelijken met de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) in 2004 van € 165,3 miljoen (zie pagina 425). Amsterdam had dus in 2004 met het allergrootste gemak de heffing van OZB kunnen overslaan zonder zelfs maar in de rode cijfers te komen.

Het werkelijke saldo van de baten en de lasten van € 398,4 miljoen is alleen goed, als bijvoorbeeld het Eigen vermogen per 31.12.2003 en per 31.12.2004 correct zijn weergegeven. Echter, ten minste moet geconstateerd worden dat:
In de hoofdstukken waar de zogenoemde resultaatgebieden worden behandeld, zijn steeds in de paragrafen "4. Verantwoording financiële resultaten" de baten en de lasten per resultaatgebied en sub-resultaatgebied gegeven. Deze cijfers zouden exact gelijk moeten zijn aan de overeenkomstige cijfers in het overzicht "Baten en lasten per resultaatgebied" (pagina 506-545). Dat is ten minste niet het geval met de bedragen van resultaatgebied "Werk en Inkomen".
Bovendien zijn de bedragen in deze paragrafen volstrekt onjuist omdat zij alle bijeengenomen een saldo opleveren van € 0, wat in het geheel niet overeenkomt met het werkelijke saldo van de baten en de lasten van € 398,4 miljoen. Uiteraard zijn foute cijfers volstrekt waardeloze informatie. Ze zijn dus totaal ongeschikt om het terzake gevoerde beleid van het gemeentebestuur te beoordelen.

Volgens de jaarrekening 2003 bedroegen de voorzieningen per 31-12-2003 € 1.518 miljoen, terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 1.644 miljoen is. Volgens de jaarrekening 2003 bedroeg het Eigen vermogen per 31-12-2003 € 4.494 miljoen, terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 4.380 miljoen is. In beide gevallen is een goedkeurende accountantsverklaring gegeven. Ten minste een van beide accountantsverklaringen is dus ten onrechte goedkeurend.

In de jaarrekening komt heel veel onzin voor, bijvoorbeeld waar het gaat over zoiets als een "Bestuurlijk rekeningresultaat" (pagina 26 e.v.) (dit is gewoonweg klinkklare onzin, want er is maar één resultaat en dat is het resultaat), over reserves, over voorzieningen, over zoiets als "grondproductiekapitaal", over zoiets als "arbeidskosten gerelateerde verplichtingen" (alleen grammaticaal al klopt hier helemaal niets van), over een zogenaamd volgens de nieuwe wettelijke voorschriften (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)) aangescherpt onderscheid tussen reserves en voorzieningen (pagina 41), en waar het gaat over zoiets als weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit, en zoiets als "investeringen met een economisch nut" en "investeringen met een maatschappelijk nut". Deze onzin leidt alleen maar af. Het weglaten van deze onzin zou het boekwerk "Jaarverslag/rekening 2004" aanzienlijk dunner en (vooral) toegankelijker maken.

In het overzicht "Niet uit de balans blijkende verplichtingen" (pagina 467) wordt niets gezegd over de verplichtingen uit hoofde van wachtgeldverplichtingen van bijvoorbeeld (oud-)wethouders en oud-werknemers. Ook in de specificatie van de voorzieningen (pagina 574-577) is hierover niets terug te vinden. Het zou weleens om een substantieel bedrag kunnen gaan. Overigens hadden deze verplichtingen zondermeer in de balans moeten zijn opgenomen (als verplichting). Nu dit niet gebeurd is, geeft de balans terzake niet goed de financiële positie weer. Dit laatste is in strijd met BBV artikel 3.

Volgens BBV artikel 3 moeten de jaarstukken met name voor raadsleden goed begrijpelijk zijn. Naar mijn mening voldoet het boekwerk "Jaarverslag/rekening 2004" stellig niet aan deze eis. U kunt dit overigens het beste zelf beoordelen.

Volgens BBV artikel 25 lid 2 moet de verantwoording inzicht bieden in:

a.    de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;
b.    de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken;
U kunt zelf het beste de vraag beantwoorden of aan deze eisen is voldaan.

Volgens BBV artikel 28 moet een overzicht worden gegeven van de incidentele baten en lasten. Ik heb dat overzicht gemist.

Volgens BBV artikel 54 moet de aard en de reden van elke reserve en van de toevoegingen en onttrekkingen daaraan worden toegelicht. Ik heb dat gemist.

Overigens adviseer ik u sterk tot het opheffen van alle reserves, deze samen te voegen tot één Algemene reserve, en alle baten en lasten op te nemen in waar ze thuishoren, namelijk in de begroting respectievelijk in de rekening van baten en lasten. Dit zal het inzicht in de financiën van de gemeente aanmerkelijk verbeteren.

BBV artikel 57 schrijft een overzicht voor van alle verstrekte borgstellingen en een aantal daarmee verwante gegevens. Ik heb dat overzicht gemist. (Het overzicht op pagina 467 is veel te summier.)

Volgens de Gemeentewet moet de gemeenteraad de jaarrekening vaststellen en kennis nemen van het jaarverslag. Het is volstrekt onduidelijk waar de jaarrekening begint en eindigt en wat het jaarverslag is.

In Vrij Nederland van 2 maart 2002 werd onder de titel Gemeenten verbergen miljarden een overzicht gepubliceerd van de door de 30 grote gemeenten in hun jaarrekeningen 2000 verzwegen miljarden. De 30 grote gemeenten verzwegen ruim ƒ 3,8 miljard. Amsterdam "schitterde" ook in dat overzicht met een verzwegen bedrag van ƒ 1.592 miljoen. In De Telegraaf van 6 juli 2002 las u Gemeenten verbloemen eigen financiële situatie. Honderden miljoenen buiten boekhoudingen gehouden. Amsterdam hoort daar dus ook bij.


De winst-en-verliesrekening over 1998 sloot met een saldo van € 1 miljoen. Het werkelijke saldo was € 292 miljoen. Er werd dus € 291 miljoen verzwegen.

De winst-en-verliesrekening over 1999 sloot met een saldo van € 0 miljoen. Het werkelijke saldo was € 376 miljoen. Er werd dus € 376 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2000 sloot met een saldo van € 0 miljoen. Het werkelijke saldo was € 722 miljoen. Er werd dus € 722 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2001 sloot met een tekort van € 5 miljoen. Het werkelijke saldo was een overschot van € 350 miljoen. Er werd dus € 355 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2002 sloot met een saldo van € 17 miljoen. Het werkelijke saldo was € 440 miljoen. Er werd dus € 423 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2003 sloot met een tekort van € 6 miljoen. Het werkelijke tekort was € 194 miljoen. Er werd dus € 188 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2004 sluit met een saldo van € 60 miljoen. Het werkelijke saldo is € 398 miljoen. Er wordt dus € 338 verzwegen.
Daarmee bedraagt de boekhoudfraude over deze jaren (per saldo) ruim 2,3 miljard euro.

Graag was ik u van dienst.


Met vriendelijke groet en hoogachting,


L.W. Verhoef