Dossier: Amsterdam
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 12 november 1999

Gemeenteraad van
Gemeente Amsterdam
Amstel 1
1011 PN Amsterdam

Betreft:  Jaarrekening 1998

Geachte raad,

Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de lopende begroting (i.c. 1999) en de a.s. begroting (i.c. 2000). Op basis van deze begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u als raad aan de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten zijn.

Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten boordevol hoogst onjuiste en inconsistente informatie en boordevol onzin-teksten. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten. Om die reden is het volstrekt onverantwoord om op basis van deze begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen en daarover verantwoording af te leggen.
Wellicht heeft u in de Volkskrant van (o.a.) 25 oktober j.l. mijn visie hierover gelezen.

Op verzoek van de fractie van de Socialistische Partij uit uw raad heb ik ook de jaarrekening 1998 van uw gemeente beoordeeld. Ook uw "jaarrekening", zo is mijn conclusie, heeft met een jaarrekening, laat staan met een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Circa 400 pagina's vol met hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten (vooral waar het gaat over reserves, weerstandsvermogen, voorzieningen en rente), waarvan de meesten van u, het kan niet anders, ongetwijfeld niets begrepen zullen hebben. Het is uiteraard jammer van alle moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan besteed is.
Ook de jaarrekening 1998 van Amsterdam voldoet in de verste verten niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: op betrouwbare wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag van ƒ 0,6 miljoen is. Niets is echter minder waar!
Bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening in werkelijkheid ƒ 643,4 miljoen is. En dat is wel iets anders.
(Overigens had door alle willekeur waarmee de jaarrekening opgemaakt is, het saldo net zo goed lager kunnen uitvallen.)

Het verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er baten en lasten weliswaar in de jaarrekening zijn opgenomen, maar buiten de rekening zijn gelaten.  De toelichting bij de balans maakt duidelijk dat ƒ 2.056,8 miljoen aan baten en ƒ 1.433,0 miljoen aan lasten buiten de rekening zijn gelaten.
Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te zien dat er baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet of nauwelijks te zien welke baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en lastenposten die in de rekening opgenomen zijn, onjuist kunnen zijn.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van ƒ 643,3 miljoen.
Het bedrag van ƒ 643,3 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1998 (volgens uw jaarrekening ƒ 6.170,0 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 5.545,6 miljoen) en dit verschil (ƒ 624,4 miljoen) daarna nog te corrigeren voor op de reserves in mindering gebrachte investeringen in vaste activa van ƒ 19,0 miljoen (deze horen positief aan de linkerzijde van de balans opgenomen te worden in plaats van negatief aan de creditzijde als aftrekpost op het eigen vermogen). Het verschil (i.c. ƒ 643,4 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de (= alle) baten en de lasten.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van ƒ 643,4 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn. Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan die van Amsterdam valt echter te ontlenen dat vele baten en lasten en het eigen vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.
Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de voorzieningen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 0,6 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat te zien wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Kortom,
   ook de jaarrekening van Amsterdam stelt volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!


Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1999 en (binnenkort) uw begroting 2000 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef